In 80 jaar van voorlichtingsbureau naar voedingscentrum

VNU1-22 Schijf van vijf

Tekst & fotografie: Jip Houtbeckers (Voedingscentrum)

Van schaarste, via overvloed, naar een duurzame toekomst. Met een symposium onder die titel viert het Voedingscentrum haar 80e verjaardag. Een korte terugblik en vooral - wat verder - vooruitkijken. Het streven: een gezonder en duurzamer Nederland.

Het is 1941. Nederland is in oorlog en er heerst voedselschaarste. Basislevensmiddelen zoals melk en suiker zijn niet langer beschikbaar. Mensen nemen noodgedwongen hun toevlucht tot nieuwe en ongebruikelijke producten zoals erwtenmeel, suikerbieten en bloembollen. Ze leren om te overleven met weinig. In grote steden zoals Amsterdam, krijgen inwoners op een gegeven moment gemiddeld minder dan 580 kilocalorieën per dag binnen.
Om deze problemen het hoofd te bieden, besluit de regering dat er een Voorlichtingsbureau voor de Voeding moet komen. Het instituut wordt gefinancierd door de overheid. Professor Cees den Hartog wordt benoemd tot directeur van deze voorloper van het huidige Voedingscentrum. De allereerste activiteit: de organisatie van voedselcursussen en kookdemonstraties. Daarnaast lanceert het voorlichtingsbureau de Richtlijnen voor Hedendaagse Voeding. Dit boekje bevat een uitleg over het functioneren van het menselijk lichaam, tot aan het celniveau. Ook voorziet het in informatie over functies en aanbevolen hoeveelheden koolhydraten, vetten, eiwitten, vitamines en mineralen. Het boekje verschijnt in een oplage van 100.000 exemplaren en bereikt daarmee evenzoveel vrouwen.

VNU 3-22 Dit is gezonde voeding Fig. 1

Groeiende welvaart

Feest in Nederland. Het is 1945, de oorlog is voorbij. Al zijn de jaren vijftig nog wat sober, de welvaart stijgt razendsnel, de nadelige gevolgen blijven niet uit. In het jaarverslag van 1950 van het voorlichtingsbureau klinkt al bezorgdheid door: ‘er is een blijvende grote belangstelling te zien voor lekkernijen’. Er moet gewaarschuwd worden tegen overvoeding, speciaal door voedingsmiddelen zonder beschermende waarde. Het aandeel vet dat mensen dagelijks binnenkrijgen groeit van 30 procent in 1945 naar 40 procent in 1960. Opeens zijn tanderosie en overgewicht de nieuwe uitdagingen binnen de voedingsvoorlichting.
Den Hartog reist in 1951 naar de Verenigde Staten. Het valt hem op dat de voorlichtingsmodellen daar veel beeldender zijn. Bovendien gaan ze over voedingsmiddelen, in plaats van over voedingsstoffen. ‘The wheel of good eating’ wordt zijn grote voorbeeld. Dit model brengt met afbeeldingen in kaart wat je allemaal kunt eten, verdeeld over zeven groepen. Den Hartog besluit dat zoiets ook in Nederland moet komen: in 1953 wordt de eerste Schijf van Vijf geboren. (Fig. 1)
Het voorlichtingsbureau bereikt de bevolking via folders, openbare lezingen, filmavonden en radiospotjes. De toon is doorgaans didactisch. Bovendien wordt vaak gebruikt gemaakt van de fear appeal. Bijvoorbeeld tussen 1960 en 1970 verspreidt het bureau afbeeldingen van rotte tanden om te waarschuwen tegen suikergebruik. Toch, de eerste Schijf van Vijf houdt het heel lang vol. Al komt er in 1961 wel het zinnetje: ‘Wees matig met suiker en vet’ bij.

VNU 3-22 Schijf van vijf 2 Fig. 2

Nieuw jasje

In de jaren 70 krijgt de Schijf van Vijf een nieuw jasje. (Fig. 2) Inhoudelijk verandert er nog niets maar er begint al wel wat te broeien. Zo is sinds de oorlog, de vleesconsumptie toegenomen. In deze jaren ontstaat het bewustzijn dat dit kan leiden tot problemen in de toekomst. En nog een nieuwigheid: in 1972 dient de eerste echte dieethype zich aan: het Atkins-dieet.

