artikel

Nen-normen voor voedingsmiddelen *

Voedselproductie

Nen-normen voor voedingsmiddelen *

Om de voedselveiligheid te garanderen en te controleren worden via NEN – Centrum voor normalisatie in Delft normen opgesteld. Hierbij zijn verschillende marktpartijen vrijwillig betrokken opdat de afspraken breed gedragen worden. Ook op Europees niveau wordt het gebruik van normen bij de handhaving van wetgeving rond voedingsmiddelen steeds meer onderstreept. Zo is de verwachting dat er nieuwe normen komen voor functionele voeding. Ook blijkt dat de commissies die de normen opstellen tot ontdekkingen komen. Zo is gebleken dat vitamine C in bepaalde producten niet altijd goed gemeten wordt.

NEN begeleidt het proces om afspraken tussen partijen vast te leggen. Het vastleggen gebeurt in documenten. Meestal zijn dit normen, maar het kunnen ook andersoortige documenten zijn zoals convenanten of praktijkrichtlijnen. Het vastleggen van afspraken gebeurt zowel op nationaal (NEN), op Europees (EN) als op mondiaal (ISO) niveau. NEN faciliteert het proces en levert het eindproduct. Experts afkomstig van bijvoorbeeld de overheid, bedrijfsleven, onderzoeksinstituten of laboratoria bepalen gezamenlijk de inhoud van een norm. Iedereen kan aan het opstellen deelnemen. Belangrijke waarden bij dit proces zijn openheid, transparantie en consensus. Dit leidt tot een neutraal en breedgedragen afspraak.

In principe zijn de normen vrijwillige afspraken, gemaakt door en voor de markt. Ze worden bijvoorbeeld gebruikt als publiek referentiedocument met als doel om processen sneller en efficiënter te laten verlopen. De status van normen wordt voornamelijk bepaald door het gebruik. Zo worden ze vaak opgenomen in contracten, of verwijst de nationale- of Europese wetgever ernaar. Van volledige vrijwilligheid is dan geen sprake meer.

De bekendste norm is waarschijnlijk ISO 9001 over kwaliteitsmanagement, maar er bestaat een groot aantal normen op allerlei gebieden. Ook voor de voedingsmiddelensector zijn allerlei normen opgesteld.

ISO 22000

ISO 22000 is de wereldnorm voor managen van voedselveiligheid die in september 2005 werd gepubliceerd. De norm stelt eisen aan een managementsysteem voor voedselveiligheid en is gericht op alle schakels in de voedselketen. ISO 22000 is bedoeld als oplossing voor het probleem waarmee de agro-food sector wordt geconfronteerd: een grote verscheidenheid in standaarden en certificaten voor voedselveiligheid, zowel nationaal als internationaal. ISO 22000 combineert het beste van twee werelden: concrete voedselveiligheidcondities, gebaseerd op de HACCP-standaard van de Codex Alimentarius, en een effectief management van de beheersmaatregelen op basis van de kwaliteitsmanagementstandaard ISO 9001.

Eind 2008 is ISO 22000 uitgebreid met een sectorspecifieke aanvulling, BSI/PAS 220 geheten. De tekst ervan is opgesteld door Kraft Foods, Danone, Nestlé en Unilever en ingebracht bij het Britse normalisatie-instituut. Naar verwachting zal de publicatie van deze nieuwe aanvulling, de acceptatie van de ISO 22000-systematiek in de markt verder vergroten, met name in de retail.

Vitamines

Behalve een platform voor het opstellen van normen vormen normcommissies ook prima plekken om ervaringen uit te wisselen (zie kaders). Zo kwamen de Europese expertleden van de werkgroep Vitamins van de Europese normcommissie (CEN), die methoden normaliseert waarmee vitamines in voeding kunnen worden gemeten, onlangs tot een verrassende ontdekking. Het bleek dat vitamine C in bepaalde producten niet altijd goed gemeten kan worden met de gebruikelijke analysetechnieken. Het gaat om sommige voedingsmiddelen waaraan vitamine C is toegevoegd in de vorm van beadlets (een soort kleine korreltjes waarin het vitamine verpakt zit). Het blijkt dat de gebruikelijke analysetechniek niet in staat is om de ‘verpakking’ te openen en de vitamine uit de beadlets vrij te maken. Hoewel de vitamine wel in het product zit, wordt er dus niets gemeten. De oorzaak lijkt te liggen in het materiaal waarvan sommige beadlets gemaakt zijn. Een coating van bijvoorbeeld cellulose kan dergelijke problemen veroorzaken. De CEN-werkgroep gaat nu na of dergelijke problemen ook optreden bij andere vitamines en zal proberen daarvoor oplossingen te vinden.

Functionele voedingsmiddelen

Ook volgt NEN de ontwikkelingen op het gebied van functionele voeding nauwlettend en is de organisatie betrokken bij symposia op dit gebied. Tot normen voor dit onderwerp is het nog niet gekomen, maar de verwachting is dat dit in de komende periode wel gaat gebeuren, gezien het toenemende aanbod.

