blog

Marel deel 2 – ‘Door een stijgende vleesproductie neemt de machinebouw een hoge vlucht’

Voedselproductie

Marel deel 2 – ‘Door een stijgende vleesproductie neemt de machinebouw een hoge vlucht’

Ook een bedrijf dat niet rechtstreeks te maken heeft met het eindproduct in een voedselketen moet zich verantwoordelijk voelen voor de kwaliteit van het eindproduct. ‘Alle schakels in de keten moeten werken aan gezonde voeding en samenwerken is daarin het sleutelwoord.’

Dat stelt Theo Bruinsma, oud-directeur in de raad van bestuur van machinebouwer Marel in de vorige blog. Marel doet dit zelf door op het gebied van veiligheid en hygiëne een voorloper te zijn. Maar daarmee ben je er niet natuurlijk. Welke maatschappelijke thema’s zijn voor Marel belangrijk? En hoe gaat het bedrijf om met de uitdagingen die daaruit voortvloeien?

Antibioticagebruik in de vleesketen

Een belangrijk maatschappelijk thema is antibioticagebruik in de vleesketen. Antibiotica zijn belangrijke medicijnen ter bestrijding van allerlei ziektes bij mens en dier. Te veel en verkeerd antibioticagebruik maakt bacteriën, die de ziektes veroorzaken, resistent tegen deze antibiotica. De antibiotica worden onwerkzaam, waardoor er grote risico’s voor de gezondheid ontstaan. Tijdens het schrijven van deze blog hoor ik dat de Gezondheidsraad het gebruik van desinfecterende schoonmaakmiddelen wil terugdringen, om diezelfde reden. In de vleesketen wordt daarom hard gewerkt aan het terugdringen van te veel gebruik van antibiotica.

Kippen met diarree

We gaan weer naar de kippen. Theo: “Kippen kunnen diarree krijgen van een parasiet, de coccidia. Dan groeien ze niet goed. Er zijn stoffen die (nog) niet gelabeld zijn als antibiotica, maar die dat eigenlijk wel zijn. Een voorbeeld daarvan is Coccidiostatia. Deze medicijnen kunnen net als antibiotica tot resistentie leiden. Er zijn regels dat deze stoffen maar tot een bepaald aantal dagen voor de slacht gebruikt mogen worden. Theo werkt mee aan een onderzoek om kippen via het ei resistent tegen de parasiet coccidia te maken zodat zij geen Coccidiostatia  meer nodig hebben.

Antibiotica uit het systeem bij de slacht?

Ik wilde hier graag meer van weten en heb zelf een klein onderzoekje gedaan . Het antibioticagebruik bij vleeskuikens is met 65% gedaald t.o.v. 2009. In principe zit er geen antibiotica meer in het vlees omdat afgesproken is dat er vanaf een bepaald aantal dagen voor de slacht niets meer wordt toegediend. Alle antibiotica is bij de slacht dan uit het systeem verdwenen. Er wordt steekproefsgewijs gecontroleerd. Dat is overigens de enige manier van controle die je kunt uitoefenen met massa-voedselproductie.

Inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen

Marel houdt precies bij wat er in de maatschappij gebeurt en probeert hierop in te spelen. We blijven bij de pluimveesector. “Wij leveren allerlei soorten machines en andere apparatuur aan slachters in de pluimveeketen”, zegt Theo. “Dit gaat van een enkele hakmolen tot een complete lijn van 15 kilometer waar kippen in 4,5 uur veranderen van levend beest tot ingepakt kipfiletje. In de samenleving is nu een hoop discussie over de plofkip. Wil de consument deze straks niet meer eten, dan heeft dat flinke invloed op de slachtlijnen en dus op de machines die wij bouwen. Dergelijke ontwikkelingen kunnen we niet negeren.”

Machinebouw neemt hoge vlucht

Theo verwacht dat de vleessector de komende 20-30 jaar hard zal gaan groeien. Die groei zit vooral in andere delen van de wereld zoals China en India. Bevolkingen die eerst (bijna) niets te eten hadden, willen inmiddels ook graag vlees eten. De machinebouw neemt daarom volgens Theo de komende jaren een hoge vlucht. Marel krijgt al een groeiende vraag vanuit Azië, waar massaproductie steeds meer nodig is.

(Plof)kip is het meest duurzaam

Op mijn vraag of we dan niet aanlopen tegen een te grote voetafdruk, wereldwijd, antwoordt Theo dat er geen ruimte is voor diervriendelijkheid én de behoefte aan vlees tezamen. Hij verwacht wel een verschuiving van rundvlees naar varkensvlees en vooral kip. Kip is het meest duurzame vlees. Overigens is de plofkip dan weer de meest duurzame kip. Want die leeft het kortst.

Diervriendelijkheid is een Noordwest-Europees thema

“Zijn wij in Nederland druk met diergezondheid en dierenwelzijn, in veel landen hebben ze niet de luxe om daarmee bezig te zijn: zij willen alleen maar voedselzekerheid. Het Nederlandse standpunt is dus niet het wereldstandpunt. Zelfs in Amerika werden we uitgelachen toen we over een diervriendelijke manier van dieren doden hadden (via gasverdoving i.p.v. stroomstoten). Diervriendelijkheid is een Noordwest-Europees thema. Verder gaat het niet. Een bedrijf als Marel moet zich niet alleen door Nederlandse trends te laten leiden, maar een bredere scope te houden.”

Rundvlees een luxeproduct

Vlees draagt in grote mate bij aan onze CO2-uitstoot, land- en watergebruik. Naast dat de vleessector hard zal groeien, denkt Theo dat vooral rundvlees een luxeproduct wordt. Dat ben ik met hem eens, want de kosten voor het produceren van rundvlees zullen flink stijgen. Dit heeft onder meer met de belasting van het milieu te maken. Laatst las ik het nog in NRC Handelsblad: wil je water besparen, dan kun je beter anders gaan eten en drinken dan bijvoorbeeld korter douchen. Het waterverbruik van één biefstukje is 3000 liter, voornamelijk veroorzaakt door de productie van veevoer.

100% verwaarding

Marel zet zich in voor 100% verwaarding van slachtdieren. Theo: “Ik vind het ergens verwerpelijk dat een dier het leven moet laten om ons te voeden. Daarom moeten we ervoor zorgen dat we alles gebruiken, daarmee tonen we respect voor het dier en voor het milieu. En daarmee zorg je indirect ook weer voor een gezondere omgeving.” Maar kun je wel alles gebruiken van bijvoorbeeld een kip? “Jazeker, in principe wordt alles gebruikt, soms in Nederland zelf, en soms gaat het naar andere landen. Alleen met veren ligt het vooralsnog wat lastig.”

Kweekvlees en insectenragout

En hoe staat het er over 50 jaar voor? Theo: “Dan zal je een synthetisering van complexe eiwitten zien (kweekvlees). Dat kost nu nog een ton per 100 gram. Maar in 50 jaar kan er veel gebeuren. Ook zie je dan insecteneiwit als valide grondstof voor allerlei producten. Vleesvervangers met échte vleeskwaliteiten dus en kroketten gevuld met insectenragout. Niks mis mee zou ik zeggen. Maar het zou er wel voor kunnen zorgen dat de slachtketen onder druk komt te staan.”

 

Wat denk jij? Blijft de vleesketen groeien? Of eten we over 50 jaar echt alleen nog kweekvlees en insecten?

Reageer op dit artikel