nieuws

Volkoren granen verlagen plasmaserotonine

Voedingswetenschap

Volwassenen die volkorenrogge consumeren hebben een lager plasma serotonineniveau dan mensen die vezelarm-brood eten. Een onderzoek gepubliceerd in The American Journal of Clinical Nutrition beschrijft, hoe volkorenrogge de concentraties van verschillende metabolieten in de bloedstroom kan bijsturen.

Volkoren granen verlagen plasmaserotonine

Het gehalte aan de metaboliet plasmaserotonine nam af na consumptie van volkorenrogge. Deze vorm van serotonine beïnvloedt de beweeglijkheid van de darm en verhoogt het serotonineniveau in het bloed, wat in connectie staat met het verhogen van bloedglucosespiegels.

Verlaagd serotonineniveau

Voor de studie aten participanten voor vier weken lang, naast hun reguliere dieet, zes tot tien sneden vezelarm-brood per dag. Hierna aten ze gedurende een periode van vier weken volkorenrogge of volkorenbrood met toegevoegde roggegranen. Aan het eind van beide periodes werd het bloed van de participanten afgetapt en geanalyseerd via vloeistofchromatografie en massaspectrometrie.

Na het vergelijken van de metabolietprofielen in het plasma van beide dieetperiodes kwam naar voren dat het serotonineniveau significant verlaagd was bij het consumeren van volkorenrogge in vergelijking met vezelarm-brood.

Muizen en serotonine

Dit maakte de onderzoekers nieuwsgierig naar het effect van deze granen op de serotonine productie in de darmen. Gedurende negen weken kregen muizen drie soorten granen; roggezemelen, tarwezemelen en cellulosebloem. De muizen hadden een lagere serotonineproductie wanneer ze rogge en tarwe aten.

Volkoren granen en hun beschermende functie

Uit meerdere onderzoeken blijkt dat de consumptie van volkoren producten de kans op het krijgen van diabetes type 2, cardiovasculaire ziektes en sommige kankersoorten verlaagt. Echter is er nog veel discussie over welk mechanisme ten grondslag ligt. Zo kan het effect te danken zijn aan de bioactieve stoffen in granen, fotochemicaliën en vezels waaruit verschillende metabolieten worden geproduceerd door darmbacteriën.

Dit onderzoek laat zien dat de vermindering van serotonine bij vezelconsumptie mogelijk het mechanisme kan zijn waar onderzoekers naar zoeken.

Hoofdonderzoeker Pekka Keski-Rahkonen geeft aan dat uit sommige onderzoeken blijkt dat kankerpatiënten verhoogde plasmaserotonineniveaus hebben in vergelijking met gezonde mensen. Hij vindt het dan ook erg belangrijk dat er onderzoek komt naar serotonineniveaus in dikkedarmkankerpatiënten.

Reageer op dit artikel