Prof. dr. Tessa Roseboom: Bouwstenen voor de basis

Tessa Roseboom_Jurriaan Hoefsmit

Foto's: Jurriaan Hoefsmit

Door te investeren in goede voeding vanaf het prilste begin kunnen grote gezondheidsvoordelen worden behaald en zelfs levens worden gered. Prof. dr. Tessa Roseboom vertaalde deze uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek naar een praktisch boek: ‘Gelijk goed beginnen’.

Ondervoeding merken baby’s al in de baarmoeder. De winst die te behalen is door te investeren in voeding vanaf de vroege ontwikkeling van een mens is indrukwekkend. ‘Juíst in de baarmoeder, is voeding heel belangrijk. Sterker, dit begint eigenlijk al bij de gezondheidssituatie van de ouders, vóór de zwangerschap’, schrijft Roseboom in ‘Gelijk goed beginnen, succesvol bouwen aan de basis voor gezonde generaties’.

Roseboom doet al meer dan 25 jaar onderzoek naar de invloed van omgevingsfactoren tijdens de vroege ontwikkeling op de groei en gezondheid van mensen. Ze is niet alleen hoogleraar Vroege Ontwikkeling en Gezondheid aan de Universiteit van Amsterdam maar daarnaast ook directeur van het onderzoeksinstituut Amsterdam Reproduction & Development van het Amsterdam UMC.

Pleitbezorging

“De hoofdmoot van mijn werk is naast onderzoek en opleiding op dit moment vooral pleitbezorging. Ik ben begonnen als onderzoeker. Op basis van de resultaten van de onderzoeken die ik in de afgelopen 25 jaar heb gedaan, pleit ik nu bij verschillende partijen, waaronder verzekeraars en de rijksoverheid voor investeringen in preventieve gezondheidszorg. Wat ik uiteindelijk zou willen bereiken in Nederland, is dat onafhankelijk van waar je wieg heeft gestaan iedereen een eerlijke kans heeft op een gezond leven, en om mee te doen in de maatschappij”, zegt Roseboom.

Hongerwinteronderzoek

Uit haar langlopende onderzoek onder honderden nakomelingen van ondervoede vrouwen tijdens de Hongerwinter van 44-45, bleek al dat deze kinderen blijvend gezondheidsnadeel hadden opgelopen door de ondervoeding van hun moeder tijdens de zwangerschap. Ze hebben vaker hart-, vaat- en longziekten, borstkanker en depressie.
“Het Hongerwinteronderzoek begon destijds met het bestuderen van ondervoeding tijdens zwangerschap, de conclusie was dat dit hele grote gevolgen heeft. Ook al is de Tweede Wereldoorlog ver achter ons, die wetenschap is nog steeds relevant, want er zijn nog heel veel plekken op de wereld waar zwangere vrouwen en kinderen ondervoed zijn. Daar adviseer ik organisaties zoals bijvoorbeeld Unicef over: zorg dat als er honger is, juist de zwangere vrouwen en kinderen in de eerste levensjaren ondersteund worden met voeding omdat juist dat, hele lange termijn gevolgen kan hebben. Ik heb ook gekeken naar de vraag: wat betekenen de resultaten van het Hongerwinteronderzoek voor vrouwen in Nederland die nu zwanger zijn? Bijvoorbeeld voor hen die tijdens de zwangerschap heel misselijk zijn, veel braken en afvallen. Het onderzoek dat we hiernaar hebben gedaan liet helaas zien dat een sonde daarbij niet veel helpt. Vrouwen vonden dat heel vervelend, konden het niet tolereren en korte sondevoeding leverde onvoldoende effect op. We kijken nu in het Amsterdam UMC verder naar wat zou wel zou kunnen werken”, zegt Roseboom.

