artikel

Beleidsadviezen voor LNV *

Voedselproductie

Beleidsadviezen voor LNV *

Volgens de Stuurgroep Technology Assessment (TA) is er behoefte aan een integraal kwaliteitsconcept voor verantwoord voedsel dat naast veiligheid en gezondheid ook voldoet aan duurzaamheid, milieu-aspecten, dierenwelzijn, eerlijke handel en arbeidsomstandigheden. De stuurgroep geeft in een advies aan de minister Verburg van LNV concrete adviezen en handvatten: een schijf van zes voor voorlichting over de belangrijkste duurzaamheidsaspecten van voedsel.

Of voeding ‘verantwoord’ is, wordt niet alleen bepaald door de vraag of het voedsel veilig en gezond is. Steeds vaker valt te beluisteren dat voedsel ook duurzaam moet zijn geproduceerd, met aandacht voor milieu, dierenwelzijn, arbeidsomstandigheden en eerlijke handel. Volgens de Stuurgroep TA (zie kader) is er behoefte aan een integraal kwaliteitsconcept voor voedsel en een daarop gebaseerd beleid. Hoe zou zo’n concept er uit kunnen zien? De stuurgroep geeft in een advies aan de minister Verburg van LNV concrete adviezen en handvatten.

Integraal kwaliteitsconcept

Het doel van een integraal kwaliteitsconcept is dat de consument gezond voedsel krijgt, waarbij in alle stappen van de keten ook rekening is gehouden met ‘andere waarden’ in de sfeer van duurzaamheid. Voedselveiligheid is (terecht) als basisniveau gegarandeerd door de overheid. Volgens de Stuurgroep zou de overheid een basisniveau voor alle waarden moeten garanderen. Daar bovenop is dan een bovenbouw mogelijk op basis van vrijwilligheid. Deze bovenbouw wordt overgelaten aan het bedrijfsleven en NGO’s (niet gouvernementele organisaties), maar LNV zou hierbij wel kunnen faciliteren. Transparantie is hierbij essentieel. Voorlichting en het gebruik van logo’s zijn belangrijke instrumenten om deze transparantie te bevorderen en om de gezonde én duurzame keuze gemakkelijker te maken.

Voorlichting
Het Voedingscentrum is verantwoordelijk voor de voorlichting over voeding. Het centrum richt zich op voedselveiligheid, gezond voedsel, gezonde voedingspatronen en (sinds kort ook) op dierenwelzijn. Daarnaast hebben de ministeries van VROM (ruimtelijke ordening) en EZ (economische zaken) Milieu Centraal in het leven geroepen. Milieu Centraal geeft onder andere voorlichting over de milieueffecten van voedsel. De websites van het Voedingscentrum en Milieu Centraal geven veel informatie, maar informatie over sociale aspecten van voedsel (zoals armoede en mensenrechten) ontbreekt nog. Idealiter zou al deze informatie op één website zijn te vinden.

De stuurgroep heeft als eerste idee voor een voorlichtingsinstrument een schijf van zes ontwikkeld die naast de bekende schijf van vijf kan bestaan: zie afbeelding 1. Terwijl de Schijf van vijf wordt gebruikt voor voorlichting over gezonde voeding, kan de schijf van zes worden gebruikt voor voorlichting over de belangrijkste duurzaamheidaspecten van voedsel.

Gebruik van een logo
Op de producten (dat wil zeggen op de verpakking) zelf moet simpele, eenduidige ‘waardeninformatie’ staan. Getallen en kleine letters werken niet. Beter is een logo. Ook hier geeft de Stuurgroep TA een voorzet: in één logo kan worden aangegeven hoe het product scoort op gezondheid en daarnaast op zaken als eerlijke handel, dierenwelzijn, klimaat, visvoorraden en tropisch regenwoud. Zie het klavertje vier (afbeelding 2).

Deze voorzet sluit aan bij de ideeën van de Gezondheidsraad: de consument is gebaat bij één logo met één set duidelijke criteria. Tevens kan een kleurcode worden gebruikt om aan te geven of gehalten gunstig, neutraal of ongunstig zijn voor de gezondheid, zo stelt de raad. De stuurgroep stelt dus voor deze kleurcodering ook in te voeren voor de andere waarden.

Als bezwaar tegen dit soort initiatieven wordt vaak aangevoerd dat dit praktisch niet haalbaar is. Men is bang te belanden in een definitiediscussie: wat is ‘goed’, ‘matig’ of ‘slecht’? Maar soortgelijke bezwaren heeft het bedrijfsleven jarenlang geuit toen het ging om gezondheid. Ook werd gezegd dat van een individueel product moeilijk valt aan te geven of het gezond is of niet. Het gaat immers om het voedingspatroon. Dat is wel zo, maar ook binnen eenzelfde voedingspatroon valt caloriewinst te boeken. Enkele jaren geleden is het bedrijfsleven over al deze bezwaren heengestapt. Waarom zou dat niet kunnen voor duurzaamheid? De voedingsmiddelenindustrie, supermarkten en NGO’s zouden gezamenlijk de schouders eronder moeten zetten om één logo te ontwikkelen voor duurzame voedselkwaliteit.

