artikel

Vivera We Love Nature wint Jaarprijs Goede Voeding 2013 *

Voedselproductie

Vivera We Love Nature wint Jaarprijs Goede Voeding 2013 *

‘De voedingsindustrie en de voedingswetenschap liggen in de publieke opinie onder vuur en daarom moeten wij onze verantwoordelijkheid nemen.’ Dit bracht professor Frans Kok, hoofd humane voeding van Wageningen Universiteit, naar voren tijdens het symposium ‘Naar een gezondere voeding’. Het symposium werd op 12 november gehouden ter gelegenheid van de uitreiking van de Jaarprijs Goede Voeding 2013 in Corpus in Oegstgeest.

Net als de andere sprekers haakte Frans Kok in op de actualiteit van de kritiek op de voedingsindustrie. Aanleiding is de media-aandacht die er is voor het boek Salt, Sugar, Fat van de New York Times-journalist Michael Moss. Onlangs werd het in het Nederlands vertaald als, hoe kan het ook anders, Zout, Suiker en Vet. Het kreeg meteen veel media-aandacht. Onderdeel van Moss’ betoog is dat de voedingsindustrie willens en wetens de consument aanzet tot overeten. Hij spreekt over het zogeheten Bliss point, een soort genotspunt voor consumenten waarnaar de industrie zou streven, met als doel mensen aan te zetten tot meer eten, lees: kopen. ‘Ik ken heel veel mensen in de voedingsindustrie en heb inmiddels heel veel mensen opgeleid, maar ik kan me niet voorstellen dat zij zo werken’, zegt Kok. ‘Maar als dit in de publieke opinie een belangrijke rol gaat spelen, moeten we ons dit wel aantrekken en hierin onze verantwoordelijkheid nemen. We liggen onder vuur. Maar het heeft geen zin voedingsmiddelen of een bepaald ingrediënt te demoniseren.’

Eigenlijk had de Amerikaan Moss erbij moeten zijn, in het hol van de Nederlandse leeuw, tussen de 45 producenten die dit jaar meededen aan de Jaarprijs Goede Voeding 2013. Dan had hij een praatje met ze kunnen maken en kunnen achterhalen hoe zij zich inzetten voor het gezonder maken van producten of op zijn minst de intentie daartoe hebben. Veel van de inzenders lieten in hun marktkramen de aanwezigen proeven. Een ding is duidelijk, een goede smaak blijft een voorwaarde bij productverbetering, en dat geldt ook als het gaat om het  gezonder maken van producten, anders kopen mensen ze gewoonweg niet meer. Dat werd later nog eens bevestigd in een van de drie workshops van de dag, die ging over de noodzaak tot het gezonder maken van (samengestelde) voedingsmiddelen.

Moss had ook kunnen horen hoe het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport al samenwerkt met verschillende brancheorganisaties om afspraken te maken over de verlaging van het gehalte zout, vet of toegevoegd suiker in producten, bijvoorbeeld in de vleeswarenindustrie. ‘We willen meer toe naar concrete, sectorbrede afspraken’, zei VWS-beleidsmedewerker Letteke Boot tijdens haar lezing. Ze gaf zout als voorbeeld. ‘Het blijkt niet makkelijk aan het maximale advies voor zoutinname te voldoen in Nederland, tachtig procent is afkomstig van gekochte producten. Via publiek-private samenwerking willen we voor elkaar krijgen dat bedrijven hun producten aanpassen; we leveren daarvoor kennis en ondersteuning en we zullen monitoren.’

Kok memoreerde dat er wat betreft het zoutgehalte nog wel een tandje bij zou kunnen. ‘De reductie gaat eigenlijk te langzaam. De gemiddelde Nederlander zit nu op een inname van 8,7 gram per dag. Sper dagddelde Nederlanderrantal producten  en Hartstichting hiervoor op wetgeving aangedrongen.  gehaaldleveren daarvoor kennisinds 2006 is er over de hele linie eigenlijk geen noemenswaardige daling gehaald, niet voor niets hebben de Consumentenbond en Hartstichting hiervoor op wetgeving aangedrongen.’