In 1981 wordt de Schijf van Vijf vervangen door de Maaltijdschijf. (Fig. 3) De Schijf van Vijf gaat over het dagpatroon, de Maaltijdschijf over – jawel – de maaltijd. Dit zou het toepassen makkelijker moeten maken. De vakken zijn voor het eerst ook niet meer allemaal even groot. De vakken voor granen en peulvruchten, en voor groente en fruit zijn groter dan de rest. Het vak met dierlijke producten en het vetvak zijn kleiner. De grootste ingeving voor deze nieuwe adviezen? Voedingswetenschappers zijn bezorgd, want het wordt nu echt duidelijk dat ongezonde voeding kan leiden tot hart- en vaatziekten, kanker en diabetes type 2.

VNU 3-22 Schijf van vijf 3 Fig. 3

Begin jaren negentig komt er weer een ommezwaai in de voedingsvoorlichting. Het idee van goede en foute voeding wordt losgelaten. Voortaan gaat het om het hele eetpatroon en iedereen maakt daarin zijn eigen keuzes. Daar hoort natuurlijk een nieuw voorlichtingsmodel bij: de Voedingswijzer. (Fig. 4) Producten worden nu expres zo abstract mogelijk afgebeeld, om te zeggen: ‘het is maar een suggestie’. Hoewel persoonlijke vrijheid voorop staat zijn er ook tien spelregels van kracht. Het didactische helemaal loslaten… dat lukt nog niet.
Vanaf de jaren negentig wil ook de overheid dat voedingsvoorlichters consumenten het ‘goede milieuspoor wijzen’. Vanaf dan staat duurzaamheid definitief op de kaart in de voedingsvoorlichting.

VNU 3-22 Schijf van vijf 4 Fig. 4

Het ontstaan van het huidige Voedingscentrum

In 2000 gaat het Voorlichtingsbureau voor de Voeding samen met drie andere organisaties verder als het Voedingscentrum. In die tijd kent vrijwel niemand het Voedingscentrum, maar opvallend genoeg kent nog bijna iedereen de Schijf van Vijf, terwijl dat model dan al bijna twintig jaar niet meer wordt gebruikt. Daarmee ligt het pad wijd open voor een vernieuwde Schijf van Vijf. (Fig.5 ) In 2004 ziet deze het levenslicht. Inhoudelijk verandert er niet eens zoveel. Wetenschappelijk gezien is daar geen reden toe. Wel worden de spelregels gehalveerd van tien naar vijf.

VNU 3-22 Schijf van vijf 5 Fig. 5

Hoewel gedragsverandering altijd al een doel was, neemt het belang van dit aspect in de voorlichting toe. Het Voedingscentrum gaat gebruik maken van gedragsveranderingsmodellen. Ook de aandacht voor onderwijs neemt een vlucht. De communicatiestijl verandert verder. Van voornamelijk informeren gaat het steeds meer naar het stimuleren en motiveren om een gezonde, duurzame en veilige keuze te maken. Daarbij rekening houdend met de impact en rol van de sociale en fysieke omgeving op gedrag. In 2016 komt het Voedingscentrum met de Schijf van Vijf (Fig. 6) zoals we die nu nog kennen. Meer dan ooit is duurzaamheid verwerkt in deze Schijf van Vijf. Zo komt er voor het eerst een duidelijk advies voor de maximale vleesconsumptie, het visadvies wordt teruggebracht naar één keer vis per week en er komen nieuwe adviezen voor peulvruchten en noten.
De huidige icoontjes grijpen terug naar de abstractie van de Voedingswijzer. Daarmee wordt benadrukt dat het echt gaat om voorbeelden; er is veel meer mogelijk. Nog steeds is keuzevrijheid belangrijk. De Schijf van Vijf is op 17 miljoen manieren in te vullen, wat je smaak, voorkeuren of achtergrond ook is. En kleine stapjes doen hun intrede. Elke stap richting de Schijf van Vijf levert winst op, het hoeft niet meteen perfect.

