artikel

Hoe de dingen werken: Ketogeen dieet

Voedingswetenschap

Het ketogeen dieet is al bijna honderd jaar bekend als een mogelijke behandeling, vooral voor kinderen met epilepsie. Het wordt ook toegepast bij mensen met overgewicht die insulineresistent zijn en komt steeds vaker in de media naar voren als HET nieuwe dieet. Wat is een ketogeen dieet en voor wie is het geschikt?

Hoe de dingen werken: Ketogeen dieet

Men spreekt over een ketogeen dieet als de dagelijkse voeding een heel laag koolhydraatgehalte heeft, namelijk 5-10 energieprocent, of minder dan 25 gram per dag, en de calorieën worden gehaald uit vetten en eiwitten. De doorsnee westerse mens consumeert gemiddeld 50 procent koolhydraten, ongeveer 200-300 gram per dag. Minder dan 25 gram koolhydraten per dag is heel weinig en daar is dan ook veel discussie over. Het ketogeen dieet is al in 1863 beschreven als geschikt dieet voor mensen die wilden afvallen. Het heette toen het Bantingdieet, naar de uitvinder ervan.

Goede resultaten

Een heel andere groep patiënten die baat bleek te hebben bij een streng koolhydraatbeperkt dieet, waren kinderen met epilepsie. Bij een deel van de patiënten bleek een dieet zonder koolhydraten aanvallen van epilepsie te voorkomen. Het dieet voor kinderen met epilepsie bevat veel meer calorieën, omdat zij niet moeten afvallen en nog in de groei zijn. Het wordt bij deze patiënten nog steeds toegepast met goede resultaten. Ellen Govers, diëtiste en voorzitter van het Kenniscentrum Diëtisten Overgewicht en Obesitas, heeft onderzoek gedaan naar het effect van een ketogeen dieet op mensen met diabetes type 2 die insulineresistent zijn: ‘We hebben daar goede resultaten mee behaald. Het effect op gewichtsverlies, het bloedsuikergehalte, vetgehalte van het bloed en leverfunctie was zeer groot. Patienten met forse obesitas vielen met het ketogeen dieet snel 20 kilogram af zonder dat ze honger hadden.’ (1)

Uit een metastudie is, na analyse van een groot aantal onderzoeken, gebleken dat een laag-koolhydraatdieet (minder dan 26 procent van de totale energieinname) het bloedglucosegehalte na 6 maanden significant verlaagt (2). Als onderdeel van een individueel dieetplan zou het aan diabetes type 2-patiënten kunnen worden voorgeschreven. De voordelen van koolhydraatrestrictie zijn na 12 maanden echter niet meer te zien, zowel bij hoog- als bij laag-koolhydraatdiëten. De effectiviteit neemt dus af over de langere termijn (2). De onderzoekers geven als mogelijke reden voor de dalende effectiviteit, dat de patiënten zich op langere termijn niet meer aan het dieet houden; een bekend verschijnsel bij alle dieetinterventies.

Specifieke doelgroep

Govers benadrukt dat het dieet vooral werkt bij volwassenen met insulineresistentie. ‘Deze patiënten vallen niet af door slechts op de calorieën te letten.’ Patiënten die insulineresistent zijn, moeten steeds meer insuline hebben om hun bloedglucosespiegel onder controle te houden. Zij hebben baat bij een dieet met weinig koolhydraten. Ze worden ziek van een teveel aan vetweefsel tussen de organen. Dit veroorzaakt hart- en vaatziektes en hoge bloeddruk. Mensen met diabetes type 2 hebben in 90 procent van de gevallen overgewicht of obesitas en zijn vrijwel allemaal insulineresistent. Mensen die “gewoon kunnen afvallen” door meer te bewegen, niet te snoepen, op hun portiegrootte letten en extra te bewegen hoeven geen ketogeen dieet te volgen.

Discussie over dieet

Het ketogeen dieet heeft voor- en tegenstanders. De discussie over het dieet betreft drie aspecten: ketose is slecht voor het lichaam; het dieet biedt geen volwaardig voedingspatroon; de kans op terugval is groot. Volgens Govers wordt ketose vaak verward met ketoacidose. Dit komt voor bij mensen met diabetes type 1 en houdt in dat zij geen insuline kunnen produceren, waardoor de cellen helemaal geen koolhydraten kunnen opnemen. ‘Als iemand afvalt, is ketose een normaal, gunstig verschijnsel. Het betekent alleen maar dat er een flinke hoeveelheid vet wordt afgebroken.’

Tekorten

Bij een ketogeen dieet kunnen tekorten aan sommige micronutriënten voorkomen. ‘In de praktijk is dit echter zelden het geval, omdat mensen veel gezonder gaan eten dan ze voorheen deden’, zegt Govers. Vitamine B1, magnesium en jodium zijn micronutriënten die vaak in brood en graanproducten voorkomen. ‘Cliënten op een ketogeen dieet moeten daarom een multivitaminesupplement erbij nemen. Ook vezels zijn een bron van aandacht. Bij de consumptie van alleen maar vis en vlees ontstaat constipatie. Het is daarom belangrijk veel groente te eten, liefst bij elke maaltijd.’

Terugval

Het volhouden van het dieet is inderdaad een probleem, zeker buitenshuis, merkt ook Govers. ‘Het staat haaks op het normale voedingspatroon. Het is een eetpatroon met veel groente en eiwitten, met ei, kaas en zuivel, zo veel dat het soms een opgave is dat allemaal op te eten.’ Ook in de eerder genoemde metastudie wordt geconcludeerd dat de effectiviteit van het dieet na een jaar afneemt, vanwege de moeite die patiënten hebben om het dieet vol te houden (2). De relatie met hormonen lijkt ook belangrijk. Obese mannen kunnen het dieet langer volhouden. Vrouwen hebben daarvoor veel variatie in de voeding nodig en zoeken iets meer naar een zoetere smaak.

Volgens Govers is het belangrijk te weten aan wie het dieet voorgeschreven wordt. ‘Het werkt voor cliënten die echt gewicht willen verliezen en hun hele leefstijl willen aanpassen. Vaak vallen cliënten op eigen houtje af, maar ik raad ze ook dan toch aan om naar een diëtist te gaan.’ Govers’ patiënten mogen weer koolhydraten aan het menu toevoegen als de bloedwaarden goed zijn. ‘Het zal voor hen echter altijd wel een koolhydraatbeperkt menu blijven en nooit naar meer dan 100 gram koolhydraten per dag gaan.’

Referenties
1. Govers E. Obesity and insulin resistance are the central issues in prevention of and care for comorbidities. Healthcare. 2015.
2 Sainsbury E, et al. Effect of dietary carbohydrate restriction on glycemic control in adults with diabetes: A systemic review and
meta-analysis. Diabetes Research and Clinical Practice. 2018.

Reageer op dit artikel