artikel

Gepersonaliseerde leefstijladviezen ook bij ouderen effectief

Voedingswetenschap

Een goede leefstijl kan ook bij ouderen chronische ziekten en obesitas voorkomen. In het voedingspatroon van ouderen en in de mate waarin ze bewegen, kan nog veel verbeterd worden. Een exploratief onderzoek laat zien dat voor de verbetering van de gezondheid van ouderen gepersonaliseerde leefstijladviezen beter lijken te werken dan algemene adviezen.

Gepersonaliseerde leefstijladviezen ook bij ouderen effectief
Credit: Tadej Pibernik

Regelmatige fysieke activiteit en een gezond voedingspatroon op latere leeftijd dragen in belangrijke mate bij aan de preventie van chronische ziekten en obesitas (1-4). Uit onderzoek blijkt echter dat zo’n 23% van de 55-plussers in Nederland onvoldoende actief is. De Voedselconsumptiepeiling (VCP) van het RIVM laat bovendien zien dat het voedingspatroon van ouderen vaak niet voldoet aan de Richtlijnen goede voeding. Slechts 12-14% van de Nederlandse ouderen eet voldoende groente. 17-26% eet voldoende fruit en meer dan 90% krijgt te veel verzadigd vet binnen (5). Deze gegevens illustreren dat er veel ruimte voor verbetering is op het gebied van leefstijlgedrag onder senioren.

Personalisatie

Eerder onderzoek laat zien dat gepersonaliseerde adviezen effectiever zijn om leefstijlgedrag te verbeteren dan algemene adviezen (6-12). Personalisatie houdt in dat adviezen worden afgestemd op kenmerken van het individu, zoals gezondheidsstatus en voedingspatroon. In de studie in dit artikel, bekeken de onderzoekers of gepersonaliseerde leefstijladviezen effectiever zijn om ook het welzijn van zelfstandig wonende ouderen te verbeteren dan algemene adviezen. ‘Welzijn’ wordt hier in kaart gebracht met ervaren gezondheid (primaire uitkomst) en met fysieke gezondheidskenmerken (secundaire uitkomstmaat). De personalisatie in dit onderzoek is gedaan op basis van gezondheidskenmerken, leefstijlgedrag (voedingsinname) en persoonskenmerken.

Methode

In totaal hebben 59 senioren (22 mannen, 37 vrouwen) deelgenomen aan het onderzoek. Belangrijkste criteria voor deelname waren:

1) leeftijd ≥ 60 jaar

2) ten minste 10 uur per dag sedentair gedrag (zelfgerapporteerd)

3) goede gezondheid

4) een BMI van 20-30 kg/m2 (zelfgerapporteerd).

Deelnemers hadden een gemiddelde leeftijd van 67,7 jaar, een gemiddelde BMI van 26,1 kg/m2 en gemiddeld vertoonden ze 12,5 uur sedentair gedrag per dag. Deelnemers werden gerandomiseerd over een interventie- en een controlegroep. De interventie duurde totaal 9 weken. Zowel voor als na de interventieperiode kwamen de deelnemers een ochtend naar de onderzoeksfaciliteit. Hier werd de ervaren gezondheid (vragenlijsten Vita-16, SF-12) en fysieke gezondheidskenmerken waaronder lichaamssamenstelling, bloedmarkers en fysiek functioneren (Short Physical Performance Battery) gemeten.

Alle deelnemers hielden voorafgaand aan de studie en daarna elke 3 weken op 2 weekdagen en een weekenddag een digitaal voedingsdagboek bij (Mijn Eetmeter, Voedingscentrum). Op basis van de voedingsdagboeken werd voedingsinname geschat. Tijdens het onderzoek droegen de deelnemers op minimaal 2 dagen in de week een beweegmeter. Na afloop van het onderzoek werd tevredenheid met het gepersonaliseerde advies geëvalueerd met behulp van een vragenlijst.

Informatie en adviezen

Deelnemers in de controlegroep kregen aan het begin van het onderzoek informatie over hun gezondheid op basis van de beginmetingen. Daarnaast kregen ze een folder over de Schijf van Vijf. Dit gold ook voor de deelnemers in de interventiegroep. Daar bovenop ontvingen zij een gepersonaliseerd advies via een persoonlijke website. Dit advies bestond uit negen adviezen op maat. Zeven gingen over voeding (inname van eiwit, energie, verzadigd vet, omega-3 vetzuren, zout, vitamine D en vocht). Twee adviezen betroffen fysieke activiteit (conditie en krachttraining). De gepersonaliseerde adviezen werden gebaseerd op beslisbomen waarin de verschillende fysieke gezondheidsmaten en geschatte voedingsinname waren meegenomen (zie tabel 1). De inhoud van de adviezen was in lijn met de richtlijnen van de Gezondheidsraad en internationale expertgroepen.

