Gedragskenmerken eetstoornissen veranderen beloningsproces in het brein

head

Beeld door Meo via Pexels

Gedrag bij eetstoornissen (zoals restrictie, eetbuien en purgeren) verandert het beloningsproces van de hersenen en controlecircuit voor voedselinname. Eenmaal gewijzigd, kan dit circuit het gedrag van eetstoornissen versterken wanneer het wordt gecombineerd met gedragskenmerken zoals te veel of te weinig eten. 

Dat blijkt uit een studie van een onderzoeksteam van de Universiteit van Californië, dat zich specialiseert in onderzoek en behandeling bij eetstoornissen. De focus lag op hoe het gedrag in het hele spectrum van eetstoornissen de hersenen beïnvloedt. Hierbij is extra aandacht besteed aan de beloningsrespons, controlecircuits voor voedselinname en of deze veranderingen het gedrag bij eetstoornissen versterken.

Eetstoornissen behoren tot de dodelijkste van psychische aandoeningen. Gedrag verbonden aan eetstoornissen varieert in type en ernst bij uitingen zoals eetaanvallen, purgeren (braken) en restrictie. Meer dan de helft van mensen met een eetstoornis herstelt niet volledig ondanks behandeling. Volgens de paper, die werd gepubliceerd in JAMA Psychiatry, is onderzoek naar nieuwe behandelmogelijkheden en de meespelende neurobiologische factoren van belang voor behandelaren en mensen met een eetstoornis.

Honger negeren

In de studie werd de hersenreactie bij onverwachte ontvangst of weglating van een zoete stimulus onderzocht bij ruim 300 vrouwen waarvan ongeveer de helft een eetstoornis had. De resultaten suggereren dat de dopamine-gerelateerde beloningsrespons in de hersenen bij vrouwen met een eetstoornis veranderde.

De deelnemers met anorexia nervosa en een laag BMI, die bovendien restrictiegedrag vertoonden, hadden een hoge respons op prediction error. Dit verwijst naar mismatches die optreden wanneer er verschillen zijn tussen wat wordt verwacht en wat er daadwerkelijk gebeurt. Ook is de prediction error essentieel bij het leerproces van het brein. Deze reactie kan het voedselinname-controlecircuit versterken waardoor deze vrouwen hun hongersignalen beter kunnen negeren. Het tegenovergestelde gebeurde bij vrouwen met eetbuien en hogere BMI’s.

Combinatie

De onderzoekers concluderen dat het klinisch belangrijk kan zijn om gewichtstoename te implementeren bij ondergewicht door eetstoornissen en gewichtsverlies bij eetstoornis geassocieerd overgewicht. Dit zou de hersenfunctie en het gedrag kunnen normaliseren, aldus de onderzoekers. 

Het team erkent dat het onderwerp controversieel is en de kritische vraag blijft volgens de onderzoekers wat de beste BMI is voor een persoon in de context van eetstoornissen. Ook concluderen zij dat behandeling, gecombineerd met interventies gericht op de hersenprocessen die het gedrag van eetstoornissen beïnvloeden, een belangrijke rol kan spelen in langdurig herstel.

"Dit werk is belangrijk omdat het biologische en gedragsfactoren verbindt die een negatief effect hebben op eetgedrag", zegt Janani Prabhakar, Ph.D., van de Division of Translational Research van het National Institute of Mental Health, in het persbericht"Het verdiept onze kennis over de onderliggende biologische oorzaken van gedragssymptomen die verband houden met eetstoornissen en zal onderzoekers en clinici betere informatie geven over hoe, wanneer en met wie in te grijpen."

Noot van de redactie

De resultaten van het onderzoek wijzen erop dat een combinatie van psychologische hulp en voedingsinterventies nodig zijn voor gedragsverandering. De vraag is wanneer in de praktijk de psychotherapie ingezet moet worden. Zo is er de laatste jaren kritiek vanuit medische professionals op het standaard behandelingstraject, met name bij ernstige gevallen van eetstoornissen. Psychische hulp wordt namelijk vaak uitgesteld bij patiënten tot ze weer op gewicht zijn. En dat, terwijl bijvoorbeeld aankomen bij anorexia juist een psychologische trigger kan zijn.

De documentaire ‘Gegijzeld door anorexia’ (BNNVARA/Zembla, 2019) schetst bijvoorbeeld een beeld van de valkuilen bij de behandeling van anorexia. Psycholoog Greta Noordenbos vertelt in de documentaire over gemiste kansen bij mensen die al aan de ziekte zijn overleden. “Sommige hadden de motivatie en wilden heel graag psychotherapie en vroegen erom. Dan denk ik nou, gebruik dan die motivatie en kom dan niet met de voorwaarde ‘eerst moet het gewicht omhoog’”, zegt Noordenbos in de documentaire.

Voordat een gecombineerde aanpak wordt ingezet zoals het onderzoek adviseert, is het mogelijk verstandiger om psychologische hulp bij eetstoornissen eerst toegankelijker te maken. Zo kunnen mensen bijvoorbeeld vanaf het moment van diagnose psychologisch begeleid worden waardoor ze leren omgaan met de effecten van het behandelingsproces (bijvoorbeeld aankomen).

 

Lees ook
Nederlander wil wel minder snoepen, maar gezond aanbod ontbreekt

Nederlander wil wel minder snoepen, maar gezond aanbod ontbreekt

Tweederde van de Nederlanders wil minder snoepen en snacken of is hier al actief mee bezig, maar gebrek aan gezond aanbod maakt het lastig. Dat blijkt uit onderzoek van het Voedingscentrum.

Verschillen in gezondheid bij plantaardige kazen

Verschillen in gezondheid bij plantaardige kazen

Plantaardige alternatieven voor kaas verschillen onderling in gezondheid, blijkt uit onderzoek van de Consumentenbond. De varianten op basis van noten zijn gezonder dan de producten met kokosolie.

Leestip: interview in Trouw over betere voeding in ontwikkelingslanden

Leestip: interview in Trouw over betere voeding in ontwikkelingslanden

Op deze vrijdag tipt de redactie van Voeding Nu een artikel uit Trouw van 23 september. Wetenschapper Bart de Steenhuijsen Piter (WUR) vertelt daarin over zijn onderzoek naar hoeveel (en welke) fruit en groente mensen in arme landen eten, en hoe dat kan verbeteren.