Logischerwijs vormt zo’n logo een forse versimpeling van de werkelijkheid. De consument die dan nadere informatie wil, kan deze vinden op een genoemde voorlichtingswebsite. Eventueel kan deze informatie merkspecifiek zijn. Dat zou groene concurrentie tussen merken bevorderen.

Buitenland
Hoe wordt in andere landen het voedselbeleid ingevuld? Enkele Noord-Franse dorpen hebben succes geboekt met een campagne tegen overgewicht bij kinderen. Er kwamen meer gymnastiekleraren en fietspaden en individuele personen en families kregen check-ups en adviezen. Ook in Nederland zijn er lokale initiatieven. Amsterdam voert de laatste jaren een actief beleid gericht op gezonde voeding: de ‘Proeftuin Amsterdam’. Zorgverzekeraars, scholen en horeca zijn hierbij betrokken en er is een belangrijke rol weggelegd voor locale producten.

De Engelse overheid heeft na de BSE-crisis besloten een veel actievere rol in het voedingsbeleid te spelen. Op scholen worden verplichte kooklessen gegeven en tussen de middag worden gezonde maaltijden aangeboden. Er is zelfs een financiële beloning voor dikke mensen die afslanken. Zo wordt de gezonde keuze gemakkelijker gemaakt. De Food Standard Agency (FSA, de Engelse equivalent van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit) richt zich in haar communicatie niet alleen op wat de FSA zelf belangrijk vindt, maar vooral ook op wat consumenten zélf willen weten. Men verzamelt informatie via uitgebreide consumentenonderzoeken. Het bestuur van de FSA vergadert in het openbaar. Daarnaast worden consumenten- en producentenorganisaties en overige belanghebbenden meerdere malen per jaar geraadpleegd over nieuwe beleidsinitiatieven. In praktijk blijkt dit niet altijd te leiden tot transparanter beleid: veel belanghebbenden hebben te weinig menskracht om van alle geboden inspraakmogelijkheden daadwerkelijke gebruik te maken.

Nederlands beleid
De overheid leunt op dit moment volledig op voorlichting en benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van de consument. Men verwacht hier (te) veel van. De stuurgroep is van mening dat meer prikkels nodig zijn om de gezonde en duurzame keuze gemakkelijker te maken. Zo heeft in 2007 de werkgroep IBO-preventie (gericht op interdepartementaal beleidsonderzoek) de minister van VWS geadviseerd de mogelijkheden te onderzoeken voor een financiële prikkel om mensen tot gezond eten te verleiden. Kunnen bepaalde productcategorieën bijvoorbeeld onder het hoge BTW-tarief worden gebracht? De minister van VWS heeft echter aangegeven dat het lastig is ongezonde voeding te definiëren naar afzonderlijke producten en dat zulke maatregelen niet eenvoudig zijn in te passen in Europese wetgeving. Vraag is echter of dit ‘onneembare hobbels’ zijn.

Convenant Duurzame Voeding
Begin 2005 tekenden de eerste tien partijen het Convenant Overgewicht. Een convenant is gebaseerd op vrijwilligheid. Garanties zijn dus niet te geven. Maar dit convenant heeft zeker resultaat gehad. Zo is de kwaliteit van voedsel dat wordt geleverd onder het Ik Kies Bewust logo duidelijk verbeterd, met name wat betreft de gehalten zout, suiker en verzadigd vet. Maar als het gaat om reclame en de inrichting van de supermarkt blijkt er nog weinig veranderd. De uitkomsten van de jaarlijkse evaluatie van het convenant kunnen aanleiding vormen voor meer bindende maatregelen zoals regelgeving en heffingen (bijvoorbeeld een heffing op calorieën), of door openbaar te maken welke bedrijven goed dan wel slecht presteren. Momenteel ontbreekt voorlichting over verschillen tussen concurrerende ketens en merken, met enkele uitzonderingen zoals Eko, Fair Trade en MSC (Marine Stewardship Council). Daarnaast zou een convenant Duurzame Voeding kunnen worden afgesloten, bij voorkeur in combinatie met het huidige Convenant Overgewicht, om zo ook gezamenlijk aan ‘andere waarden’ te werken.

Binnenkort komt de minister van LNV met de nota ‘Voor goed eten’. Dan zal blijken of ook LNV kiest voor een actievere overheidsrol binnen het voedselbeleid. Dat zou een belangrijke stap zijn naar een gezondere én duurzamere voeding in Nederland.

Referentie
Wouter van der Weijden (ed) 2008. Voedselkwaliteit: waarden voor je geld. Advies aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Stuurgroep Technology Assessment.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 5 van mei 2009 op bladzijde 21

Reageer op dit artikel