nieuws

NVWA: Productverbetering neemt toe, maar nog grote verschillen binnen productsoorten

Voedselproductie

NVWA: Productverbetering neemt toe, maar nog grote verschillen binnen productsoorten

Zowel de hoeveelheid zout als de hoeveelheid verzadigd vet in levensmiddelen is dalende. Dat meldt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in de jaarlijkse zoutmonitor en een onderzoek naar verzadigd vet, die aan de vooravond van Kerstmis naar buiten werden gebracht.

In de zoutmonitoring van 2017 vergeleek de NVWA het zoutgehalte van vergelijkbare levensmiddelen. Het ging daarbij om levensmiddelen als brood, chips en zoutjes, conserven, (diepvries-)snacks, kaas, kant-en-klaarmaaltijden, koek en banket, sauzen, soep en vleeswaren. ‘De resultaten van de bemonstering wijzen uit dat in de afgelopen 6 jaar het zoutgehalte in deze productgroepen met 11% is gedaald’, meldt de NVWA. ‘Hiervoor zijn vooral de productgroepen brood, conserven, kaas, kant-en-klaarmaaltijden, soep en vleeswaren verantwoordelijk. Wel zijn er nog steeds grote verschillen in zoutgehaltes binnen dezelfde productsoorten.’

Toename zout

In de productgroep sauzen zag de NVWA geen reductie van zout, maar juist een toename van 8%. Verder is het volgens de organisatie opvallend dat circa 50% van de bouillonblokjes in 2017 nog niet voldeed aan de norm die is afgesproken binnen het Akkoord verbetering productsamenstelling. Er zijn voor veel productgroepen maximumnormen voor zout afgesproken. Van de onderzochte vleesconserven voldeed slechts 59% aan de aanstaande norm. ‘Voor de productgroep groenteconserven voldoet 83%, voor soep en bouillon 86% en voor specifieke vleeswaren voldoet 73% aan de afgesproken normen.

Totale daling

‘Wanneer de monitoringsgegevens van alle 858 onderzochte producten over de jaren worden vergeleken, is het gemiddelde zoutgehalte gedaald van 1,24% in 2011 naar 1,13% in 2017’, aldus de NVWA. De warenautoriteit merkt verder op dat het zoutgehalte dat wordt vermeld op etiketten van producten in de regel hoger is dan het geanalyseerde zoutgehalte. ‘Het duidelijkst is dit voor de productgroep kaas. Het is onduidelijk waardoor dit precies wordt veroorzaakt.’

Verzadigd vet daalt langzaam

Ook deed de NVWA onderzoek naar de hoeveelheid verzadigd vet in levensmiddelen. Het gemiddelde gehalte in een aantal onderzochte productsoorten neemt langzaam af. ‘In 2017 voldeed 60% van de bemonsterde paté en smeerleverworst aan de afgesproken maximale norm voor verzadigd vet; in 2016 was dit nog minder (48%)’, schrijft de NVWA. ‘94%  van de bemonsterde kant- en-klaarmaaltijden voldeed aan de aanstaande norm voor verzadigd vet. Ook voor wat betreft verzadigd vet klopt de etikettering niet altijd. Meest opvallend is dat in Saksische smeerleverworst 12% meer verzadigd vet wordt gevonden dan in de voedingswaardetabel op het etiket wordt vermeld.’

FNLI aangemoedigd

De Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI) ziet in het NVWA-rapport een voorzichtige bemoediging dat het Akkoord Verbetering Productsamenstelling, dat in 2014 werd gesloten, werkt. Hierin zijn tussen het ministerie van VWS en de voedingsmiddelenproducenten (industrie, brancheorganisaties, retail, horeca en catering) afspraken gemaakt over het maximumgehalte aan zout en verzadigd vet in voedingsmiddelen. In 2020 zou het gemakkelijker moet zijn voor de consument om het eten dagelijks uit maximaal 6 gram zout en maximaal 10 energieprocent verzadigd vet te laten bestaan.

Zout- en verzadigd vetreductie

‘Het is wat de FNLI betreft verheugend dat de zoutreductie doorzet in het gehele assortiment van de supermarkten, ook in productcategorieën waarover (nog) geen afspraken zijn gemaakt’, reageert de FNLI op het NVWA-rapport. ‘We zijn nog niet klaar: we zijn het eens met de observatie in de rapporten en de conclusie van de staatssecretaris dat er nog steeds stappen in de reductie gezet kunnen worden. Verheugend is ook dat voor het eerst een daling is te zien in het gehalte verzadigd vet van de producten.’

Verbetering

Marian Geluk, directeur FNLI:  ‘Deze rapportages laten zien dat de samenstelling van een breed pallet van producten voor de Nederlandse consument beter wordt. Het wordt gemakkelijker om met eenzelfde consumptiepatroon minder zout, calorieën en verzadigd vet binnen te krijgen. Geleidelijke verandering van de samenstelling van producten is één van de methodes om gezonder te eten zonder dat de consument te veel aan (smaak)verschillen ervaart. De industrie zal in het kader van het Akkoord hiermee verdergaan, naast andere maatregelen om verantwoorde consumptie te stimuleren.’

Te langzaam

Staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS) vraagt zich in een brief aan de Tweede Kamer echter af of de gestelde ambities in het Akkoord Verbetering Productsamenstelling met het huidige tempo inderdaad worden gehaald.  Hij benadrukt dat alle betrokken partijen er de schouders onder moeten zetten om de ambities voor 2020 te halen. ‘Ik vind het belangrijk om hier de komende periode stevig op in te zetten’, zegt Blokhuis. Ondanks de geconstateerde verbeteringen geeft een Wetenschappelijke Adviescommissie die de voorstellen van betrokken sectoren beoordeelt aan, dat de afspraken die tot op heden gemaakt zijn nog niet ambitieus genoeg zijn. ‘Er zijn al veel partijen die zich inzetten voor een gezonder aanbod in de winkelschappen. Maar er moet nog veel gebeuren, zodat de gezonde keuze ook de gemakkelijke keuze wordt.’

Jaarprijs goede voeding

Een van de manieren voor de levensmiddelensector om hun voortgang bij het verbeteren van de productsamenstelling te tonen, is de Jaarprijs Goede Voeding. Bedrijven kunnen nog tot 5 februari inschrijven. De prijsuitreiking vindt op 5 april plaats.

Reageer op dit artikel