artikel

Suikerhoudende dranken gaan even sterk samen met levervet als alcohol

Voedingswetenschap

Het is algemeen bekend dat overmatig alcoholgebruik kan leiden tot vervetting van de lever. Als patiënten met een vette lever het advies krijgen te stoppen met het drinken van alcohol, is het belangrijk dat ze daarbij ook geadviseerd worden over wat ze dan in plaats van alcohol kunnen drinken.

Suikerhoudende dranken gaan even sterk samen met levervet als alcohol

Stel, u bent een man van 45 jaar met een BMI van 29 kg/m2. U heeft al geruime tijd last van buikklachten en besluit naar de dokter te gaan. Na bloedprikken blijken uw leverwaarden verhoogd en op een CT-scan is te zien dat uw lever vervet is. Na het uitvragen van uw dieet blijkt dat u over het algemeen best gezond eet, met wel elke dag een of twee glazen wijn. In het weekend drinkt u vaak wat meer. U krijgt het advies te stoppen met het drinken van alcohol. Wat gaat u drinken in plaats van een glas wijn? Koffie, sap of fris?

Levervet

Steeds meer mensen hebben last van een vette lever. Dit wordt gedefinieerd als meer dan 5% vet in de lever. Leververvetting beslaat een breed klinisch spectrum dat begint met simpele leververvetting (steatose). Het kan eindigen in non-alcoholische steatohepatitis (NASH) en levercirrose. Leververvetting verhoogt het risico op leverziekten en levergerelateerde mortaliteit en is gelinkt aan diabetes en cardiovasculaire aandoeningen. Het vóórkomen van leververvetting is gestegen gedurende de laatste twee decennia. Het varieert momenteel tussen de 14 en 34% in de algemene populatie, tot wel 90% bij mensen met obesitas.

Overmatige alcoholconsumptie is een welbekende risicofactor voor leververvetting. In de huidige richtlijnen om leververvetting te voorkómen of tegen te gaan, wordt geadviseerd alcohol te vermijden. Aangezien overgewicht en obesitas ook sterke risicofactoren zijn van een vette lever, is het aannemelijk dat energiehoudende dranken zoals sap en frisdranken ook een invloed kunnen hebben op de hoeveelheid vet in de lever. In de studie Nederlandse Epidemiologie van Obesitas (NEO) is onderzocht hoe verschillende alcoholische en non-alcoholische dranken samengaan met de hoeveelheid vet in de lever.

De NEO-studie

De NEO-studie is een prospectieve vervolgstudie bij mensen tussen de 45 en 65 jaar uit de omgeving van Leiden. De meerderheid van de deelnemers heeft een BMI van 27 kg/m2 of hoger. Daarnaast is een referentiegroep ingesloten met een normale BMI-verdeling. In dit onderzoek zijn alle analyses gewogen naar de normale BMI-verdeling, zodat alle resultaten gelden voor de algemene bevolking. Alle 6671 deelnemers hebben thuis eerst vragenlijsten ingevuld en zijn daarna voor een ochtend naar het LUMC gekomen voor een uitgebreid lichamelijk onderzoek.

Naast bloedafnames en antropometrie zijn verschillende metingen van hart-, nier- en longfunctie uitgevoerd. Invasieve metingen zoals MRI zijn bij subgroepen zonder contra-indicaties uitgevoerd. Zo is bij ongeveer 2000 deelnemers de hoeveelheid vet in de lever gemeten met magnetische resonantie spectroscopie. Voor dit onderzoek is een cross-sectionele analyse uitgevoerd bij de deelnemers met een levervetmeting.

Voedselfrequentievragenlijst

De consumptie van verschillende dranken is geschat op basis van een voedselfrequentievragenlijst. Deelnemers is gevraagd naar de frequentie van consumptie van verschillende alcoholische dranken (bier, wijn, sterke drank en mixdranken). Voor elke alcoholische drank is een standaard portie gerekend, gebaseerd op het Nederlands Voedingsstoffenbestand van 2011: 200 gram voor bier, 110 gram voor wijn, 50 gram voor sterke drank en 258 gram voor mixdranken, zodat elke consumptie ongeveer 10 gram alcohol bevat. Non-alcoholische dranken zijn ook uitgedrukt in standaard porties: 150 gram voor koffie en thee, 150 gram voor melk, 200 gram voor alcoholvrij bier en 150 gram voor suikerhoudende dranken. Op basis van de gebruikte voedingsvragenlijst is er helaas geen informatie over de consumptie van water of lightdranken.

Statistische modellen

Met lineaire regressie zijn de verbanden tussen zowel alcoholische als non-alcoholische dranken en levervet geschat, per consumptie per dag extra. De uitkomst is steeds een ratio met 95% betrouwbaarheidsinterval (CI, confidence interval). Deze ratio, bijvoorbeeld 1,2, kan geïnterpreteerd worden als 1,2 keer zoveel levervet voor elke alcoholische consumptie per dag extra, dus bijvoorbeeld van 5% naar 6% levervet. Vervolgens zijn er twee soorten substitutiemodellen uitgevoerd: modellen waarin een alcoholische consumptie vervangen is door een non-alcoholische consumptie, en isocalorische modellen waarin een vastgesteld aantal calorieën (5% van de totale energie-inname van een persoon, 5 en%) aan alcoholische consumpties is vervangen door eenzelfde aantal calorieën aan non-alcoholische consumpties.

