artikel

Vlees, zuivel, dranken en extra’s bepalen voor milieudruk van ons eten *

Voedselproductie

Vlees, zuivel, dranken en extra’s bepalen voor milieudruk van ons eten *

In 2010 heeft het Voedingscentrum met Blonk Consultants een aantal scenario’s doorgerekend, waaruit bleek dat vegetari- sche, mediterrane en veganistische voedingen een veel lagere klimaatbelasting en landgebruik hebben dan de gemiddelde Nederlandse consumptie. Deze berekeningen waren gebaseerd op de Voedselconsumptiepeiling van 1997-1998. Sinds 2011 zijn er nieuwe cijfers bekend: de Voedselconsumptiepeiling 2007-2010. Reden om de milieudruk van onze voeding opnieuw onder de loep te nemen.

Met behulp van de beschikbare data uit Levens Cyclus Analyses met betrekking tot milieubelasting van voedingsmiddelen heeft Blonk Consultants het huidige voedselpatroon van volwassenen doorgerekend. In de basisdata van de VCP 2007/2010 zijn 161 productgroepen onderscheiden, waarvan de 100 meest-geconsumeerd zijn meegenomen in de analyse. Deze vertegenwoordigen samen meer dan 99% van het geconsumeerde gewicht en daarmee de milieu-impact. In dit onderzoek zijn de meeste fasen in de levenscyclus van producten van boerderij tot en met de consument meegenomen. De berekening is, in tegenstelling tot het onderzoek van 2010 voor zowel mannen als vrouwen gedaan. Daarbij is gekeken naar broeikasgasemissies, landgebruik en energiegebruik.

Mannen meer belastend dan vrouwen
De broeikasgasuitstoot voor mannen komt neer op 3,5 kg CO2eq/dag en voor vrouwen 2,8 kg. De voeding van mannen zorgt voor een 26% hogere uitstoot van broeikasgassen dan die van vrouwen. Voor landgebruik en energiegebruik ligt het in dezelfde orde van 25%. De verklaring hiervoor is dat mannen meer eten. Maar dat is niet de enige factor: ze eten zowel in grammen als in procenten meer vlees. Bij vrouwen is het aandeel van de milieubelasting relatief hoger voor zuivel, extra’s en dranken. Het fossiele energiegebruik is ongeveer twee maal (m: 6500 kcal, v: 5280 kcal) de hoeveelheid energie die de voeding levert.

Vervolgens is gekeken of, wanneer volwassenen meer volgens de Richtlijnen Goede Voeding en Richtlijnen Voedselkeuze zouden gaan eten, ze dan een lagere milieubelasting zouden krijgen. Eten volgens de RGV blijkt bij zowel mannen (-13%) als vrouwen (-3%) een gunstig effect te hebben op de klimaatbelasting van de voeding. Voor landgebruik is het effect groter (-27 en -15%) en voor energieverbruik is er nauwelijks een verbetering. Dit komt omdat het Voedingscentrum aanbeveelt meer groente, fruit, graanproducten en zuivel te eten. In Nederland worden vooral energie-intensieve kasgroenten gegeten, zoals paprika, tomaat en komkommer. De aanbeveling om twee maal zoveel groente en fruit te eten, geeft dus een hoger energiegebruik als dezelfde verhouding wordt gegeten. Naar het effect van een advies om groente en fruit van het seizoen te eten is niet gekeken.

De grote vier
De berekeningen zijn gedaan op basis van de productgroepen uit de Schijf van Vijf en Voedselconsumptiepeiling, opgesplitst in de 100 meest relevante subgroepen. Op basis daarvan kunnen we zien welke productgroepen het meeste bijdragen aan de milieudruk van ons eten. Vier productgroepen zorgen voor 77% van de klimaatbelasting. Vlees, zuivel, dranken en extra’s. Dit zijn dus de grote vier.

Vlees en zuivel samen zijn verantwoordelijk voor 50% van de klimaatbelasting van ons voedingspatroon. Dit komt overeen met andere onderzoeken. Bij energie- en landgebruik heeft na vlees de productgroep niet-alcoholische dranken de meeste impact. Daarbij moet je denken aan koffie, frisdrank, thee en vruchtensap.

Dat extra’s en dranken ook een hoge impact hebben is een belangrijke conclusie voor de keuze van consumenten. Extra’s betreffen qua voedingswaarde overbodige producten in ons patroon, zoals koek, snoep, snacks en alcohol, en kunnen dus worden weggelaten. Het advies om minder uit het vak met de dierlijke eiwitrijke producten te eten en minder extra’s te consumeren zorgt ervoor dat het aanbevolen voedselpatroon een lagere milieubelasting heeft.