Publiek-privaat
In Nederland wordt vanuit het overheidsbeleid echter duidelijk gekozen voor een publiek-private aanpak, zonder wetgeving. Daar horen sectorbrede afspraken bij, maar ook een initiatief als het Vinkje-logo en het doorzetten van de Jaarprijs Goede Voeding, een podium waarop bedrijven kunnen laten zien hoe ze in de praktijk met hun productverbeteringen omgaan. Ook levert de prijs de winnaars de mogelijkheid om hun producten op de markt naar het publiek te onderscheiden. Tijdens de uitreiking van de Jaarprijs bevestigde directeur generaal Volksgezondheid Paul Huijts, van het ministerie van VWS, het belang ervan. In een interview met dagvoorzitter Andrea Werkman gaf hij aan dat de Jaarprijs past in het streven producten gezonder te maken. ‘Het is goed dat drie vakbladen de prijs na overname van het Voedingscentrum voortzetten’, aldus Huijts.

Prijswinnaars
Zout was ook een belangrijk aandachtspunt van de vakjury bij de beoordeling van de inzendingen voor de Jaarprijs Goede Voeding 2013. Twee producenten die een aanmoedigingsprijs kregen, Fingerfoodballs van Scelta Mushrooms en de Verse Noodle soepen van Albert Heijn, werden uitgedaagd om het natriumgehalte nog verder terug te dringen. De derde speciale vermelding, die ging naar de producent van de Original Box van Hello Fresh, kreeg als kanttekening nog eens te kijken naar de hoeveelheid groente in het maaltijdenpakket en naar de prijsstelling. ‘Stuk voor stuk mooie, vernieuwende producten, die vermeldenswaard zijn’, aldus Frans Kok, die tevens op het symposium stond vanuit zijn rol als voorzitter van de vakjury van de Jaarpijs Goede Voeding 2013.

Onder de genomineerde producten was Maggi kippenbouillon een product dat een zoutreductie van zo’n 25 procent heeft gerealiseerd. Volgens de jury een knappe prestatie en door de smaak ervan lijkt het niet voor de hand te liggen dat consumenten geneigd zijn extra blokjes aan hun bouillon toe te voegen. Een andere nominatie ging naar Frisse Thee van Zonnatura (zie ook pag. 20-21) omdat het volgens de jury een mooi alternatief is voor suikerrijke dranken en kan bijdragen aan het wennen aan minder zoete smaken. Als winnaar kwam Vivera We Love Nature uit de bus. Een vernieuwend lokaal geteeld product van onder andere lupine dat als volwaardige vleesvervanger kan dienen. ‘We hebben hard aan het product gewerkt’, vertelde commercieel manager Harold Rouweler na afloop van de prijsuitreiking. ‘Een bevestiging voor ons werk.’

Miljardenfonds
Tijdens zijn voordracht maakte de directeur van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie, Philip den Ouden, een nieuwe website bekend (www.voedingvooruit). Hierop is  voor het publiek te zien welke inspanningen de levensmiddelenindustrie in Nederland voor een gezonde leefstijl doet. Ook Den Ouden ging in op de kritiek van Moss. ‘Bij mijn weten is de industrie geen onderdeel van een soort van complottheorie om de consument dikker te maken.’ Hij onderkende wel dat het ook deels de zorg van de industrie is om daar wat mee te doen. ‘Dat doen we al door overleg met de overheid, maar ook door deelname aan het Convenant Gezond Gewicht of projecten als JOGG.’

Ook de laatste spreker van het symposium, professor gastronomie Peter Klosse van de Stenden Hogeschool, liet zijn verontwaardiging blijken over de aantijgingen van Moss. ‘Het is het businessmodel van de industrie dat ze dingen maken die mensen lekker vinden, dat is te verwachten’, is zijn mening. Hij pleitte voor een wereldwijd fonds waarin miljarden worden gestopt om de voeding van de wereldbevolking gezonder te maken. ‘Waarom zou dat niet kunnen? Toen er systeembanken failliet gingen, kwamen er ineens miljarden vrij. Dat geld kwam ergens vandaan. Bij de banken ging het om Too big to fail, te belangrijk om failliet te laten gaan. Dit gaat naar mijn idee ook op voor de voedingsindustrie.’

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 11 van november 2013 op bladzijde 20

Reageer op dit artikel