artikel

Volop discussie over bier en gezondheid

Voedingswetenschap

Dat veel bier slecht is voor de gezondheid zal niemand betwisten, maar welk effect matige bierconsumptie erop heeft is al jarenlang onderwerp van menig onderzoek.

Volop discussie over bier en gezondheid
Smiling senior woman talking on mobile phone while having glass of beer in bar

Voor de negende keer in twintig jaar verzamelen internationale wetenschappers zich in Brussel om de laatste wetenschappelijke bevindingen op het gebied van matige bierconsumptie en gezondheid te presenteren. Toevalligerwijs blijkt een recent artikel de rode draad door de gevarieerde presentaties tijdens het symposium op 24 september in het Paleis der Academiën in Brussel (1). Deze meta-analyse, gepubliceerd in The Lancet, kijkt naar de associatie tussen alcoholconsumptie en sterfte en laat zien dat vanaf 100 gram per week (ongeveer 10 glazen) het risico op sterfte toeneemt. Opvallend is dat de niet-drinkers niet zijn meegenomen in het onderzoek, terwijl ze normaal gesproken de controlegroep zijn. Over het algemeen zie je dan dat matige drinkers een lager risico op sterfte en hart- en vaatziekten hebben dan niet-drinkers en overmatige drinkers.

J-curve

Figuur 1. In de bijlagen van het artikel van Wood et al. is te zien dat als nooit-drinkers wel worden meegenomen, de resultaten een J-curve laten zien.

De zogenaamde J-curve is door de jaren heen vaak bediscussieerd. Een van de kritieken is dat de groep niet-drinkers “vervuild” is met ex-drinkers die om gezondheidsredenen gestopt zijn met drinken. Deze ex-drinkers zouden de associatie vertekenen. De sprekers van het symposium vestigen de aandacht op kritiek die ingestuurd is naar The Lancet, onder andere door spreker dr. Simona Costanzo (2). In de bijlagen van het artikel zijn namelijk de data te vinden inclusief de nooit-drinkers (niet-drinkers exclusief ex-drinkers). Deze data laten ook de welbekende J-curve zien (zie figuur 1). De commentatoren vinden het niet terecht om de niet-drinkers als volledige groep uit te sluiten en daar conclusies op te baseren.

Hart- en vaatziekten versus kanker

Costanzo legt in haar presentatie uit dat alcohol een groot effect heeft op de gezondheid, maar dat het effect ook erg complex is. Naast dat epidemiologisch onderzoek vaak tekortkomingen heeft, heeft alcohol een heel ander effect op bijvoorbeeld hart- en vaatziekten dan op kanker. En bij alcoholconsumptie is niet alleen hoeveelheid, maar ook drinkpatroon erg belangrijk. Dit maakt het erg lastig om conclusies te trekken. Toch durft Costanzo te concluderen dat één glas per dag voor vrouwen en twee voor mannen als acceptabel kan worden beschouwd.

Alcohol en kanker

Dr. Henk Hendriks zet in zijn verhandeling uiteen dat alcohol een carcinogene stof is die het risico op een aantal soorten kanker kan verhogen. Maar, vindt Hendriks, je moet dit risico wel in perspectief plaatsen met andere risicofactoren voor kanker. Zelf deed Hendriks verkennend onderzoek naar de bijdrage van alcohol op het risico op de meest voorkomende soorten kanker en kwam tot de conclusie dat die algehele bijdrage vooral begint toe te nemen vanaf 15 gram per dag (anderhalf glas). Overall denkt Hendriks dat matige alcoholconsumptie ook gezondheidsvoordelen kan hebben. Als bioloog ziet hij overigens in veel dingen die met gezondheid te maken hebben een soort J-curve terugkomen. ‘Met alles is er een optimum. Als je niet eet, sterf je, als je te veel eet, sterf je ook.’

Bier met en zonder alcohol

Wat bier onderscheidt van de meeste andere alcoholhoudende dranken is, dat er diverse alcoholvrije varianten van bestaan die qua smaak steeds meer op alcoholhoudend bier lijken. Dr. Patrycia Kupnicka geeft in vogelvlucht weer welke nutriënten er allemaal in bier (met en zonder alcohol) te vinden zijn, maar omdat de hoeveelheden erin klein zijn, is het onwaarschijnlijk dat er grote effecten van te verwachten zijn op de gezondheid. Dr. Guido Camps gaf proefpersonen alcoholhoudend en -vrij bier in een MRI-scanner. Bij beide soorten bier bleken dezelfde beloningseffecten in de hersenen te reageren. ‘Dit suggereert dat de smaak van het bier, en niet de aanwezigheid van alcohol, de consumptie-ervaring bepaalt’, zegt Camps.

De laatste spreker van deze sessie, prof. Alexander Jäger, vraagt zich af of er enige waarheid zit achter de veelal Duitse reclames dat alcoholvrij bier de ideale sportdrank is. Alcoholvrij bier is inderdaad een isotone drank, legt hij uit, maar mist natrium om een ideale sportdrank te zijn na intensief sporten. Keukenzout toevoegen aan je biermaakt het er niet smaakvoller op, dus zochten vond hij een mix van natriumzouten die de smaaktest wel kunnen doorstaan.

Vrouwen

Bij de laatste sessie staan vrouwen centraal en het effect van bier en alcohol op de menopauze. Onderzoek dat nog in de kinderschoenen staat. Dr. Rosa Lamuela-Raventós laat zien dat bier met of zonder alcohol mogelijk kan bijdragen aan het verminderen van overgangssymptomen. Dit komt waarschijnlijk omdat de polyfenolen afkomstig uit de hop in bier op het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen lijken. En dr. Taulant Muka concludeert voorzichtig, op basis van een klein aantal studies met 40+-vrouwen, dat bij matige alcoholconsumptie de menopauze inderdaad later lijkt te beginnen en ook het risico op hart- en vaatziekten daalt.

Sociale functie en media-aandacht

In zijn keynote-lezing noemt socioloog dr. Thomas Thurnell-Read bier social and sticky. Uit zijn onderzoek blijkt dat Britse pubs bijdragen aan het sociale aspect van bier en daarmee mogelijk zelfs sociaal isolement en eenzaamheid kunnen voorkomen. Dr. Alex Berezow, wetenschapsjournalist, neemt de toehoorders mee in zijn missie om “junkscience” te ontmaskeren. Hij heeft talrijke voorbeelden waarbij de media onderzoeksresultaten weergeven die volledig uit hun verband zijn gerukt. Altijd de schuld van de media? Nee, ook onderzoekers en persvoorlichters van onderzoeksinstellingen overdrijven. En de consument smult van de sappige berichten. Want de waarheid, dat matige consumptie van alcohol veilig is, is saai, illustreert Berezow.

Referenties

1. Wood AM, Kaptoge S, Butterworth AS, et al. Risk thresholds for alcohol consumption: combined analysis of individual-participant data for 599 912 current drinkers in 83 prospective studies. The Lancet. 2018; 391: 1513–23.

2. Astrup A, Costanzo S, & De Gaetano G. Risk thresholds for alcohol consumption. Correspondence. The Lancet. 2018;392: 2165-66.

Meer informatie

Auteur: Ivonne Sleutels.
I. Sleutels is werkzaam bij het kenniscentrum Bier
Reageer op dit artikel