Tabel 1. Factoren die meegenomen werden bij personalisatie van de verschillende adviezen 

Advies categorie  Personalisatie op basis van: 
Eiwit   Eiwit innameBMI, glucose, cholesterol, triglyceridenbloeddruk 
Energie   BMI, middelomtrek, fysieke activiteit, energie-inname  
Verzadigd vet   Vet inname 
Vis   Inname van omega-3 vetzuren 
Vocht  Leeftijdvocht-inname  
Zout  Bloeddrukzout-inname  
Vitamine D   Vitamine D inname 

 Intenties

Per advies werd met behulp van een groene, oranje of rode smiley aangegeven of de noodzaak tot gedragsverandering laag, gemiddeld of groot was. Vervolgens werden deelnemers geïnstrueerd om voor ten minste twee van de adviezen aan te geven hoe ze het advies gingen opvolgen. Hiervoor werd hen gevraagd om zogenaamde implementatie-intenties te formuleren waarin ze de opvolging van de adviezen moesten koppelen aan tijd, situatie en actie. Bijvoorbeeld: ‘‘s Avonds, als ik tv kijk, dan neem ik in plaats van chips (ongezonde keuze) een volkoren cracker (gezonder alternatief).’ Deelnemers konden de gezonde alternatieven selecteren uit een keuzemenu. Het aantal mogelijkheden in dit keuzemenu was afhankelijk van de mate van keuzevrijheid die de deelnemers graag wilden (variërend van veel, 10 opties, tot weinig, 3 opties). Tijdens de interventieperiode kregen deelnemers twee keer een update van het gepersonaliseerde advies op basis van nieuwe gegevens over voedingsgedrag.

Resultaten

Aan het begin van het onderzoek bleek dat ongeveer 50% van de deelnemers in de interventiegroep hun voedingspatroon konden verbeteren, met name op inname van calorieën, verzadigd vet, omega-3 vetzuren en vitamine D. Gedurende het onderzoek verbeterde de inname van omega-3 vetzuren, verzadigd vet en vocht.Ondanks het feit dat 14 deelnemers in de interventiegroep van plan waren hun eiwitinname te verbeteren, ging het aantal deelnemers dat voldeed aan de eiwitrichtlijnen gedurende het onderzoek achteruit. Waarschijnlijk doordat ze niet goed wisten hoe ze hun eiwitinname konden aanpassen. De zelfervaren gezondheid bleef voor beide groepen gelijk gedurende de interventieperiode.

Op de fysieke gezondheidsmetingen waren wel effecten te zien. Fysiek functioneren, gemeten met de Short Physical Performance Battery (max. score 12), nam in beide groepen toe (gemiddelde score controlegroep 10,3 ->10,7; gemiddelde score interventiegroep 10,3 ->11,1), al waren de verschillen slechts klein. In de interventiegroep nam de gemiddelde middelomtrek sterker af (93,4 cm -> 91,5 cm) dan in de controlegroep (93, 6 cm ->93,2 cm). Verder namen het gemiddelde vetpercentage en de heupomtrek van de controlegroep toe (vet: 31,5 % -> 32,1%; heupomtrek: 100,1 cm -> 101,0 cm) terwijl deze parameters voor de interventiegroep afnamen (vet: 32,8% -> 31,7%; heupomtrek 101,0 cm -> 99,9 cm).

Uit de evaluatievragenlijst bleek dat deelnemers in de interventiegroep meer kennis en inzicht hadden gekregen in hun eigen leefstijlgedrag. De mate waarin de deelnemers de geformuleerde implementatie-intenties daadwerkelijk hadden opgevolgd, was gemiddeld 4,9; ±1,5 op een 7-puntsschaal (0=helemaal niet, 7=helemaal wel). Over het algemeen waren alle deelnemers erg positief over het onderzoek.

Discussie en conclusie

Uit deze exploratieve studie blijkt dat gepersonaliseerd advies mogelijk gunstige effecten kan hebben op de gezondheid van ouderen ten
opzichte van algemeen voedingsadvies. In dit onderzoek is voedingsadvies zowel gepersonaliseerd op basis van gezondheid, voedingsgedrag als persoonskenmerken. Of dit voordeel heeft ten opzichte van personalisatie op basis van voedingsgedrag alleen is niet onderzocht. Andere beperkingen bij de interpretatie van de resultaten zijn de relatief korte duur van het onderzoek (9 weken) en het beperkte aantal deelnemers (n=59).

