artikel

Voedselveiligheid van nieuwe eiwitten *

Voedselproductie

Voedselveiligheid van nieuwe eiwitten *

De consumptie van dierlijke eiwitten is sterk toegenomen door een stijgende wereldbevolking en opgekomen economieën als China en India. Dit heeft grote gevolgen voor de voedselvoorziening en het milieu. Om land- en energieverbruik terug te dringen moet een eiwittransitie plaatsvinden waarbij minder vlees wordt gegeten, en vlees wordt vervangen door alternatieve eiwitbronnen (1,2). Deze alternatieven moeten echter wel veilig zijn voor consumenten.

Momenteel wordt de toepassing van verschillende vormen van nieuwe eiwitbronnen in voedingsmiddelen en diervoeders, zoals insecten, algen, zeewier, eendenkroos, raapzaad onderzocht.

Deze nieuwe eiwitbronnen blijken in de meeste gevallen bij te kunnen dragen aan de volksgezondheid door hun goede nutritionele eigenschappen. Ze zijn vaak vetarm, bevatten relatief weinig verzadigd vet, en geven een relatief hoog gevoel van verzadiging bij een relatief lage calorie-inname (3). Ondanks dat nieuwe eiwitten in het algemeen gunstige nutritionele eigenschappen hebben, is het nog niet bekend of deze eiwitten ook veilig zijn. Daarom zijn producenten die nieuwe eiwitten en daarvan afgeleide producten in de Europese Unie op de markt willen brengen, wettelijk verplicht informatie aan te leveren waaruit blijkt dat het nieuwe eiwit veilig is voor de consument.

Novel food-wetgeving
In de Europese Unie (EU) zijn regels vastgesteld in de Novel Food Verordening (EG) nr. 258/97 voor de toelating van nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten. In deze Verordening zijn nieuwe voedingsmiddelen gedefinieerd als voedingsmiddelen afkomstig van producten die vóór 15 mei 1997 nog niet in de EU als voedingsmiddel op de markt waren of niet in significante mate werden geconsumeerd. Het kan ook producten betreffen afkomstig van processen, die vóór 15 mei 1997 nog niet in de EU als proces voor vervaardiging van voedingsmiddelen in significante mate werden gebruikt.

Voordat een producent een nieuw eiwit op de markt kan brengen, dient hij een toelatingsprocedure te doorlopen, waarbij de nieuwe eiwitten onderzocht worden op mogelijke risico’s voor de volksgezondheid als gevolg van consumptie. Hiervoor wordt onderzoek gedaan naar de samenstelling, voedingswaarde en het metabolisme, het beoogde gebruik en inname van de eiwitten, concentraties van mogelijke contaminanten in het nieuwe eiwit, en verzamelen onderzoekers microbiologische en toxicologische data. Specifiek voor eiwitten moet naar de potentiële allergeniteit gekeken worden, omdat bij voedselallergieën eiwitten vaak een rol spelen. Ook mogelijke kruisreacties met andere allergenen kunnen hierbij plaatsvinden.

Indien aangetoond kan worden dat het nieuwe eiwit overeenkomt met een bestaand voedingsmiddel op de Europese markt, mag de producent het na notificatie zonder verdere veiligheidsbeoordeling op de markt plaatsen. Wanneer er echter verschillen zijn, worden de eiwitten allereerst beoordeeld door de lidstaat in de EU waar de aanvraag door de producent is ingediend. Daarna wordt het dossier beoordeeld door de andere lidstaten in de EU. Wanneer er aanvullende vragen zijn, stelt de EFSA (European Food Safety Authority) een risicobeoordeling op. Een beslissing over markttoelating wordt dan genomen door de lidstaten in de Standing Committee on Food Chain and Animal Health (SCoFCAH). Wanneer een eiwit wordt geautoriseerd, geldt de toelating alleen voor het product van de producent die de toelating heeft aangevraagd. Het is daarna wel eenvoudiger voor andere producenten om een product dat vergelijkbaar is op de markt te brengen.