Kansrijke start

Na ruim twintig jaar onderzoek, publiceerde Roseboom in 2018: ‘De eerste 1000 dagen’. Dat boek liet wetenschappelijk onderbouwd zien dat de eerste duizend dagen van een mensenleven het fundament vormen waarop de rest wordt gebouwd. Het resultaat is onder meer dat dit in het huidige coalitieakkoord staat en dat de rijksoverheid het programma ‘Kansrijke start’ heeft opgezet. Als onderdeel van dat programma vormen zich in gemeenten in Nederland lokale coalities – waarbij mensen van verschillende organisaties zoals gemeente, welzijn, onderwijs, etc. – samenwerken voor een groter doel. Zodat professionals onderling sneller kunnen schakelen en problemen voorkomen door vroegtijdig ingrijpen. Bijvoorbeeld een kraamverzorgende die schimmels op de muur ziet, kan dit op de juiste plek melden. Of een verloskundige die ziet dat de aanstaande moeder rookt, schakelt hiervoor makkelijke een hulpverlener in. Inmiddels wordt jaarlijks 22 miljoen in dit programma geïnvesteerd en doen 275 gemeenten mee. De wet is zodanig aangepast, dat zorg eventueel al prenataal kan starten als er zorgen zijn om het ongeboren kind.
‘Gelijk goed beginnen’ is het vervolg op ‘De eerste 1000 dagen’. Roseboom: “Nadat het programma Kansrijke Start was gelanceerd in 2018 en de kennis uit het eerste boek bekendheid kreeg, ben ik de inzichten gaan vertalen naar de praktijk. Naar wat we zouden kunnen en moeten doen om ervoor te zorgen dat mensen gezonder opgroeien en gezonder oud worden. Dat werd: ‘Gelijk goed beginnen’, het is bedoeld voor iedereen die een bijdrage wil leveren aan een gezondere toekomst. De inhoud gebaseerd op de wetenschap maar met opzet toegankelijk geschreven, zodat iedereen die hiermee aan de slag wil, of het nou is als ouder, als gemeenteambtenaar, diëtist of wie dan ook. Wat ik heb geprobeerd, is op te schrijven wat er gebeurt in de eerste duizend dagen, de ontwikkeling van een enkele cel tot peuter, wat er in die periode nodig is om gezond en veilig op te groeien, waarom dat zo belangrijk is en wat je kunt doen om de gezondheid op de korte én lange termijn te verbeteren. Wat is er nodig, wat gaat er mis als iets ontbreekt en wat gebeurt er als je bepaalde dingen doet? Diëtisten leren hiermee bijvoorbeeld dat als je zorgt dat het begin goed is, dit verhoudingsgewijs meer oplevert.”

Tessa Roseboom VNU 6_Jurriaan Hoefsmit

Het boek vertelt niet op detailniveau wat je precies moet eten. Wel dat de beste basis begint met goede voeding, liefst nog voor de conceptie: ‘Uiteraard begint dat met foliumzuur voor de vrouw, maar er is nog veel meer. De nadruk ligt op een gezonde balans en niet zozeer op specifieke voedingsmiddelen. De Voeding is een heel belangrijk onderdeel van wat een kind nodig heeft, maar niet het enige’. In totaal gaat het volgens Roseboom om vijf elementen: naast voeding, om veiligheid, liefde, stimulatie en gezondheid.

Kennis

“We weten dat veel aanstaande ouders het in principe goed willen doen voor hun kind. Een van de dingen die ze daarvoor ook zeker niet willen nalaten, is gezonder eten. Ze weten vaak ook wel wat en hoe, maar het ontbreekt ze aan puf en tijd om het ook daadwerkelijk te doen. Daarom heb ik geen lijstjes opgeschreven, maar geprobeerd om te laten zien welke factoren ontbreken om het daadwerkelijk voor elkaar te krijgen”, aldus Roseboom.
Daarvoor zou ze graag zien dat professionals, zoals verloskundigen, kraamverzorgenden, artsen en jeugdgezondheidswerkers tijdens hun opleidingen ook aandacht krijgen voor voeding. ‘Want nu voelen zij zich door gebrek aan kennis, vaak niet bekwaam om dit ter sprake te brengen. Dergelijke kennis is er wel bij diëtisten. Die zouden veel vaker ingezet kunnen worden in de reguliere zorg. Voedingsgewoonten veranderen is lastig, daarom is het juist belangrijk dit goed aan te leren, zodat er niks hoeft worden afgeleerd’, zo staat te lezen in ‘Gelijk goed beginnen’.

