artikel

Focus op toegevoegd zout en suiker *

Voedselproductie

Focus op toegevoegd zout en suiker *

De minister van VWS wil een gezonder productaanbod creëren voor de consument en stimuleert daarom herformulering via zelfregulering. Samen met andere sectoren participeert de zuivelsector in het Netwerk Herformulering Producten dat plannen uitwisselt en acties stimuleert. De plannen voor de herformulering van zuivelproducten hebben vooral betrekking op de toegevoegde voedingsstoffen zout en suiker.

Zuivelproducten hebben van nature een hoge nutriëntendichtheid, ofwel ze leveren veel voedingsstoffen ten opzichte van de geleverde energie. Omdat zuivel zo rijk is aan voedingsstoffen wordt het bijna overal ter wereld aanbevolen als onderdeel van de dagelijkse voeding. Ook in Nederland staat melk in de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. De aanbevelingen van het Voedingscentrum voor zuivel verschillen per leeftijdscategorie en variëren van 300 tot 650 ml melk of melkproducten en 0,5 tot 1,5 plak kaas per dag. Melk en melkproducten dragen substantieel bij aan de gemiddelde inname van onder andere vitamines B en A, calcium, jodium, fosfor, zink, kalium en hoogwaardig eiwit (zie afbeelding 1).

Zuivelproducten bevatten van nature ook verzadigd vet (zie afbeelding 2), en kunnen toegevoegd zout of suiker bevatten. Deze voedingstoffen hebben bij te hoge inname in het voedingspatroon mogelijk negatieve effecten op de gezondheid. De zuivelindustrie werkt al meer dan 30 jaar aan het verlagen van vetgehaltes. Dit heeft gezorgd voor een breed scala aan zuivelproducten met een laag vetgehalte in de supermarkten. Daarom heeft de herformulering bij zuivel vooral betrekking op producten waar zout en suiker aan zijn toegevoegd.

Zoutreductie in Goudse kaas
Kaas staat in de top 5 van producten die bijdragen aan de zoutinname van de gemiddelde Nederlander. Omdat Goudse 48+ kaas de meest gegeten en geproduceerde kaas is in Nederland (minstens 70% van de gekochte halfharde kaas is generieke Goudse 48+) zal zoutreductie in Goudse kaas dus het meeste effect hebben als het gaat om mogelijke gezondheidswinst voor de bevolking.

De kaasproducerende leden van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) hebben in 2007 met elkaar afgesproken te werken aan een verlaging van het natriumgehalte in generieke Goudse 48+ kaas. Omdat zout essentieel is voor de houdbaarheid, textuur en smaakbeleving bij de consument (zie kader), vindt de daling van het natriumgehalte geleidelijk plaats. ‘Het lukt tot nu toe goed om de unieke smaak en het karakter van Goudse kaas te behouden, maar hier zit een grens aan. Totdat die grens bereikt is blijven we ons inspannen voor zoutverlaging’, aldus Theo Knöps, R&D-manager van kaasproducent De Graafstroom.

Waar staan we nu?
Om te kunnen bepalen of de inspanningen leiden tot de gewenste zoutverlaging, koopt een onafhankelijk laboratorium iedere maand kaas in de supermarkt om deze te analyseren op natrium. De gekochte kaas is van verschillende leeftijden (stukken en plakken) en er wordt gestreefd naar regionale spreiding en vertegenwoordiging van zoveel mogelijk supermarktketens. Op deze manier wordt een goed beeld verkregen van het zoutgehalte in de kaas die de consument koopt. In afbeelding 3 is het langjarig (2010 t/m 2012) gemiddelde natriumgehalte te zien per leeftijdscategorie. Vanwege de spreiding in natriumgehaltes geeft een langjarig gemiddelde het meest betrouwbare beeld. 

Periodiek worden de analysegegevens ter beschikking gesteld aan het RIVM voor aanpassing van de NEVO-tabel. De afgelopen jaren is een aanzienlijke zoutverlaging bereikt. In 2010 was het zoutgehalte 14% lager dan in de NEVO 2006 en daarom is de NEVO-tabel in 2011 aangepast. De NZO-leden hebben toen afgesproken te streven naar een verdere verlaging van 10% in 2015, ten opzichte van de NEVO 2011. Een deel van deze verlaging is al bereikt en doorgevoerd in de nieuwe NEVO van 2013.

