artikel

Klimaatweegschaal: de invloed van voedsel op het klimaat *

Voedselproductie

Klimaatweegschaal: de invloed van voedsel op het klimaat *

Zowel de productie als consumptie van voedsel heeft consequenties voor het milieu. Om de invloed van eten op het klimaat te meten heeft het Voedingscentrum het interactieve rekeninstrument de Klimaatweegschaal ontwikkeld. Daarmee kunnen consumenten spelenderwijs inzicht krijgen in het klimaateffect van hun maaltijd en komen zij te weten wat de invloed van de keuze van ingrediënten, koken en bewaren op het milieu is.

Zowel de productie als de consumptie van voedsel heeft effect op het milieu. Denk bijvoorbeeld aan landgebruik, wateronttrekking, bestrijdingsmiddelengebruik, verzuring, vermesting en overbevissing. De productie van voedsel speelt ook een grote rol in het broeikaseffect, onder meer door de uitstoot van CO2.

Bijna de helft van de Nederlanders vindt het belangrijk om te weten hoe belastend hun voedselkeuze voor het klimaat is, maar kan dat niet aan een product zien. Men vindt de informatievoorziening hierover dan ook ontoereikend. Een werkgroep heeft onderzocht welke mogelijkheden veelbelovend zijn als het gaat om informatieoverdracht aan de consument over de CO2-uitstoot. De studie noemt een aantal keuzeaspecten die invloed hebben op de klimaatbelasting van voeding. In lijn met deze studies hebben het Voedingscentrum en CLM Onderzoek & Advies gezamenlijk de  klimaatweegschaal ontwikkeld.

De Klimaatweegschaal is een internettoegankelijk instrument waarvan twee varianten zijn ontwikkeld, een eenvoudige basisversie en een uitgebreide versie. De basisversie is gebruiksvriendelijker omdat het aantal opties aanzienlijk is beperkt. De uitgebreide versie daarentegen heeft veel meer keuzemogelijkheden in ingrediënten en laat de gevolgen van het eigen kookgedrag beter zien. Beide varianten van de Klimaatweegschaal maken gebruik van dezelfde database met broeikasgasemissies van voedingsmiddelen en een rekenmodule. Ook worden de resultaten op dezelfde wijze weergegeven.

Database
Om de Klimaatweegschaal te kunnen ontwikkelen is het van belang dat er van voldoende  voedselproducten broeikasgas-emissiecijfers bekend zijn en dat deze betrouwbaar zijn. Daarom is eerst een database ontwikkeld met emissiecijfers van voedselproducten. Hiervoor is gebruikgemaakt van drie verschillende basisbronnen: het Regionaal Klimaatmodel van CLM; specifieke  wetenschappelijke LCA-studies (levenscyclusanalyse-studies) van Nederlandse voedingsmiddelen, zoals van Blonk Milieu Advies; het Energie Analyse Programma (EAP) van het Centrum voor Energie- en Milieuwetenschappen IVEM van de Rijksuniversiteit Groningen.

Voor de Klimaatweegschaal hebben deze  gegevens alleen betrekking op de keten tot en met de supermarkt. Het restant van de keten is afhankelijk van het gedrag van de consument en wordt in de Klimaatweegschaal berekend.

Seizoenen
Een deel van de voedselproducten, met name groenten en fruit, heeft een broeikaspotentieel dat grote variatie vertoont gedurende het jaar. Dit komt deels doordat het land van herkomst per seizoen kan verschillen en daarmee het broeikaspotentieel en deels doordat het energiegebruik bij de bedekte teelt door het jaar verschilt. Bijvoorbeeld voor de productie van paprika in een Nederlandse kas in februari is meer energie nodig dan voor dezelfde paprika geoogst in augustus. Voor verse groenten en fruit is daarom per maand het broeikaspotentieel bepaald. Hiervoor is gebruikgemaakt van de groente- en fruitkalender van Milieu Centraal, die het land van herkomst en de wijze van transport geeft, aangevuld met gegevens uit de KWIN glastuinbouw (Kwantitatieve Informatie voor de glastuinbouw).

De bovenstaande aanpak en de daaruit voortvloeiende broeikasgas-emissiecijfers zijn getoetst aan andere in Nederland beschikbare datasets en besproken in bijeenkomsten met diverse experts.

