Column: Proeven doe je met je ogen

art pag 37 column Duwtje portret Bo

Tekst: Bo Brummel, stagiair gedragsverandering bij Duwtje, onderzoeks- en adviesbureau voor gedragsverandering

Of je nu ’s avonds op de bank tv kijkt, door de supermarkt loopt of onderweg bent naar je werk, bijna overal kom je in aanraking met eten en drinken. Veel mensen hebben weinig inzicht in hoe deze voedselomgeving ons gedrag beïnvloedt.

Hoe graag we dat ook zouden willen, een groot deel van ons eetgedrag wordt niet bepaald door onze goed bedoelde intenties. Eetgedrag en het verlangen om te eten kunnen op twee manieren geactiveerd worden, door interne signalen zoals energietekort of honger, maar ook door externe signalen zoals het zien van smakelijk voedsel. Deze externe signalen kunnen zelfs als je nog geen honger had het verlangen stimuleren om te eten (4).

Zo kan het simpelweg bekijken van een voedselreclame ’s avonds op tv ons automatisch eetgedrag activeren. In een onderzoek waarbij kinderen naar een tekenfilm keken, aten kinderen die hierbij een snackreclame te zien kregen 45 procent meer snacks dan kinderen die een andere reclame zonder eten te zien kregen. Ditzelfde bleek bij volwassenen, zij aten meer tijdens een proefpanel nadat zij van te voren een tv-programma hadden gezien met voedselreclames ten opzichte van de groep die andere reclames te zien kreeg (1).

Deze gevoeligheid voor de invloed van de blootstelling aan voedsel kan per individu en situatie verschillen en wordt de zogenaamde externe voedselgevoeligheid genoemd (4). Vooral als mensen honger hebben, lijken ze niet alleen eerder voedsel waar te nemen (5) maar zorgt het kijken ernaar, en met name naar calorierijk voedsel, voor een grotere activatie van de zogenaamde beloningssystemen in de hersenen. Om te compenseren voor het tekort aan eten zorgt het brein dus simpelweg dat voedsel eerder waargenomen wordt en dat voedsel nóg aantrekkelijker lijkt, waardoor mensen eerder in actie komen.

Gezonder eten kan dus erg lastig zijn wanneer je wordt geconfronteerd met aantrekkelijk, ongezond voedsel. Gewoon niet naar al dat lekkers kijken? Dat is een hele uitdaging in een omgeving waarin voedselprikkels bijna overal aanwezig zijn. Daarnaast spelen ook andere zintuigen een rol, denk maar eens aan de heerlijke geur van versgebakken broodjes. Alleen de gedachte aan lekker eten kan al het water in de mond laten lopen (7).

Voor mensen die gezonder proberen te eten en gevoelig zijn voor voedselverleidingen, is het daarom goed hier bewust mee om te gaan. Zo kunnen voedsel-cues binnen de eigen woning verminderd worden door bijvoorbeeld maar één soort snack in huis te halen. Deze beperkte diversiteit leidt tot minder consumptie, als gevolg van eentonigheid (6). Daarnaast is het ook slim om van tevoren een plan te bedenken over hoe om te gaan met voedselverleidingen. Met een ‘als … dan’ constructie, die je automatisch helpt je dieetdoelen te herinneren, lukt het soms wat beter om de verleidingen te weerstaan (2). Dus bijvoorbeeld:“Als ik snacks zie of ruik op het treinstation dan houd ik mij aan mijn doel om gezond te eten”. Handig, want we hebben natuurlijk veel liever dat die fastfoodposter de lange termijndoelen activeert en niet resulteert in impulsief eetgedrag.

Bronnen
1 Harris, J., Bargh, J., & Brownell, K. (2009). Priming Effects of Television Food Advertising on Eating Behavior. Health Psychology : Official Journal of the Division of Health Psychology, American Psychological Association, 28, 404–413. https://doi.org/10.1037/a0014399
2 Kroese, F. M., Adriaanse, M. A., Evers, C., & De Ridder, D. T. (2011). “Instant Success” Turning Temptations Into Cues for Goal-Directed Behavior. Personality and Social Psychology Bulletin, 37(10), 1389-1397.
3 Goldstone, A. P., Hernandez, C. G. P. de, Beaver, J. D., Muhammed, K., Croese, C., Bell, G., Durighel, G., Hughes, E., Waldman, A. D., Frost, G., & Bell, J. D. (2009). Fasting biases brain reward systems towards high-calorie foods. European Journal of Neuroscience, 30(8), 1625–1635. https://doi.org/10.1111/j.1460-9568.2009.06949.x
4 Passamonti, L., Rowe, J. B., Schwarzbauer, C., Ewbank, M. P., Hagen, E. von dem, & Calder, A. J. (2009). Personality Predicts the Brain’s Response to Viewing Appetizing Foods: The Neural Basis of a Risk Factor for Overeating. Journal of Neuroscience, 29(1), 43–51. https://doi.org/10.1523/JNEUROSCI.4966-08.2009
5 Piech, R. M., Pastorino, M. T., & Zald, D. H. (2010). All I saw was the cake. Hunger effects on attentional capture by visual food cues. Appetite, 54(3), 579–582. https://doi.org/10.1016/j.appet.2009.11.003.
6 Raynor, H. A., & Epstein, L. H. (2001). Dietary variety, energy regulation, and obesity. Psychological bulletin, 127(3), 325.
7 Spence, C. (2011). Mouth-Watering: The Influence of Environmental and Cognitive Factors on Salivation and Gustatory/Flavor Perception. Journal of Texture Studies, 42(2), 157–171. https://doi.org/10.1111/j.1745-4603.2011.00299.x

Lees ook
Kijktip: Case study over gedragsverandering, “Why does David Goggins love to suffer?”

Kijktip: Case study over gedragsverandering, “Why does David Goggins love to suffer?”

Tijdens de zomerperiode deelt de redactie van Voeding Nu elke vrijdag een kijk-, luister- of leestip. Vandaag tippen we de case study van youtuber Kiana Dochtery over wereldberoemd atleet David Goggins.

Boekfragment | Verwerking vet en glucose gaat hand-in-hand

Boekfragment | Verwerking vet en glucose gaat hand-in-hand

Steeds meer mensen ontwikkelen diabetes type 2. Deze aandoening werd lang beschouwd als een ongeneeslijke, chronische ziekte. In Leven zonder diabetes legt professor Roy Taylor uit hoe diabetes type 2 zich ontwikkelt en biedt hij een dieetprogramma waarmee je de aandoening kunt omkeren.

COACH-programma | Lange begeleiding kinderen met  obesitas werkt

COACH-programma | Lange begeleiding kinderen met obesitas werkt

Kinderen met overgewicht, obesitas en zeer ernstige obesitas hebben allemaal baat bij een doorlopende, poliklinische leefstijlinterventie op maat. Na een interventie van een jaar is in elke categorie een aanzienlijk gewichtsverlies te zien en een verbetering van cardiovasculaire risicoparameters.