Positieve trends sinds 1998
De resultaten wijzen erop dat de milieudruk gedaald lijkt ten opzichte van de voedselconsumptiepeiling van 12 jaar eerder.

Vooral een lichte daling in de consumptie van vlees, maar ook van oliën, vetten en zuivel (alleen bij vrouwen) kan dat verklaren. De VCP geeft aan, in tegenstelling tot de productiestatistieken van het CBS die nauwelijks daling laten zien, dat de consumptie van vlees gedaald is van 128 naar 112 gram voor mannen en van 95 naar 78 gram voor vrouwen (mediaan, niet gemiddelde). We zijn vooral minder varkensvlees gaan eten. Naast een lagere vleesconsumptie lijkt het dat vrouwen minder zuivel zijn gaan consumeren. Zowel mannen als vrouwen zijn minder melk gaan drinken, maar mannen hebben dat gecompenseerd met melkdranken en zuiveltoetjes.  De visconsumptie lijkt licht gestegen.

Een ander positief milieueffect is dat mannen minder alcohol zijn gaan drinken. Het betreft ruim een fles bier per week. Daarentegen zijn consumenten per dag twee consumpties niet-alcoholische dranken meer gaan drinken. De daling in koffieconsumptie (en thee bij mannen) is deels gecompenseerd door een stijging in de consumptie van frisdrank en vruchtensap. Een opvallende trend is een sterke toename in de consumptie van het weinig milieubelastende water; ongeveer 250 ml pp per dag. De totale impact van dranken is niet gedaald.

Het onderzoek houdt een slag om de arm omdat de resultaten van 1998 en 2010 moeilijk te vergelijken zijn, zoals het RIVM ook aangeeft. Niet alleen zijn er andere meetmethodes voor consumptie gebruikt, ook zijn de productgroepindelingen en de leeftijdscategorieën iets veranderd. Waar mogelijk is daarvoor gecorrigeerd.
Naast een verandering in consumptie zijn er ook aanwijzingen dat de productiemethoden in de loop van de jaren efficiënter en minder milieubelastend zijn geworden, bijvoorbeeld van varkensvlees.

Simpele keuzes
Een van de belangrijke uitkomsten van het onderzoek is dat met eenvoudige keuzes tussen producten de consument de milieudruk van zijn eten aanzienlijk kan verlagen. Daarbij speelt dus niet alleen de consumptie van vlees een rol, maar ook die van zuivel, dranken en extra’s.

Bij dranken kunnen makkelijk keuzes gemaakt worden om de milieubelasting te verlagen: bijvoorbeeld kraanwater en thee, in plaats van mineraalwater, koffie, vruchtensappen en frisdranken. In het huidige consumptiepatroon bepalen frisdranken, vruchtensappen, koffie (niet-alcoholisch), wijn en bier (alcoholisch) nu nog het overgrote groot deel van het fossiele energiegebruik van dranken.

In het internationale klimaatbeleid is afgesproken om in 2020 de klimaatbelasting met 20% te verlagen. Omdat voeding tot wel een vijfde tot derde van je klimaatbelasting bepaalt, is het ook belangrijk op je voeding te letten en niet alleen naar het energielabel van je auto of naar spaarlampen te kijken. Erg hoog is ook de bijdrage van voedselproductie aan landgebruik wereldwijd. Dat levert nu al grote problemen op, denk aan het kappen van regenwoud. Binnen de EU alleen al wordt twee derde van de landbouwgrond gebruikt voor veeteelt en veevoer. 

Het Voedingscentrum heeft op basis van de productgroepen een lijst gemaakt van keuzes die de klimaatbelasting per keuze met zeker 5 of 10% omlaag brengen. Voorbeelden zijn een dag in de week een plantaardige vleesvervanger in plaats van vlees eten, kleinere porties rundvlees (70  i.p.v. 100 gram),  geen suiker meer in de koffie en thee of 2 glazen kraanwater in plaats van frisdrank drinken. Met drie of vier simpele keuzes kun je dus je klimaatbelasting van je eten met een vijfde verlagen. Dat is een doelstelling die voor iedereen haalbaar is.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 1/2 van januari/februari 2013 op bladzijde 24

Reageer op dit artikel