artikel

Op bezoek bij een Brabantse scharrelkippenhouderij *

Voedselproductie

Op bezoek bij een Brabantse scharrelkippenhouderij *

Het merendeel van de kipproducten in de Nederlandse supermarkten komt van gangbare kippenhouderijen, 95 procent. Per bedrijf houden ze 100.000-200.000 dieren, zo’n 30.000 per stal. Dierenwelzijnsorganisaties ijveren al jaren voor het terugdringen van het grote aanbod gangbaar gefokte kippen, ook wel plofkippen genoemd. De Nederlandse supermarkten hebben afspraken gemaakt, waardoor de plofkip in 2020 uit de schappen verdwenen moet zijn. Er wordt gewerkt aan omschakeling, maar hoe staat het er precies voor? Voeding Nu ging op bezoek bij Elly de Kort, pluimveehoudster in het Brabantse Loon op Zand.

In de stal van Elly de Kort en haar man Bert scharrelen zo’n 8.000 kippen rond. In een hoekje van de stal springen ze in groepjes op een platte weegschaal die met een draad aan het plafond hangt. Ze schommelen een beetje. Doordat er steeds andere kippen op de weegschaal springen en ze worden geteld als ze erop staan, weten de kippenhouders aan het eind van de dag hoeveel de kippen gemiddeld gegroeid zijn. Het is de bedoeling dat ze in acht weken naar circa 2,4 kilo groeien. Behalve deze stal staan er nog drie soortgelijke stallen op het terrein. En ongeveer 10 kilometer verderop, in Hulten, is er een tweede bedrijf van de familie De Kort, met twee stallen. Het gaat om scharrelkippen, met een ster van het Beter Leven-kenmerk van de Dierenbescherming.

Andere kippen in de stal scharrelen rond over de houtkrullen of zitten op strobalen te pikken. Het plaatsen van strobalen in de stal en (buiten) in de vrije uitloopruimte, is een van de voorwaarden om de kip scharrelkip te mogen noemen. Daarnaast moeten ze graan als voer krijgen, mogen ze met niet meer dan 13 kippen per vierkante meter in de stal opgroeien en moeten ze minstens 56 dagen oud worden. Biologische kippen krijgen iets meer ruimte, 10 stuks per vierkante meter en ze leven minimaal 81 dagen. Ze krijgen ook graan, maar van biologische teelt, en strobalen. Gangbare kippen leven met 17-25 per vierkante meter. Ze leven 40-42 dagen en hebben geen mogelijkheid om naar buiten te gaan.

Omschakeling naar scharrel
De Kort vertelt over het begin van het familiebedrijf. Dat was bijna veertig jaar geleden. Zij en haar man begonnen met een gangbare kippenboerderij, met zo’n dertigduizend dieren per stal. Om de zes weken kwamen de vrachtwagens om de kuikens te brengen en de slachtrijpe kippen te halen. Ze zag het steeds maar gebeuren en was minder betrokken bij de kippen in de stal dan nu. Daar kwam verandering in toen ze na een voorlichtingsavond van de land- en tuinbouworganisatie, eind jaren negentig, geïnteresseerd raakte in het scharrelconcept. Samen met zes andere gangbare kippenboeren waagde ze de sprong naar de omschakeling. ‘Het was een avontuur voor ons, want we kregen een heel andere werkwijze. En we kregen een andere kip, van het Hubbardras, waarvan de vleeskuikens in de eerste jaren nog uit Frankrijk kwamen. Voor het zover was hebben we nog heel wat aanpassingen moeten doen, met name in het voer.’ De omschakelaars vroegen de Wageningen Universiteit om begeleiding, maar daar was destijds te weinig capaciteit, waardoor ze in een studiegroepje verder gingen. De Kort: ‘We leerden als collega’s onder elkaar en waren open over de gang van zaken in onze bedrijven. Nog steeds komen we bij elkaar, het groepje heeft zich inmiddels uitgebreid.’

Antibioticagebruik
Voor de gelegenheid heeft Elly de Kort het licht in de stal aangedaan, het is negen uur in de ochtend, normaal springt het licht iets later aan. De kippen hebben een gecontroleerd dag- en nachtritme, om hun groei beter te controleren. Ze moeten minstens zes uur licht per dag krijgen. In de stal wordt de lucht gezuiverd. Dat gebeurt met verschillende machines door de ammoniakemissie op te vangen. Hiervoor is er een lichte onderdruk in de stal, zodat lucht van buiten gecontroleerd kan worden aangezogen en afgevoerd. De deuren van de stal kunnen ook open, maar staan nu nog dicht. Het is september, de kipjes zijn ongeveer drie weken oud en mogen binnenkort naar buiten. Aan de zijkant van de stal is een overdekte uitloopruimte gemaakt, met op de betonnen vloer houtkrullen en stro.

‘Toen we onze kippen voor het eerst naar buiten lieten, vond ik het heel spannend’, vertelt ze. ‘Waar moest dat heen? Ze stonden een beetje onwennig te kijken bij het open luik. Maar nu zie ik dat ze het leuk vinden om naar buiten te gaan. En als het slecht weer is blijven ze vanzelf binnen.’

Een van de voordelen van de scharrelhouderij is dat er weinig antibiotica wordt gebruikt, benadrukt de pluimveehoudster: ‘Wij krijgen een meerprijs voor ons vlees als we geen antibiotica gebruiken, maar eigenlijk hoeven we daar niets voor te doen. Onze dieren zijn nooit ziek. Alleen als de dierenarts erop staat, dan laten we antibiotica toe, maar liever niet, we gebruiken het nog nauwelijks. In het vlees zal nooit antibiotica achterblijven.’