Rekenmodule
Met de rekenmodule wordt enerzijds het totale broeikaspotentieel van alle gebruikte ingrediënten berekend en anderzijds wordt de invloed van het kookgedrag bepaald. De invloed van het kookgedrag hangt samen met de energievraag, die bepaald wordt aan de hand van de wijze van boodschappen doen (vervoersmiddel, afstand, hoe vaak per week), de wijze van bewaren (koelkast of vriezer, bewaartijd) en de wijze van koken (soort pan, soort fornuis, hoeveelheid water, deksel op de pan). Voor de basisversie hoeven genoemde gedragscomponenten niet ingevuld te worden, maar wordt gebruikgemaakt van gemiddelde waarden op basis van de gemiddelde consumptie (Voedsel Consumptie Peiling 1998), kookboeken (hoeveelheid per persoon, wijze van bereiden, kooktijd, waterverbruik, type pan) en Nederlandse gemiddelden (penetratiegraden kooktoestellen, gemiddelde bewaarduur, gemiddelde afstand boodschappen, wijze van boodschappen doen). Gemiddelden in de basisversie zijn gebaseerd op een maaltijd voor vier personen. De emissies voor het weggooien van etensresten worden ook meegenomen.

In tegenstelling tot de overige modules is dit per maaltijd een vaste waarde die alleen afhankelijk is van het aantal personen dat de maaltijd consumeert. De Klimaatweegschaal is getest in een bijeenkomst met experts waarbij ook de aannames zijn besproken.

Weergave resultaten
De uitkomsten worden weergegeven in staafdiagrammen. Dit is geen absolute waarde maar een relatieve schaal. Dit is gedaan om inzicht te geven, zonder grote exactheid te communiceren. LCA’s van voedingsmiddelen hebben namelijk doorgaans een foutmarge van meer dan 10 procent (7). De relatieve schaal geeft aan hoe de maaltijd, het ‘kookgedrag’ en de verschillende componenten zich verhouden ten opzichte van het gemiddelde en de vorige keuze. Het gemiddelde is bepaald door ruim 300 maaltijden – bestaande uit de meest gegeten ingrediënten – door te rekenen.

Grootste factoren
De Klimaatweegschaal geeft inzicht in de vraag welke factoren het meeste effect hebben op de klimaatbelasting van een maaltijd en hoe de consument zelf hierin kan sturen. Deze factoren zijn:
– De portiegrootte, met name van vlees en kaas.
– De keuze van de eiwitbron: plantaardig of dierlijk, rund, varken, kip of ei.
– Boodschappen doen met de fiets of de auto.
– Deksel op de pan of niet, hoeveelheid gebruikt water.
– Koken op gas of elektrisch in de oven of op de barbecue.
– Groente van het seizoen, uit de kas of per vliegtuig vervoerd.
– Aardappelen, frites, pasta of rijst.
– Het aantal eters en het aantal pannen.
– Bewaartijd: vers of geconserveerd in glas of lang in de vriezer bewaard.

Een duidelijke uitkomst is ook dat de inname van minder calorieën en minder snacks en tussendoortjes bijdraagt aan zowel gezondheid als een lagere klimaatbelasting. Net als het kiezen uit de vakken van de Schijf van Vijf en eten volgens de aanbevolen hoeveelheden.

Referenties
1. Motivaction, Consument wil meer informatie over klimaatbelasting van eten, 2009.
2. DuVo, CO2-labeling van voeding, Stichting DuVo, Rotterdam, 2008.
3. Blonk H, Kool A & Luske B, Milieueffecten Nederlandse consumptie van eiwitrijke producten, Blonk Milieuadvies, Gouda, 2008.
4. Nijdam D & Wilting H, Milieudruk consumptie in
beeld. RIVM, Bilthoven, 2003.
5. Tukker A, Huppes G, Geerken T e.a., Environmental Impact of Products (EIPRO), 2006.
6. Kramer KJ, Food matters: on reducing energy use and greenhouse gas emissions from household food consumption. Groningen, 2000.
7. Prakash S, Manhart A, Stratmann B & Reintjes N, Environmental product indicators and benchmarks in the context of environmental labels and declarations, Freiburg, 2008.
8. Van der Weijden W, Voedselkwaliteit: waarden voor je geld, Stuurgroep Technology Assessment, Culemborg 2008.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 11 van november 2009 op bladzijde 12

Reageer op dit artikel