In de winkelschappen staan steeds meer functionele voedingsmiddelen, maar de onderbouwing van de claims op deze producten laat soms te wensen over. Met de publicatie van EU-Verordening 1924/2006 stelt de Europese Commissie paal en perk aan de claims. De verordening maakt onderscheid tussen voedingsclaims (bijvoorbeeld dit product bevat calcium of vetarm) en gezondheidsclaims. De laatste categorie valt uiteen in functieclaims en gezondheidsclaims die een ziekterisicoreductie aangeven. Een voorbeeld van de eerste categorie is: dit product bevat calcium; calcium is belangrijk voor de ontwikkeling van sterke botten. Een voorbeeld van de tweede categorie is: dit product bevat calcium; calcium reduceert het risico op osteoporose op latere leeftijd. Een belangrijk element van de verordening is dat gezondheidsclaims op voedingsmiddelen wetenschappelijk onderbouwd moeten worden.

De criteria die de European Food Safety Authority (EFSA) bij de beoordeling van claims hanteert zijn streng en zullen, naar het zich laat aanzien, voorlopig zo blijven. Dit bleek medio november 2008 bijvoorbeeld uit een uitspraak van professor Albert Flynn, voorzitter van het Scientific Panel on Dietetic Products, Nutritition and Allergies (NDA) van EFSA. Hij maakte bekend dat EFSA niet van plan is haar criteria voor gezondheidsclaims naar beneden bij te stellen. Als de industrie ontevreden is met het werk van EFSA, moet men zich maar richten tot de wetgever (EU). Strenge criteria leiden ertoe dat een flink aantal ingediende claims mogelijk niet zal worden gehonoreerd. Medio december sprak Gertjan Schaafsma van de Hogeschool Arnhem Nijmegen tijdens een symposium zelfs de verwachting uit dat minder dan de helft van de ingediende generieke gezondheidsclaims door de EFSA zal worden goedgekeurd.

Het uiteindelijke doel van Verordening 1924/2006 is dat de geloofwaardigheid van claims of beweringen op producten voor de consument verbeteren. Ten slotte is het toch de consument die de producten koopt en hierbij vooral op zoek is naar geloofwaardigheid en onderbouwing.

Belangstelling Europese Commissie

De Europese Commissie (EC) onderstreept het gebruik van normen bij de handhaving van de (Europese) wetgeving voor voedingsmiddelen. De laatste jaren blijkt dit onder andere uit een toename in het aantal mandaten (opdrachten) dat de EC aan CEN geeft voor het ontwikkelen van nieuwe Europese normen met analysemethoden voor voedingsmiddelen.

Deze mandaten zijn een direct gevolg van de Europese wetgeving EC Regulation 882/2004 (official controls to ensure compliance with feed and food law). Hierin wordt het gebruik van CEN-normen voor controle van Europese wettelijke limietwaardes voor contaminanten (bijvoorbeeld zware metalen, pesticideresidus en mycotoxinen) in voeding expliciet aanbevolen. Een mandaat van de EC gaat vaak gepaard met financiering van activiteiten, zoals het uitvoeren van interlaboratoriumonderzoek om een methode te testen en te valideren.

De volgende zinsnede uit een mandaat geeft op ondubbelzinnige wijze aan hoe de EC denkt over CEN-normen in relatie tot Europese wetegeving: ‘…The establishment of standardized methods of analysis is of utmost importance to guarantee a uniform application and control of the European legislation in all Member States. Standardized methods of analysis are an indispensable element in guaranteeing a high level of food safety’.

De markt zal naar verwachting met deze nieuwe status van normen in het kader van Europese wetgeving meer en meer vragen om het gebruik van de normen.

Meedoen aan normalisatie

Normalisatie is gebaseerd op het principe ‘all parties concerned’: iedereen kan bij het opstellen van normen betrokken zijn. In de praktijk zijn er voor veel onderwerpen zogeheten NEN-normcommissies in het leven geroepen. Een normcommissie is een platform met belanghebbende Nederlandse partijen die deel willen nemen aan normalisatie op zowel nationaal (NEN), Europees (CEN) als mondiaal (ISO) niveau. Door lid te worden van een normcommissie kun je direct invloed op de inhoud van normen uitoefenen en kun je meestemmen of een norm er wel of niet moet komen. Via NEN kun je dus actief meewerken aan het maken van een norm die voor Nederland belangrijk is of juist voorkomen dat er een norm komt die voor Nederland ongunstig uitpakt.

Personen of organisaties die belangstelling hebben voor deelname aan een normcommissie actief in de voedingsmiddelensector kunnen contact opnemen met NEN-Landbouw en levensmiddelen; telefoon: 015-2690366, e-mail: landbouw@nen.nl.

Werkgroep Vitamins

De werkgroep Vitamins bestaat uit vertegenwoordigers van bedrijven, universiteiten en overheid. De normen die ze opstelt zijn bedoeld om Europese bedrijven en toezichthouders, zoals de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), de hoeveelheid vitamines op dezelfde manier te laten bepalen. Daarmee zijn de analysegegevens beter met elkaar te vergelijken. Dit geldt ook voor de gehaltes van vitamines die bijvoorbeeld op de etiketten van allerlei voedingsmiddelen te zien zijn.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 4 van april 2009 op bladzijde 22

Reageer op dit artikel