Toegevoegd suiker
Een deel van de melkproducten op de Nederlandse markt bevat toegevoegd suiker. Suiker speelt in tegenstelling tot zout geen technische rol bij de productie van zuivel, maar is belangrijk voor de smaak. Melkproducten dragen voor 18-20% bij aan de inname van mono- en disachariden (1) en voor 14% aan de energie die we gemiddeld dagelijks innemen. Lactose komt van nature voor in melk (ongeveer 4-5%) en is hierbij inbegrepen. Bij verlaging van het suikergehalte kan de zoete smaak gecompenseerd worden door gebruik van zoetstoffen, maar een deel van de consumenten wil dit niet. Daarom wordt ook ingezet op het verlagen van suiker én een minder zoete smaak. Dit kan alleen in kleine stapjes omdat consumenten moeten wennen aan de minder zoete smaak.

Individuele NZO-leden werken al jaren aan de verlaging van het suikergehalte van hun producten, en dit is ook opgenomen in hun MVO-plannen. ‘FrieslandCampina heeft de afgelopen jaren in veel producten het suikergehalte geleidelijk verlaagd. Ook zijn er nieuwe introducties geweest zoals Optimel Puur, een drinkyoghurt met een duidelijk minder zoete smaak, zonder toegevoegd suiker en zonder zoetstoffen’, licht Petra Dekker, Corporate Nutritionist bij FrieslandCampina, toe.

Op dit moment inventariseert de zuivelsector of gezamenlijke inspanningen om suikerverlaging te bereiken in melkproducten mogelijk zijn. Dekker voegt hieraan toe: ‘In de praktijk liggen de soort inspanningen en behaalde resultaten per bedrijf nogal uiteen. Het is een heel gepuzzel om tot een gezamenlijke doelstelling te komen.’

Melkvet
Melkvet zit van nature in melk en bestaat voor 70% uit verzadigde en 30% uit onverzadigde vetzuren. Uit nieuwe analyses (2) blijkt dat melkvet bepaalde langketenige omega 3- en omega 6-vetzuren bevat (zie afbeelding 1) en dat zuivel een relevante bijdrage kan leveren aan de dagelijkse inname van langketenige omega 3- en 6-vetzuren (ruim 10% voor EPA en 30% voor DPA)De bijdrage van zuivel aan inname van verzadigd vet is 30% (3). Om de inname van verzadigd vet in ons voedingspatroon te verlagen naar 10 energie% (nu 13%) beveelt het Voedingscentrum consumenten aan om bij voorkeur de minder vette zuivelproducten te kiezen. Deze laagvet-varianten zijn in alle zuivelproductcategorieën beschikbaar, of je nu praat over room, kaas of melk(producten). Het marktaandeel van magere en halfvolle melk en yoghurt is 85%, terwijl ook de verkoop van 30+ kaas al jaren stijgt. De consument kan in het huidige aanbod van zuivelproducten een keus naar wens maken.

Toekomst
De zuivelsector wil zuivelproducten gezonder maken daar waar dit een substantiële winst kan betekenen voor de gezondheid van de consument. Daarom blijft NZO ook in de toekomst werken aan zoutverlaging in kaas. In 2015 wordt gekeken of de streefwaarde is bereikt en wordt bepaald of een volgende stap in zoutverlaging mogelijk is. Daarnaast wordt onderzocht of de inspanningen van NZO-leden om het suikergehalte van hun producten te verlagen, kunnen worden vertaald in een gezamenlijk actieplan.

Referenties

  1. Beukers M. en van Rossum C. Bijdrage van voedingsmiddelengroepen aan de inneming van mono en disachariden, Resultaten van de VCP 2007-2020. RIVM, 2013.
  2. Van Valenberg HJF, Hettinga KA, Dijkstra J, Bovenhuis H, Feskens EJM. Concentrations of n-3 and n-6 fatty acids in Dutch bovine milk fat and their contribution to human dietary intake. J Dairy Sci 2013;96:1-9.
  3. Temme EHM, Westenbrink S, Toxopeus I, Hendriksen MAH, Werkman AM (VC), Klosterman VLC (VC) Natrium en Verzadigd vet in beeld; Veranderingen in samenstelling van voedingsmdidelen in 2012. RIVM briefrapport 350022002/2013

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 12 van december 2013 op bladzijde 16

Reageer op dit artikel