artikel

‘Voedselzekerheid en -veiligheid voor iedereen’ *

Voedselproductie

‘Voedselzekerheid en -veiligheid voor iedereen’ *

‘Voedselzekerheid en -veiligheid voor iedereen’ luidde het thema van het 19de Internationale Voedingscongres (ICN), gehouden in Bangkok van 4 tot 9 oktober. In een wereld waarin zowel de kennis als het kapitaal aanwezig is om honger te bestrijden, wilde het ICN congres een platform zijn voor innovatieve oplossingen om de kwaliteit van leven van gemeenschappen over de hele wereld te verbeteren.

Dit kan bijvoorbeeld door te zorgen voor een veilige en gezonde voedselvoorziening voor iedereen en het tot stand brengen van basisvoorzieningen in de gezondheidszorg. Het programma benaderde daarbij voeding als een geïntegreerde interdisciplinaire wetenschap. Een wetenschap met een link naar biomedische- en gezondheidswetenschappen, landbouw, sociale en gedragswetenschappen, om uiteindelijk te komen tot ‘evidence-based’-beleid en programma’s. Ruim 4000 wetenschappers spraken gedurende 5 dagen over voeding, gezondheid, ondervoeding en overvoeding. De onderwerpen waren verdeeld over zeer grote plenaire sessies met duizenden bezoekers tot relatief kleine sessies, bezocht door enkele tientallen personen. Onderwerpen varieerden van zeer fundamenteel (als omics), via basaal onderzoek (monitoring van de voedingsinname en –status), tot beleidsmatig ingestoken bijeenkomsten (hoe de wereldproblemen op het gebied van voeding en gezondheid aanpakken en oplossen).

Cascade-design
Gezien de aanwezigheid van een brede waaier van professionals uit het domein van voeding en gezondheid, bestond ICN 2009 uit een ‘Cascade-design’ waarbij verschillende subthema’s gedefinieerd werden. De voornaamste cascades waren:
– Wetenschappelijk onderbouwde kennis en modelling in voedingswetenschap en voedingsgebaseerde strategieën.
– Integratie van landbouw, voedingssystemen, inheemse keukens en kwaliteit van het voedingspatroon.
– Toepassen van kennis voor beleidsformuleringen, probleemoplossingen, ziektepreventie en gezondheidspromotie.

Drie cascades werden met elkaar verbonden door het thema ‘pioniers in voedingsonderzoek’.

Verschuivingen
Tijdens de opening van het congres werd vooral de nadruk gelegd op uitdagingen en barrières bij het streven naar voedingswelzijn en gezondheid in de 21ste eeuw. Barry Popkin, professor nutrition aan de Universiteit van North Carolina (VS), sloot dan ook de eerste congresdag af met een overzicht van de belangrijkste verschuivingen in ons voedings- en leefstijlpatroon, nutrition transition genaamd. Kenmerk van deze verschuiving is een toename van de consumptie van ‘ongezonde’ voedingsmiddelen, die samengaat met een toegenomen prevalentie van overgewicht in laag- en midden-inkomenslanden; wereldwijd lijden nu al 1,6 miljard mensen aan overgewicht.

Voedingsmiddelen rijk aan vitaminen, mineralen en micronutriënten als fruit, groenten en volle graanproducten worden vervangen door voedingsmiddelen rijk aan (toegevoegde) suikers, verzadigde vetten en zout. Daarbij drinken mensen anders: er wordt minder gewoon water gedronken en er is een toename in de consumptie van calorieën uit dranken (die niet gecompenseerd worden). Ook is het aantal eetmomenten toegenomen (snacking), neemt het gebruik van olie en vetten toe (frituren), en verandert het gedrag van consumenten richting fastfood en minder bewegen. Deze trends begonnen in ontwikkelde, geïndustrialiseerde landen en breiden zich nu uit naar ontwikkelingslanden.

Beleid
De ontwikkelingslanden, die nog steeds kampen met honger, krijgen nu in toenemende mate te maken met de gezondheidsproblemen die geassocieerd zijn met overconsumptie (overgewicht en obesitas), de zogenaamde ‘dual burden of disease’. Deze verschuiving heeft belangrijke consequenties voor de volksgezondheid, risicofactoren voor ziekten, economische groei en het (inter)nationale voedingsbeleid. Daarom wordt ook heel wat aandacht besteed aan het bouwen van mondiale partnerschappen in de strijd tegen honger, ondervoeding, obesitas, hart- en vaatlijden, diabetes, kanker en andere chronische ziekten. Zo wordt kennis gedeeld en kan er preventief worden opgetreden op verschillende niveaus.

