artikel

Producten onder de loep: Q-KEY *

Voedselproductie

Producten onder de loep: Q-KEY *

Het is half juni. In zijn warme kas in Grashoek op de grens van Brabant en Limburg vertelt komkommerteler Roel Versteegen gepassioneerd over zijn nieuwe vinding, de Q-KEY. Een frisgroen komkommertje dat eruit ziet als een kleine editie van de standaardkomkommer, maar dan met een knapperiger bite en beduidend minder vocht. Gemaakt om de strijd aan te gaan met de candybars.

Q-KEY is de fancy naam van een nieuw gekweekt komkommerras dat vanaf deze zomer op de Nederlandse markt verschijnt. In eerste instantie als snack in benzinestations, de vliegtuigcatering en kantines van gemeenten en bedrijven. Op het moment van het interview is het patent al aangevraagd, maar nog niet officieel in het bezit van Roel Versteegen, dus mag hij met zijn Nederlandse vinding nog niet de boer op in Nederland. De eerste productie van dit jaar gaat naar Duitsland. Vooral onder de bevolking met mediterrane wortels vinden zijn komkommers gretig aftrek, weet hij.

Versteegen heeft zijn product ter keuring al aan verschillende horecakoks gegeven en hun reacties zijn enthousiast. Op wat langere termijn ziet hij voor zich dat zijn komkommer ook in de kantines van scholen ligt. Het is immers de ambitie van het ministerie van VWS dat in 2015 alle schoolkantines gezond zijn. ‘Vandaar ook dat we voor deze naam hebben gekozen’, licht Versteegen toe. ‘Je kunt bij puberende kinderen niet meer aankomen met komkommer alleen, het moet iets aparts zijn.’

Versteegen gaat zijn komkommer verpakt met een zakje Aromat aanbieden, een kruidenmengsel waarin de kommer gedoopt kan worden. ‘Veel mensen zijn gewend komkommer te eten met wat kruiden of zout. Door Aromat erbij aan te bieden, maak ik het aantrekkelijker. Uiteindelijk wil ik de concurrentiestrijd aan met andere tussendoortjes, zoals candybars. Als het aan mij ligt tegen een concurrerende prijs, waarbij je dan wel een vers product in handen hebt.’

Kruising van genen
Een komkommer is een komkommer zou je zeggen, maar Versteegen werkte samen met een zaadveredelingsbedrijf aan zijn Q-KEY. Door onderzoek onder ruim duizend consumenten achterhaalde hij waar ze behoefte aan hadden. Als zoon van een derde generatie komkommertelers vond hij de tijd rijp om met wat nieuws te komen. Daarbij voelde hij ook een economische noodzaak, die mede werd ingegeven door de perikelen rond het inzakken van de markt in 2011. De EHEC-uitbraak in Duitsland werd toegeschreven aan het eten van komkommers uit Spanje. ‘Onmogelijk dat een E.coli via komkommers op een andere locatie op grote schaal schade aanrichten, dat moet ergens anders in gezeten hebben’, zegt Versteegen, die zich als kweker nog steeds druk kan maken om de toenmalige gang van zaken. Ondertussen zag hij collega-bedrijven failliet gaan en zag hij zelf verschillende oogsten verloren gaan. ‘We hebben de komkommers weg moeten gooien, maar het gaf me wel het perspectief dat er iets moest gebeuren.’

Het onderzoek van Versteegen wees uit dat het merendeel van de door hem onderzochte consumenten een niet-waterige, knapperige komkommer zocht, ter grootte van ongeveer 70-100 gram. En zo zette hij de veredelaars aan het werk die uiteindelijk, meer dan 35 exemplaren verder, een kruising vonden die aan de wensen voldeed. Binnenkort in de schappen om te snacken.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 7/8 van juli/augustus 2013 op bladzijde 25

Reageer op dit artikel