artikel

Duurzaam eten: de feiten *

Voedselproductie

Duurzaam eten: de feiten *

Duurzaam eten is naast gezond en veilig eten één van de drie thema’s binnen de voorlichting die het Voedingscentrum geeft. Duurzaamheid heeft direct met voedsel te maken. Dat blijkt uit het feit dat 20 tot 35 procent van de milieubelasting en van de uitstoot van broeikasgassen komt door de productie en consumptie van voedingsmiddelen. Daarom heeft het Voedingscentrum hierover een openbare factsheet gemaakt.

Eten volgens de Schijf van Vijf geeft een aanzienlijke duurzaamheidswinst ten opzichte van het huidige voedselpatroon van de gemiddelde Nederlander. Dit loopt op tot meer dan 20 procent CO2-reductie. Door gerichte keuzes binnen productgroepen kan die winst verder worden verhoogd. Het gaat daarbij in de eerste plaats om minder te eten en in de tweede plaats om het eten van minder belastende eiwitrijke producten, zoals vlees, vis, zuivel en ei. Een vegetarisch of flexitarisch voedselpatroon geeft een lagere milieubelasting.

Onderbouwing
De nieuwe factsheet geeft de onderbouwing van de adviezen van het Voedingscentrum richting consumenten over meer duurzaam eten. Leidend voor deze adviezen is het Gezondheidsraadadvies Richtlijnen Goede Voeding ecologisch belicht. Enkele belangrijke zaken die in de factsheet zijn vastgelegd:

  1. FAO definitie

De definitie voor duurzame voedselpatronen, die de FAO in 2010 geformuleerd heeft, is overgenomen: “Duurzame voedselpatronen zijn voedselpatronen met een lage milieubelasting die bijdragen aan voedselveiligheid en gezondheid voor de huidige en toekomstige generaties.” Daarnaast valt onder duurzaamheid niet alleen milieubelasting, maar ook respect voor mens en dier.  De Wereldlandbouworganisatie FAO stelt dat er voldoende voedsel beschikbaar is om de groeiende wereldbevolking te voeden. Er zijn vier oorzaken als knelpunt aan te geven:

  1. Verdeling van, en toegang tot, het beschikbare voedsel;
  2. Voedselverspilling op het land, in de keten en bij de consument;
  3. Inefficiënt gebruik van voedsel voor andere doelstellingen, zoals voor diervoeder;
  4. De hoeveelheid fossiele brandstoffen en andere eindige hulpbronnen (zoals fosfor) die nodig zijn om voedsel te produceren en distribueren.


Meten van duurzaamheid

Het meten van duurzaamheid richt zich op de milieubelasting. De milieubelasting is goed te meten via diverse indicatoren. Hoewel er in onderzoeken veel variatie is in uitkomsten en de hardheid van getallen niet altijd duidelijk is, zijn de resultaten dusdanig consistent dat er onderbouwde adviezen gegeven kunnen worden. De meest relevante indicatoren zijn:

  • Broeikasgassen
  • Landgebruik
  • Ecologische voedselafdruk (een combinatie van broeikaseffect en landgebruik)
  • Watergebruik
  • (Fossiel) energiegebruik
  • Vermesting en verzuring op regionaal niveau
  • Uitputting van grondstoffen, zoals fosfaat.
  • Verlies van biodiversiteit.

    Broeikasgassen kunnen als representatieve indicator worden gebruikt, omdat er sterke samenhang is tussen indicatoren (zie figuur). De ecologische voedselafdruk is op dit moment de beste maat voor de bewustwording van consumenten.

  1. Keurmerken als hulpmiddel

    Keurmerken zijn bruikbare hulpmiddelen voor consumenten om op het terrein van milieu, dierenwelzijn of eerlijke handel gerichte keuzes te maken. Op productniveau wordt gekeken wat het effect van de productie (per kilo) is op het milieu en de natuur; van het houderijsysteem op het dierenwelzijn; van de productiewijze op de arbeidsomstandigheden. Hiervoor kunnen normen of doelstellingen worden geformuleerd in de vorm van wetten of bovenwettelijke normen. Deze meetbare, controleerbare normen vormen de basis voor betrouwbare keurmerken. Door voorlichting over keurmerken te geven, zijn de duurzaamheidterreinen van dier en mens goed gedekt.

  2. Inzetten op duurzaamheidstools

Om vuistregels voor duurzaamheid aan de consument aan te bieden zijn tools ontwikkeld: de voedselafdruk, klimaatweegschaal, tabellen voor dierenwelzijn, etiketwijzer app met keurmerken, slim koken app met tips tegen verspilling en duurzaamheidsinformatie bij recepten.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 7/8 van juli/augustus 2013 op bladzijde 16

Reageer op dit artikel