nieuws

‘Eerste vaste voedingsproducten baby’s voldoen niet aan richtlijnen Amerikaanse kinderartsen’

Voedselproductie

‘Eerste vaste voedingsproducten baby’s voldoen niet aan richtlijnen Amerikaanse kinderartsen’

Veel zogenoemde ‘first finger foods’ die in Amerika als eerste vaste hapjes voor baby’s worden verkocht, blijken niet te voldoen aan de richtlijnen van de organisatie van Amerikaanse kinderartsen AAP (American Academy of Pediatrics). Van de negen onderzochte producten voldeden er zeven niet aan de normen, zo blijkt uit een onderzoek van Cohen Children’s Medical Center. Voor vier producten werd zelfs een verhoogd risico op stikken gevonden.

Onderzoekers testten negen producten die op de Amerikaanse markt verkrijgbaar zijn en onder de eerste vaste voeding vallen. Aan de test werkten elf onderzoekers mee die de negen producten blind kregen voorgeschoteld. Vier keer kregen zij hetzelfde product aangeboden: twee keer een vers product en twee keer hetzelfde product dat minimaal een uur uit de verpakking lag. Gedurende het testen mochten de proefpersonen geen gebruik maken van hun gebit.

Verhoogd risico stikken

De onderzoekers gingen na hoe lang het duurt voordat het product geheel was opgelost of het zo klein zou zijn dat het automatisch werd ingeslikt. Uit het onderzoek blijkt dat slechts twee van de negen producten voldoen aan de AAP- richtlijnen. Voor vier producten werd zelfs een verhoogd risico op stikken gevonden. Producten die al een tijdje uit de verpakking lagen, waren moeilijker oplosbaar. Ook varieerden de onderzochte producten in grootte en consistentie terwijl ze bedoeld zijn voor kinderen van dezelfde leeftijd. Een aantal producten moesten daarom in kleine stukjes worden gesneden.

Vaste voeding

Volgens de AAP-richtlijnen mogen baby’s vaste voeding krijgen als ze zelfstandig kunnen kruipen en voorwerpen naar hun mond kunnen brengen. In Nederland adviseert het Voedingscentrum om te beginnen met de eerste oefenhapjes wanneer baby’s tussen de 4 en 6 maanden zijn. Daar zijn geen speciale producten voor nodig, vindt het Voedingscentrum. Bovendien zijn ze vaak relatief duur.

Oraal-motorische ontwikkeling

De test met negen voedingsmiddelen staat niet op zichzelf. In een ander soortgelijk onderzoek met dubbel zoveel proefpersonen werden vrijwel dezelfde resultaten gevonden. De onderzoekers van Cohen Children’s Medical Center geven aan dat er meer onderzoek nodig is om producten te categoriseren en in te delen naar verschillende stadia van de orale en motorische ontwikkeling. Ook constateren ze dat het kunnen kruipen door baby’s (na 6-10 maanden) niet altijd samengaat met de oraal-motorische ontwikkeling. Dit komt naar voren in de AAP-richtlijnen, maar zou ‘misleidend’ kunnen zijn als het gaat om het aanbieden van deze ‘first finger foods’.

 

Geprakte hapjes

Volgens het Voedingscentrum geldt voor iedere baby een ‘eigen tijd’ wanner hij of zij klaar is voor de allereerste hapjes. Belangrijk daarbij is dat het kind rechtop kan zitten en goed kan slikken. Bijna alle producten die moeders zelf eten, kunnen baby’s ook eten. In het begin wordt geadviseerd om voeding te geven die zacht van smaak is zodat het verschil met de zoete smaak van borst- of flesvoeding niet zo groot is. Voorbeelden zijn geprakte groente, fruit, aardappel of rijst. Ook stukjes brood zonder korst of een lepeltje fijngemalen vlees of vis is mogelijk. Als gekozen wordt om eigen voeding te prakken en aan de baby te geven, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat deze geen zout bevat.

Van fijn naar minder fijn

Aan het begin adviseert het Voedingscentrum de vaste babyvoeding heel fijn te prakken (met een vork) en als eten makkelijk gaat, dan minder fijn. Als ook dit makkelijk gaat dan is het in kleine stukjes snijden voldoende. Een klontje margarine of water kan aan het prakje worden toegevoegd als het te droog is. Voor de eerste oefenhapjes zijn fruitsoorten zoals banaan, perzik, peer en meloen geschikt. Bloemkool, doperwtjes, boontjes, broccoli, worteltjes of pompoen zijn populaire groenten.

Reageer op dit artikel