In deze modellen zijn alle dranken opgenomen die calorieën bevatten (suikerhoudende dranken, melk en alcoholvrij bier, en het totaal aan energiehoudende dranken), behalve alcohol. Alle modellen zijn gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, roken, opleidingsniveau, etniciteit, fysieke activiteit en totale energie-inname. Ook zijn de modellen extra gecorrigeerd voor totaal lichaamsvet. Dit om te zien of het verband specifiek is voor levervet en niet louter een verband met meer lichaamsvet vertegenwoordigt.

Resultaten

Na exclusie van deelnemers zonder levervetmeting of missende gegevens, werden de gegeven van 1,966 deelnemers geanalyseerd. De helft(53%) van de deelnemers was vrouw, het gemiddelde percentage vet in de lever was 4,6% in de vrouwen en 7,0% in de mannen. Gekeken naar het aantal deelnemers met meer dan 5% levervet, had 21% van de vrouwen een vette lever en 39% van de mannen. Gemiddeld drinken mannen 2 glazen alcohol per dag en vrouwen 1. Mannen drinken gemiddeld genomen meer koffie en bier, waar vrouwen meer thee drinken (afbeelding 1).

Over het algemeen bleek dat deelnemers die meer alcohol drinken ook vaker roken en vaker hoogopgeleid zijn. Elke alcoholische consumptie per dag extra gaat samen met levervet (1,09 keer zoveel, 95% CI 1,05; 1,12), ook na correctie voor totaal lichaamsvet. De inname van een extra glas melk per dag gaat samen met minder levervet (0,95 keer zoveel, 95% CI 0,89; 1,00). Ook een extra kop koffie (0,96, 95% CI 0,93; 0,99) en thee (0,97, 95% CI 0,94; 1,00) per dag gaan samen met minder levervet. De consumptie van alcoholvrij bier in deze populatie was dusdanig laag, dat hier geen uitspraken over gedaan kunnen worden in de analyses.

 

Substitutie-analyses

Het vervangen van een alcoholische consumptie door een non-alcoholische consumptie (zowel energiehoudende dranken als koffie en thee) gaat samen met minder levervet (0,90, 95% CI 0,86; 0,94). In isocalorische modellen waarin alleen energiehoudende dranken worden uitgewisseld, blijkt het vervangen van 5 en% alcoholische drank met 5 en% melk ook samen te gaan met minder levervet (0,89; 0,81; 0,98). Het vervangen van 5 en% alcohol door 5 en% suikerhoudende dranken blijkt even sterk samen te gaan met levervet (1,00, 95% CI 0,91; 1,09).

Discussie

In dit onderzoek met gegevens van de NEO-studie hebben we laten zien dat een alcoholische consumptie per dag extra samengaat met meer levervet. Als je een glas melk drinkt in plaats van een glas alcohol gaat dat samen met minder levervet. Een glas sap of fris zorgt voor evenveel levervet als een glas alcohol. Een sterk punt van dit onderzoek is dat het is uitgevoerd in een grote cohortstudie en dat levervet is gemeten aan de hand van MRS. Door het gebruik van substitutieanalyses hebben we niet alleen kunnen bepalen hoe consumptie van bepaalde dranken samengaat met levervet, maar ook hoe ze zich tot elkaar verhouden. Helaas kunnen we geen uitspraken doen over water, alcoholvrij bier en light-frisdranken.

CONCLUSIE

Op basis van hun studie concluderen de onderzoekers dat zowel alcohol als suikers kunnen bijdragen aan leververvetting. De bevindingen over suikerhoudende dranken en levervet komen overeen met eerdere studies. Die laten zien dat vloeibaar eten kan leiden tot minder verzadiging en meer honger na het nuttigen ervan. Ook kan het drinken van frisdrank leiden tot pieken in de bloedglucose en insulineconcentraties. Vooral fructose, dat veel te vinden is in sap en fris, wordt voornamelijk verwerkt in de lever en kan leiden tot de aanmaak van levervet door de novo lipogenese.
Op basis van deze bevindingen kunnen patiënten die aangeraden wordt geen alcohol meer te drinken, dit beter niet vervangen door suikerhoudende dranken zoals sap en frisdrank. Het advies is dat artsen en diëtisten specificeren wat patiënten kunnen drinken in plaats van alcoholische dranken, zoals thee, koffie of melk, om op die manier bij te dragen aan het voorkomen en behandelen van leververvetting.

 

 

 

 

Van Eekelen E, Beulens JWJ, Geelen A, Schrauwen-Hinderling VB, Lamb H, De Roos A, Rosendaal F, & De Mutsert R. Consumption of Alcoholic and Sugar-Sweetened Beverages is Associated with Increased Liver Fat Content in Middle-Aged Men and Women. J Nutr. 2019. doi: 10.1093/jn/nxy313

Reageer op dit artikel