VNU1-22 Schijf van vijf Fig. 6

En nu?

Zeker door de opkomst van internet is er een overload aan informatie. Influencers en foodbloggers zijn talrijk en hebben niet altijd de mogelijkheid om alle bronnen goed te checken. Bovendien speelt iemands persoonlijke overtuiging daarin ook vaak een rol. Voor de consument wordt het er niet makkelijker op, gezonde en duurzame keuzes te maken. In de wirwar van dit alles wil het Voedingscentrum de onafhankelijke partij zijn die op basis van wetenschappelijke inzichten laat zien wat gezonde en duurzame voedselkeuzes zijn en bruikbare handvatten biedt. Op sociale media, in kranten, op radio en televisie, door middel van folders laat het Voedingscentrum van zich horen.
In de huidige tijd is het dichten van de gezondheidskloof een van de belangrijkste uitdagingen. Het maakt uit of je arm of rijk bent en hoeveel scholing je hebt gehad. Mensen die na het basisonderwijs of vmbo zijn gestopt met hun opleiding, leven 7 jaar korter dan mensen met een hbo- of een universitaire opleiding. Bovendien is de druk op de gezondheidszorg door problemen die gerelateerd zijn aan te veel ongezonde voeding groot. Preventie van die problemen blijft de komende jaren een groot punt van aandacht en het is belangrijk dat er een nieuwe generatie gezond kan opgroeien. Onmisbaar naast dit alles is natuurlijk het werk aan het gezonder en duurzamer maken van de eetomgeving. Het Voedingscentrum werkt dan ook – samen met vele andere partijen – aan een gezondere generatie. Een generatie die beschikt over de voedselvaardigheid om gezonde, veilige en duurzame keuzes te maken. En die opgroeit in een omgeving, zowel thuis als buitenshuis, die zo is ingericht dat de gezonde, veilige en duurzame keuze vanzelfsprekend en bereikbaar is. Waar je wieg ook staat.

Meer lezen over de geschiedenis van voedingsvoorlichting? Ga naar www.voedingscentrum.nl/geschiedenis.

Lees ook
Standpunt Voedingscentrum | Factsheet: invloed van opvoeding op eetgedrag van kinderen

Standpunt Voedingscentrum | Factsheet: invloed van opvoeding op eetgedrag van kinderen

Al van jongs af aan krijgen kinderen allerlei eetgewoonten aangeleerd, zoals samen aan tafel en de televisie uit tijdens het eten. Vaak nemen kinderen deze gewoonten mee als ze volwassen worden. Opvoeders spelen dus een cruciale rol in het aanleren van gezonde of juist ongezonde eetgewoonten. Het Voedingscentrum presenteert daarom een herziene factsheet...

Standpunt Voedingscentrum | Zijn plantaardige dranken goed alternatief voor zuivel?

Standpunt Voedingscentrum | Zijn plantaardige dranken goed alternatief voor zuivel?

Voor onze gezondheid en het milieu is het goed om op te schuiven naar meer plantaardige en minder dierlijke voedingspatronen [1, 2]. Minder vlees én minder zuivel zou je misschien zeggen. Maar is het zo simpel?Voor vlees lijkt gezond en duurzaam meer hand in hand te gaan dan voor zuivel. Tegelijkertijd groeit het aanbod aan plantaardige zuivelvervangers...

Standpunt Voedingscentrum | Waarom je mensen zichzelf de les moet laten lezen

Standpunt Voedingscentrum | Waarom je mensen zichzelf de les moet laten lezen

Implementatie intenties, altercasting, de foot-in-the-door techniek, boosting, nudging. De lijst aan gedragsveranderingstechnieken is inmiddels zó lang, dat het voor professionals een uitdaging kan zijn om ze allemaal te kennen, laat staan toe te passen in de praktijk. Kortom: een goede aanleiding om – wat het Voedingscentrum betreft – hier een van...