artikel

Markt glutenvrij groeit *

Voedselproductie

Markt glutenvrij groeit *

Tarwe is wereldwijd de meest gecultiveerde graansoort en, na mais en rijst, de derde meest consumeerde graansoort (opbrengst 1,3 miljoen ton in 2012, CBS). Het is rijk aan nutriënten en voedingsvezels en draagt 20% bij aan de energie-inname van de wereldbevolking. Onderzoeken hebben aangetoond dat het regelmatig consumeren van volkoren producten het risico op chronische ziekten verkleint. Recent blijkt er echter een groeiende groep mensen te zijn die glutenintolerant, dan wel glutensensitief is of denkt te zijn, en dus geen tarwe kan verdragen. De vraag naar glutenvrije producten neemt dan ook toe.

Tarwe is zeer complex. Naar schatting bestaan er meer dan 25.000 tarwevarianten, waarvan de groei en de stoffensamenstelling wordt geregeld door zo’n 96.000-98.000 genen, aanzienlijk meer dan de ongeveer 20.000 genen die mensen hebben. Omgevingsfactoren (hitte, droogte, natheid, ziekteverwekkers, stress) hebben  een grotere invloed op de tarwesamenstelling (hoeveelheden eiwit, beschermstoffen en zetmeel) dan de genen van het gewas op zich. Het blijkt dat daardoor de relatief kleine verbeteringen die door zorgvuldige verdeling tot stand zijn gebracht vaak in het niet vallen bij de grote veranderingen die omgevingsfactoren op de graankwaliteit hebben. Dit maakt tarwe tot een van de meest complexe voedingsbronnen in de wereld van innovatie om gezond te kunnen (blijven) eten.

Volkoren producten op basis van tarwe en ook rogge, gerst, haver en spelt worden algemeen als gezond aanbevolen. Recent hebben meerdere overzichten in de internationale medische- en voedingswetenschappelijke literatuur gewezen op gunstige effecten van volkoren op het verminderen van risico’s voor hart- en vaatziekten, diabetes type 2, darmziekten, terwijl er ook gunstige effecten zijn gemeld over gewichtsregulatie op de lange termijn.

Coeliakie
Tarwe bevat een type gluteneiwit dat door zijn specifieke samenstelling (gliadine, ook aanwezig in rogge, gerst en spelt) tijdens de spijsvertering niet geheel wordt afgebroken in de darm. Sommige van de fragmenten die tijdens de vertering vrijkomen blijken bij personen die daarvoor een specifieke genetische aanleg hebben te leiden tot het ontstaan van coeliakie, een ziekte waarbij het oppervlak van de darm wordt beschadigd, resulterend in chronische ontsteking en een vermindering van de opname van voedingsstoffen. De nare gevolgen van deze aandoening zijn te voorkomen door het volgen van een strikt glutenvrij dieet.

Naast gluten is recent ook een ander eiwit aangewezen: een verteringsenzymen remmer, amylase-trypsin remmer (ATI), als stof die coeliakie doet beginnen. Dit ATI in het graan is een beschermende werkstof tegen schadelijke indringers zoals peten en organismen. Naar schatting leidt ongeveer 0,7 tot 1% van de Nederlandse bevolking aan coeliakie, maar mogelijk hebben meer mensen last van deze aandoening. De reden is dat lang niet iedereen door middel van een darmweefselonderzoek de diagnose heeft gehad, reden waarom speculatief ook wel getallen van ~1-3% worden genoemd.

Personen met coeliakie moeten dus sommige granen mijden om niet in de problemen te komen. Dat betekent volledig afzien van graanproducten die tarwe, rogge, gerst en spelt bevatten. 

De brede toepassing van glutenhoudende granen in voedingsmiddelen enerzijds, en de aangetoonde 1 % coeliakiepatiënten anderzijds hebben ertoe geleid dat de levensmiddelenindustrie tot op heden nauwelijks aandacht heeft besteed aan het ontwikkelen van een breed “glutenvrij” segment. Er viel simpelweg weinig te verkopen. Het gevolg daarvan is dat het nog lastig  is om in de supermarkt en bij bakkers glutenvrije producten te vinden.

Glutensensitiviteit
Recent is, naast coeliakie, ook gevoeligheid voor gluten (glutensensitiviteit) beschreven als een complex klachtenpatroon. De belangrijkste klachten van met  glutensensitiviteit zijn af en toe diarree afgewisseld met af en toe constipatie, onverklaarbare buikklachten, opgeblazen gevoel-winderigheid en chronische vermoeidheid. Uit recent onderzoek bleek ongeveer 30% van de patiënten met een prikkelbaar darmsyndroom (PDS) last te hebben van glutensensitiviteit. Dat wil zeggen, deze patiënten bleken minder symptomen te hebben na het consumeren van een tarwe-, roggen en gerstvrij dieet. Aangezien het aantal mensen dat PDS heeft in de meeste landen 10-15% van de totale bevolking bedraagt (in sommige landen zelfs >30%) en dit getal vermoedelijk nog zal toenemen omdat veel mensen geen PDS-diagnose hebben gehad, kan er een voorzichtige schatting worden gemaakt dat glutensensitiviteit bij waarschijnlijk bij 5-10%* van de algemene bevolking aanwezig zou kunnen zijn. Mogelijk is glutenvrij dus een gat in de markt.

*(het is waarschijnlijk dat mede door de moeilijkheid om gluten (granen) sensitiviteit goed d.m.v. tests te kunnen onderkennen, het werkelijke aantal hoger kan uitvallen. Toekomstig onderzoek zal moeten laten zien wat minder speculatieve getallen zijn).

Publieke impact en marktontwikkeling
In de Verenigde Staten heeft het nieuws dat toptennisser Djokovic op de US open zo goed is gaan presteren omdat hij op “glutenvrij” is gegaan een enorme publieke impact gehad. In 2011 werd er in VS al voor 6,1 miljard dollar aan glutenvrij besteed en gedurende de afgelopen jaren (2006-2010) bedroeg de jaarlijkse groei in het glutenvrije levensmiddelensegment ruim 30%.  De huidige literatuurgegevens laten zien dat er in het eerste half jaar van 2012 ruim 3.500 artikelen over glutenvrij verschenen. Inmiddels zijn een aantal multinationals met hoge prioriteit aan glutenvrije productontwikkeling begonnen, waardoor de weg naar een bredere toepassing van glutenvrije graansoorten zoals haver, quinoa, teff, amaranth en chia open is.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 1/2 van januari/februari 2014 op bladzijde 24

Reageer op dit artikel