Benadrukt werd dat voedinginname naast de smaak, de prijs en de beschikbaarheid ook in belangrijke mate bepaald wordt door marketingstrategieën. Slechts een zeer klein percentage van de aankopen van consumenten gebeurt bewust. Het voorlichten van de consument geeft daarom niet voldoende garantie om te komen tot een gezonder voedingspatroon. Daarnaast zijn beleids- en financiële interventies nodig. Sprekers noemden succesvolle voorbeelden van beleidsopties, zoals belastingen op bepaalde producten of het aan banden leggen van marketing. Ook het belang van de landbouw en een goed landbouwbeleid bij het verbeteren van de totale voedselproductieketen werd benadrukt, met daarbij een sterkere positie voor de landbouwer en kleinschalige voedselproducenten.

Er waren bovendien enkele boeiende lezingen over moleculaire genetica en epigenetics in relatie tot voeding, waarbij het EU NuGoproject prominent aanwezig was. Het gebruik van omics technologiën (bijvoorbeeld nutrigenomics, transcriptomics en proteomics) lijkt veelbelovend om te discrimineren tussen individuen die meer of minder zullen profiteren van een verschuiving in het voedingspatroon of om aan te duiden wat het beste moment is om een interventie te starten, maar staat nog ver van praktische toepasbaarheid binnen het bedrijfsleven of gebruik in het voedingsbeleid.

Voedselverrijking
Tijdens het congres werd ook verder ingegaan op ‘early life programming’. Er lijken bewijzen gevonden te zijn dat ondervoeding van de moeder gedurende de foetale periode kan leiden tot chronische ziekten bij het kind op latere leeftijd. Veelal wordt geboortegewicht gebruikt als een indicator voor ondervoeding tijdens de foetale periode. Volgens professor David Barker (Southampton, Verenigd Koninkrijk) speelt ook de placenta een centrale rol in ‘foetaal programming’ en bestaat er een interactie tussen de effecten van de placenta en de voeding van de moeder tijdens de zwangerschap. Een gezonde voeding voor de aanstaande moeder is daarom essentieel.

In verscheidene lezingen belichtten sprekers het probleem van voedselverrijking en voedingssupplementen in de geïndustrialiseerde landen. Er werd gewezen op mogelijk schadelijke blootstellingen aan nutriënten door de huidige trends van voedselverrijking en de inname van voedingssupplementen in verschillende bevolkingsgroepen, waaronder eveneens kinderen. Deze bevindingen sturen aan op verder fundamenteel onderzoek naar de risico’s en voordelen van voedselverrijking en voedingssupplementen. In dit kader werden ook diverse voorbeelden voorgesteld van biofortificatie (als golden rice), waarin de te verrijken component in hoge(re) mate in het basisvoedsel aanwezig is.

‘Millennium development goals’
Ook was er een ruim gamma aan beleidsgerichte sessies in Bangkok. Boeiende discussies vonden plaats tussen verscheidene sectoren en instellingen (industrie, non-gouvernementele organisaties zoals WHO, FAO, Unicef, Wereldbank, World Food Program, GAIN, nationale en supranationale overheden, onderzoeksinstituten en universiteiten), waarin uitdagingen en barrières voor de ICN 2009 doelstelling ‘Voedselzekerheid en -veiligheid voor iedereen’ geïdentificeerd werden. Met name het aangaan van publiek-private partnerships biedt mogelijkheden voor een mondiale aanpak van de geïdentificeerde problemen. Er is veel kennis op het gebied van voeding in relatie tot gezondheid. De aandacht moet verschuiven van “what to do” naar “how to do”, zowel op het gebied van ondervoeding als overvoeding.

De uitdagingen werden vaak belicht in het kader van de ‘millennium development goals’, met name 4, 5 en 6 (het verminderen van kindersterfte, het verbeteren van gezondheid van moeders, het bestrijden van HIV/AIDS, malaria en andere ziekten; zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Millenniumdoelstellingen). Op basis van kennis (evidencebased nutrition) moet er gezamenlijk gestreefd worden naar het opschalen van succesvolle interventies en moeten alle partijen daarin leiderschap tonen.

Al met al was het wederom een groot maar ook zeer zinvol congres om te bezoeken. Enerzijds vanwege de grote verscheidenheid aan onderwerpen waardoor het goed mogelijk was nieuwe kennis op te doen dan wel oude kennis op te frissen. Anderzijds is zo’n groots evenement ook geschikt om het netwerk uit te bouwen. Over vier jaar is het 20e ICN congres in Granada, Spanje en over acht jaar het 21e in Buenos Aires, Argentinië. Tussendoor vindt in Europa over twee jaar de FENS (Federation of European Nutrition Societies) plaats in Madrid, Spanje.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 12 van december 2009 op bladzijde 28

Reageer op dit artikel