Supermarkten
Bij de omschakeling werden de scharrelpioniers gesteund door de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie en enkele supermarktbedrijven, waaronder Jumbo en COOP en een slachterij. Ze ontwikkelden uiteindelijk de zogeheten Volwaard kip. ‘Later kwam Albert Heijn nog bij de organisatie, maar zij gingen de scharrelkip Beter Leven-kip noemen’, zegt De Kort. ‘Albert Heijn zag pas later in dat er toch wel een belangrijke ontwikkeling aan de gang was en haakte aan. Als kippenhouders alleen hadden we de omschakeling niet kunnen maken, want we moesten veel meer kosten maken en risico nemen, omdat de werkwijze heel anders was dan we gewend waren. Door de supermarkten kregen we voor ons vlees een toeslag van 25 procent op de vleesprijs in het eerste jaar. Maar belangrijker was dat de supermarkten achter ons gingen staan voor een afzet.’

Inmiddels zijn er in Nederland 50 kippenhouders die scharrelkippenvlees produceren. Het merendeel, 600 bedrijven, produceert gangbare kipproducten, daarnaast is er een handjevol houderijen van biologische kippen. Veel van de in Nederland verkochte biologische kip komt nog uit het buitenland. ‘Voor scharrelhouders is er een wachtlijst’, vertelt De Kort. ‘Omschakeling gebeurt niet van de ene op de andere dag, er moet ruimte voor zijn, niet alleen op de bedrijven, maar vooral ook op de markt.’

Wakker Dier
De stichting Wakker Dier, die sinds 2012 een campagne voert tegen de plofkip, vindt dat de omschakeling naar scharrelbedrijven in Nederland best aardig verloopt, al ziet de organisatie dat er nog heel wat werk aan de winkel is om de 95 procent plofkip in de supermarktschappen naar beneden te krijgen. ‘We zijn op de goede weg’, zegt Hanneke van Ormondt, woordvoerder van Wakker Dier. ‘We willen dat alle supermarkten op korte termijn omschakelen naar kippen die één ster van het Beter Leven-kenmerk hebben van de Dierenbescherming. Dat is haalbaar. Natuurlijk hebben kippen met meer sterren of biologische kippen een nog beter leven, maar dat is op dit moment minder realistisch.’

Bij dat laatste speelt vooral de prijs mee. De Kort rekent voor wat de verschillende kippen per kilo in de winkel ongeveer kosten. Reguliere kip: 5-7 euro, scharrelkip 11-12 euro en biologische kip ca. 24 euro. ‘Biologische kip is vooral zo duur omdat deze kip ook biologisch voer moet krijgen’, licht ze toe. Voor veel mensen is in deze crisistijd de keuze dan ook snel gemaakt. En dan is er nog de importkip. Veel goedkope kip komt uit Brazilië naar Nederland. Tot dit jaar werd het vlees diepgevroren aangevoerd en (ontdooid) als vers verkocht. Dat mag per 1 januari van dit jaar niet meer, althans nu moet op de verpakking staan dat de kip eerst ingevroren is geweest.

Het grote aanbod uit Zuid-Amerika ontstaat doordat de Brazilianen geen kipfilet-eters zijn; ze eten vooral de vleugels, poten en andere delen. ‘Wij zijn een kipfiletland, de rest van de kip gaat naar het buitenland. Wij moeten onze omzet maken op de filet’, zegt De Kort. ‘Door het grote aanbod hoeven de directeuren van supermarkten eigenlijk alleen maar achterover te gaan zitten en te wachten tot de kippenhouder met de laagste prijs naar hen toekomt. Gelukkig hebben de supermarkten nu unaniem afgesproken voor de Nederlandse markt over te stappen op de Kip van Morgen.’

Bij de Kip van Morgen gaat het om een concept waarbij gezocht wordt naar de balans tussen people, planet en profit; met zo min mogelijk milieubelasting en antibioticagebruik een kip produceren die ook nog rendabel is voor de sector. Van Ormondt is er niet zo over te spreken: ‘In vergelijking met scharrelkippen is dit niet beter. En de datum van 2020 is een wassen neus, dat zou veel eerder gehaald moeten kunnen worden. Het jammerlijke is dat deze kip niet buiten komt en nauwelijks langer leeft dan de huidige plofkip.’

En dan is er nog de kip die naar het buitenland gaat, 70 procent van de Nederlandse productie, waardoor de sector van belang is voor de Nederlandse economie. ‘Voor ons is dat een stap te ver, te groot, die markt kunnen we (nog) niet beïnvloeden’, geeft Van Ormondt aan. ‘Maar we zien wel dat ook in andere landen om ons heen het besef bij consumenten toeneemt over het dierenwelzijn. Laten wij ons eerst maar eens concentreren op Nederland.’

Plofkip
Wat vindt Elly de Kort eigenlijk van de naam plofkip? ‘Ja, dat vind ik natuurlijk niet leuk. Veel mensen weten niet eens wat er met een plofkip wordt bedoeld, ze denken dat deze uit elkaar klapt of zo. Het komt erop neer dat de wat logge kippen lang zitten en weinig actief zijn. Als individuele kippenhouder bedenk ik me wel eens wat het betekent voor onze positie als er meer scharrelkippen bijkomen, wat het doet voor de concurrentie. Als het buitenland geen scharrelkip wil, dan kun je je als Nederlandse pluimveesector natuurlijk niet uit de markt laten prijzen. Toch hoop ik dat de sector verder kan omschakelen en de vraag naar scharrelkip ook in het buitenland gaat toenemen. Voor de kippen is dit uiteindelijk wel beter.’

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 10 van oktober 2013 op bladzijde 9

Reageer op dit artikel