artikel

Zalm populair, algehele visconsumptie loopt enigszins terug *

Voedselproductie

Zalm populair, algehele visconsumptie loopt enigszins terug *

Mede onder invloed van de recessie loopt de visconsumptie sinds jarenlang enigszins terug, blijkt uit gegevens van marktonderzoeksbureau GfK en het Visbureau. In 2012 kochten consumenten 3% minder vis. De Richtlijnen Goede Voeding schrijven twee keer per week vis voor, waarvan één keer vette vis, maar dit halen de meeste Nederlanders niet. Dit blijkt uit de voedselconsumptiegegevens van het RIVM, waarvan in dit artikel een impressie is gegeven.

Als het om aankoopcijfers gaat, dan staat zalm, net als in 2010 en 2011, in 2012 op plaats één als de vis die de meeste omzet genereert, ondanks de afname van bestedingen in het afgelopen jaar. De reden hiervan was de besmetting in 2012 van gerookte zalm met Salmonella. Het voedselschandaal had maar een tijdelijk effect. Vijf weken na het schandaal nam het aantal kopers weer toe en werd de eindsprint ingezet.

Diepvriesvis
In de top-tien van vissoorten die het meeste geld in het laatje brengen, zijn de visstick (+7%) en  diepvriesgarnalen (+10%) opvallende stijgers. De volumeranking van GfK wordt gedomineerd door diepvriesproducten: de visstick (1), pangasius (3) en diepvrieszalm (4). Op plaats 2 staat tonijn in blik.

In de opmars van diepvriesvis in de omzet-top-tien en de dominantie qua volumes valt duidelijk de invloed van de recessie af te lezen. ‘De Nederlander heeft in 2012 minder vis op tafel gezet dan in het jaar ervoor en heeft een duidelijke keuze gemaakt voor goedkopere vissoorten, zoals diepvriesvis in plaats van verse vis’, verklaart Yvonne van Bakel van GfK. Daar waar Nederlanders vorig jaar gemiddeld 3,42 kilo vis per jaar afnamen, bedroeg de hoeveelheid in 2010 nog 3,61 kilo. De daling komt met name door een daling in de schaal- en schelpdierenconsumptie.

Gemak
Prijs blijkt niet het enige argument waardoor Nederlanders steeds minder vis aankopen. Gemak speelt ook een belangrijke rol. Vooral jonge huishoudens bereiden thuis minder vaak verse vis. De drempel tot het zelf bereiden is nog altijd groot.

Als de crisis aanhoudt en het consumentenvertrouwen laag blijft, dan zullen consumenten blijven zoeken naar goedkopere en toegankelijke visalternatieven. En in vergelijking met de ons omringende landen is de visconsumptie al vrij laag. Belgen kopen per jaar ongeveer 12 kilo vis, schaal- en schelpdieren. In Italië ligt die hoeveelheid zelfs op 20 kilo per jaar. Al in 2011 luidde de conclusie van marktonderzoeksbureau GfK: ‘De Nederlander mag dus best wel vaker vis op tafel zetten voor een gezonde en gevarieerde maaltijd.’ De onderstaande grafieken en tabellen over de Nederlandse visconsumptie onderschrijven deze stelling. Ze zijn samengesteld door Marjolein Geurts en Caroline van Rossum van het RIVM op basis van data uit voedselconsumptieonderzoek uitgevoerd in 2007-2010.

Visconsumptie neemt toe met leeftijd
Uit afbeeldingen 1 en 2 kan worden afgeleid dat bij zowel mannen als vrouwen de consumptie van vis stijgt met de leeftijd. Daarbij is de gemiddelde dagelijkse consumptie van vis bij mannen hoger dan bij vrouwen. De totale consumptie van vis/schaal- en schelpdieren kan opgedeeld worden in drie categorieën 1. Vis; 2. schaal- en schelpdieren; 3. bewerkte vis (vissticks, lekkerbekje). De bijdrage van visproducten (zoals vissticks) is bij kinderen groter dan bij volwassenen.