Daarnaast bleek de keuze voor het gebruik van Mijn Eetmeter als voedingsdagboek minder handig. Dit komt omdat alle deelnemers ook vanuit deze applicatie voedingsadviezen ontvingen. Deze hebben mogelijk geïnterfereerd met de adviezen die onderdeel waren van de interventie. Al met al biedt dit onderzoek interessante aanknopingspunten voor toekomstig onderzoek naar de effectiviteit en toepassing van personalisatie van voedingsadviezen voor de doelgroep ouderen.

Samenvatting

De interventiegroep die gepersonaliseerd leefstijladvies kreeg, liet in dit onderzoek op een aantal punten een grotere verbetering zien dan de controlegroep:
fysieke gezondheid
heup- en middelomtrek en
vetpercentage
De eiwitinname ging tegen de verwachting in achteruit, waarschijnlijk doordat de deelnemers niet wisten hoe ze het eiwitaandeel in hun voeding konden vergroten.

Dit onderzoek laat dus zien dat gepersonaliseerd advies mogelijk gunstige effecten kan hebben op de gezondheid van ouderen ten opzichte van algemeen voedingsadvies.

Personalized Nutrition op het Voeding Nu Jaarcongres

Kom naar de bijeenkomst van Voeding Nu op 26 november, waar de achtergrond van personalized nutrition uitgebreid aan bod komt.

Tijdens dit nieuwe jaarevenement van Voeding Nu op dinsdag 26 november 2019 bereiden we je voor op de toekomst van het voedingsadvies en de rol die diëtisten en andere voedingsdeskundigen hierin vervullen.

Bekijk het programma

Meld u direct aan

Referenties

  1. World Health Organization. Diet, Nutrition and the Prevention of Chronic Diseases. Joint WHO/FAO Expert Consultation. WHO Technical Report Series no. 916. Geneva: WHO, 2003. 2
  2. McKenzie, F., Biessy, C., Ferrari, P. et al. Healthy lifestyle and risk of cancer in the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition Cohort Study. Medicine 201695, 1-10 
  3. Thorp, A. A., Owen, N., Neuhaus, M. et al. Sedentary behaviors and subsequent health outcomes in adults a systematic review of longitudinal studies, 1996–2011. Am J Prev Med 201141, 207-215 
  4. Proper, K.I., Singh, A.S., van Mechelen, W. et al. Sedentary behaviors and health outcomes among adults: a systematic review of prospective studies. Am J Prev Med 201140, 174-182 4
  5. Van Rossum, C.T.M., Fransen, H.P., Verkaik-Kloosterman, J. et al. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults aged 7 to 69 years. RIVM rapport 350050006, Bilthoven, The Netherlands, 2011 
  6. Brug, J., Campbell, M., van Assema, P. The application and impact of computer-generated personalized nutrition education: a review of the literature. Patient Educ Couns1999, 36, 145-156. 6
  7. Fjeldsoe, B.S., Marshall, A.L., Miller, Y.D. Behavior change interventions delivered by mobile telephone short-message service. Am J Prev Med 200936, 165-173. 7
  8. Krebs, P., Prochaska, J.O., Rossi, J.S. A meta-analysis of computer-tailored interventions for health behavior change. Prev Med 201051, 214-221. 8
  9. Kris-Etherton, P.M., Taylor, D.S., Smiciklas-Wright, H. et al. High-soluble-fiber foods in conjunction with a telephone-based, personalized behavior change support service result in favorable changes in lipids and lifestyles after 7 weeks. J Am Diet Assoc 2002, 102, 503-510. 9
  10. Marcus, B. H., Napolitano, M. A., King, A. C. et al. Telephone versus print delivery of an individualized motivationally tailored physical activity intervention: Project STRIDE. Health Psych 200726, 401 10
  11. Bull, F. C., Kreuter, M. W., Scharff, D. P. Effects of tailored, personalized and general health messages on physical activity. Patient Educ Couns1999, 36, 181-192 
  12. Parekh, S., Vandelanotte, C., King, D. et al. Improving diet, physical activity and other lifestyle behaviours using computer-tailored advice in general practice: a randomised controlled trial. Int J Behav Nutr Phys Act 2012, 9, 108- 
Reageer op dit artikel