Overgewicht

Een aspect dat ook van invloed kan zijn op het ongeboren kind, is overgewicht bij de zwangere vrouw. Dat blijkt, evenals ondervoeding, ook minder gunstig uit te pakken. Deze kinderen lopen meer risico om zelf eveneens overgewicht te krijgen maar bij hen worden ook relatief vaker gezondheidsproblemen geconstateerd zoals hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten of adhd. “Het heeft zelfs effect op hoe het hart wordt aangelegd. Het gaat niet alleen om het overnemen van voedingspatronen er is ook een fysiologische component die maakt dat overgewicht invloed heeft op de gezondheid van kinderen. We zijn daarom een onderzoek gestart naar de vraag hoe we die vrouwen kunnen helpen aan een gezondere leefstijl, waarbij ze meer bewegen en gezonder te eten. ”

“Natuurlijk doen we ook onderzoek naar het effect van voeding ná de geboorte. Borstvoeding is een ontzettend belangrijke factor in een goede start voor kinderen. Het is duidelijk dat het geven van minstens zes maanden borstvoeding, leidt tot kostenbesparing op de gezondheidszorg. Daarom ben ik ook op basis van onderzoek met verzekeraars in gesprek, omdat ze zich misschien niet realiseren hoeveel winst dat op lange termijn oplevert.

Hoopvol

Praktische regelingen voor gezinnen met een krap budget die nu geen of weinig kraamzorg afnemen, of geen lactatiekundige inroepen bij borstvoedingsproblemen kunnen op den duur leiden tot gezondere mensen en dus minder declaraties. In het eerste jaar na de geboorte komen gezinnen die minder kraamzorg hebben afgenomen, vaker bij de dokter, zowel moeder als kind. Want daardoor starten vrouwen minder vaak met borstvoeding of ze stoppen er sneller mee en we weten dat kinderen die geen borstvoeding hebben gehad, meer kans hebben op allerlei infecties. Ik merk wel dat steeds meer het besef komt bij verzekeraars dat preventie belangrijk is. Dat we zorgkosten niet beheersbaar krijgen als we niet meer aan preventie gaan doen en stimuleren van gezondheid. Er spelen economische belangen die maken dat het nogal een stroperig proces is. Maar ik denk wel dat het beleid langzaam aan het veranderen is en ik ben blij dat de boodschap door lijkt te dringen, dat stemt me hoopvol.” 

Altijd op de hoogte blijven? 

Neem een abonnement
  
Lees ook
Bijna helft leerkrachten ziet kinderen junkfood eten bij lunch

Bijna helft leerkrachten ziet kinderen junkfood eten bij lunch

Pointer en DUO Onderzoek & Advies bevroegen leerkrachten en schoolleiders om meer te weten te komen over hoe kinderen eten op school. Waar een groot deel van de kinderen vroeger naar huis ging tussen de middag, blijkt het (kort) lunchen op school inmiddels op grote schaal te zijn toegenomen: 8 op de 10 schoolleiders geven aan dat hun school een continurooster...

Peiling: 44 procent ouders wil broodtrommel inruilen voor gezonde schoollunch

Peiling: 44 procent ouders wil broodtrommel inruilen voor gezonde schoollunch

Een groot deel van de Nederlandse ouders zou best willen dat hun kind op school een gezonde lunch krijgt. Dat blijkt uit een peiling van journalistiek onderzoeksplatform Pointer (KRO-NCRV) samen met stichting Ouders & Onderwijs.

50.000 kinderen op de BSO deden mee aan de Gezonde Smikkelweken

50.000 kinderen op de BSO deden mee aan de Gezonde Smikkelweken

50.000 leerlingen tussen de 4 en 12 jaar deden afgelopen zomer mee met de Gezonde Smikkelweken, een nieuw voedseleducatieprogramma gericht op buitenschoolse opvanglocaties (BSO). Onderzoek van het Louis Bolk Instituut onder zo’n 400 BSO-locaties laat zien dat maar liefst 99% van de BSO-medewerkers aangeeft opnieuw mee te willen doen.