Richtlijnen Goede Voeding
De tabellen 1, 2 en afbeelding 3 laten zien hoe in Nederland wordt voldaan aan de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad. De Gezondheidsraad adviseert een dagelijkse inname van 150 mg visvetzuren voor kinderen en 200 mg voor volwassenen. Dit advies vertaalt zich in minimaal twee keer per week vis te eten, waarvan in ieder geval één keer vette vis. Om rekening te houden met de ecologische belasting van dit advies wordt verondersteld dat een positief gezondheidseffect al wordt bereikt wanneer één keer per week vette vis gegeten wordt (Richtlijn Goede Voeding ecologisch belicht GR 2011). In Nederland volgt ongeveer 30% van de kinderen en de helft van de volwassen bevolking dit advies op.

Visconsumptie en opleidingsniveau
Het percentage kinderen en volwassenen dat minimaal één en minimaal twee keer per week vis eet is het hoogst onder de hoger opgeleide volwassenen en kinderen met hoger opgeleide ouders. (Hoewel het verschil tussen de groepen lager, gemiddeld en hoog opgeleid niet significant is). Dit komt naar voren in tabel 3 en 4 en afbeelding 4.

Het opleidingsniveau bij volwassenen is hierbij gemeten aan de hand van de hoogst genoten opleiding. Bij kinderen wordt hiervoor het hoogste opleidingsniveau van de ouder(s)/verzorger(s) gebruikt. Er is onderscheid gemaakt tussen de volgende categorieën:  ‘Laag’ (basisonderwijs of lager beroepsonderwijs), ‘Middel’ (middelbaar beroepsonderwijs) en ‘Hoog’ (universiteit en hoger beroepsonderwijs).

Consumptiegegevens

Uit het voedselconsumptieonderzoek komt naar voren dat de meest gegeten soorten vis zijn: zalm, lekkerbekje en vissticks en haring, afbeelding 5. De meeste vis wordt thuis gegeten, afbeelding 6.

Bronnen

  1. Website Voedselconsumptiepeiling, sectie ‘resultaten in detail’. Link: http://www.rivm.nl/Onderwerpen/Onderwerpen/V/Voedselconsumptiepeiling/Resultaten_in_detail
  2. Geurts, M., Beukers, M., Van Rossum, C.T.M. (2013). Memo: consumptie groenten, fruit, vis en een aantal nutriënten opgedeeld naar opleidingsniveau en verstedelijking’. Bilthoven, RIVM.

Consumptie duurzame vis
In zowel de voedselconsumptiepeiling uitgevoerd door het RIVM als de GfK-studie komt niet ter sprake of consumenten reguliere of duurzame vis consumeren. Het Visbureau probeert de consumptie hiervan wel te stimuleren. Verantwoorde vis bestaat volgens het visbureau uit drie normen:
1. De hoeveelheid vis moet op orde zijn, zodat de vis zich kan voortplanten. Het Visbureau raadt aan seizoensvis te eten.
2 De vangstmethode moet het milieu zo veel mogelijk ontzien.
3. De vistechniek moet zo gericht mogelijk zijn om ongewenste bijvangst te verminderen.

Een ander advies dat het Visbureau geeft: koop zoveel mogelijk Nederlandse vis. Doet u dat niet, zo waarschuwt het bureau, dan wordt de Nederlandse visserijsector de mogelijkheid ontnomen om  te verduurzamen. De Nederlandse consument lijkt naar dit advies te luisteren. De volumes pangasius namen in 2012 met 15% af ten opzichte van 2011. In dat jaar viel ten opzichte van 2010 nog een stijging te noteren van 24%.

Ook de omzet van deze Aziatische vis duikelde in 2012 (t.o.v. 2011) met 7% naar beneden, terwijl in 2011 (t.o.v. 2010) de omzet met 28% groeide. Berichtgeving in de media over dat de vis niet zo duurzaam is als beweerd wordt, spelen mogelijk een rol.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 7/8 van juli/augustus 2013 op bladzijde 13

Reageer op dit artikel