Onduidelijkheden in regelgeving
Wanneer producenten van nieuwe eiwitten hun producten op de markt willen brengen, hebben ze naast de Novel Food Verordening ook te maken met andere wetgeving. Omdat de eiwitten nieuw zijn, zijn nog niet alle aspecten in de regelgeving opgenomen of op elkaar afgestemd. Bij insecten is het bijvoorbeeld niet bekend welk diervoeder voor de insecten gebruikt mag worden, omdat insecten nog niet eenduidig worden genoemd in de diervoederregelgeving. Daarnaast is het niet duidelijk of insecten zelf mogen worden toegepast in diervoeder. Dit in tegenstelling tot de nieuwe plantaardige eiwitten. De introductie van nieuwe eiwitten vereist dan ook verduidelijking van de wetgeving.

Veiligheidsaspecten
Veiligheidsaspecten van nieuwe eiwitten zijn intrinsiek aan het product. Tegelijkertijd kunnen mogelijke gevaren worden veroorzaakt door productiewijze, productieomstandigheden en procescondities.

De keuze van (plant)variëteit of diersoort van de eiwitbron kan van invloed zijn op de voedselveiligheid, aangezien er verschil kan zijn in allergeniteit, metabolisme, en samenstelling (zoals anti-nutritionele factoren en toxines). Zo bevatte raapzaad vroeger een hoog gehalte aan de anti-nutritionele factoren erucazuur en glucosinolaten. Door veredeling is het gehalte aan anti-nutritionele factoren verlaagd, waardoor raapzaad nu geschikter is voor toepassing in voedingsmiddelen en diervoerders.

De productiewijze en de -omstandigheden zijn van belang om potentiële gevaren van nieuwe eiwitten te voorkomen. Het diervoeder van insecten kan bijvoorbeeld allerlei contaminanten bevatten (mycotoxinen, zware metalen, pesticiden, dioxines) die de insecten kunnen accumuleren of metaboliseren. De keuze van het diervoeder voor insecten is dus van belang. Omdat reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie in samenstelling variëren, kunnen ze, indien gebruikt als diervoeder, een gevaar voor de voedselveiligheid opleveren. Hetzelfde geldt voor algen, zeewier, eendenkroos en raapzaad, die zware metalen uit hun leefomgeving kunnen opnemen en accumuleren. Het is daarom van belang om deze planten op gecontroleerde wijze te produceren.

Procescondities van de nieuwe eiwitproducten (als ingrediënt of in zijn geheel) kunnen ook invloed hebben op de voedselveiligheid. Wanneer de nieuwe eiwitproducten verhit worden, kunnen verschillende nieuwe componenten (‘neo-formed processing components’) zoals acrylamide worden gevormd. Ook het gebruik van oplosmiddelen voor de extractie van eiwitten kunnen de voedselveiligheid beïnvloeden. Bij de ontwikkeling van nieuwe producten zullen producenten al deze aspecten mee moeten wegen.

Marktintroductie
De marktintroductie van nieuwe eiwitten in voedingsmiddelen zal nog enige tijd duren. Het tijdspad voor het indienen en de beoordeling van een novel food-dossier duurt mogelijk enkele jaren. Wanneer producten eenmaal geautoriseerd zijn, kan een versnelling optreden omdat vergelijkbare producten dan ook sneller op de markt kunnen worden toegelaten. De eerste toepassingen worden op korte termijn met name in diervoeders verwacht. Momenteel voert men diervoederproeven uit om de nutritionele effecten van nieuwe eiwitten op diergezondheid te onderzoeken.

Referenties

  1. Profetas. (2006). Mensheid gediend bij lagere vleesconsumptie. Persbericht. http://www.profetas.nl/pb6027NL.pdf
  2. Gerbens-Leenes, P.W. (2000). Groen Kookboek: Milieubewust koken met een laag energie- en landgebruik. IVEM-Onderzoeksrapport nr. 103a. IVEM, Groningen.
  3. Chen, X., Feng, Y., & Chen, Z. (2009). Common edible insects and their utilization in China. Entomological Research, 39(5), 299-303.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 3/4 van maart/april 2013 op bladzijde 14

Reageer op dit artikel