Koolhydraten en suikers staan ter discussie, maar zijn broodnodig

attachment-granen-prostaatkanker

Koolhydraten zijn belangrijke macrovoedingsstoffen. Er is veel discussie over, met name over de beperking van koolhydraten rond afvallen, diabetes en een gezonde leefstijl. In dit artikel vind je veel informatie over koolhydraten. Een korte inleiding met basisinformatie en een aantal artikelen waarin de hete hangijzers rond koolhydraten aan bod komen.

1. Denken in voedingstoffen of producten?

attachment-boerenmarkt-1024x768

Denken in voedingsmiddelen

We moeten af van het denken in voedingstoffen (koolhydraten, eiwitten, vetten, vitamines en mineralen, etc.) en meer toe naar het denken in voedingsmiddelen. Dat is de opvatting van de Gezondheidsraad, die in Nederland de officiële voedingsrichtlijnen afgeeft. Er komen dan ook steeds meer adviezen die zijn gekoppeld aan producten die het voor consumenten makkelijker moet maken een gezonde keuze te maken. Het Voedingscentrum vertaalt de richtlijnen van de raad naar praktisch toepasbare regels.

Toch zijn kennis over de verschillende voedingsstoffen en inzicht in de consumptiepatronen van de Nederlanders een voorwaarden om voedingsrichtlijnen in termen van producten en levensmiddelen gedegen en wetenschappelijk onderbouwd te kunnen geven. Wetenschappelijke kennis en inzichten over bijvoorbeeld koolhydraten blijven nodig.

attachment-Richtlijnen-300x189

En steeds is er (wetenschappelijke) discussie over wat nu de beste samenstelling van de voeding is. Welke verhouding macronutriënten is het beste voor de gezondheid of bijvoorbeeld overgewicht tegen te gaan? Meer of minder vet, koolhydraat of eiwit? De voedingsrichtlijnen waarin de verhoudingen tussen macrovoedingsstoffen zijn gegeven, zijn in principe gericht op gezonde mensen; op hen die geen officieel dieet volgen en zijn gericht op het behoud van een goede gezondheid. Bij echte diëten gaat om aangepaste voedingen voor mensen die een aandoening of ziekte hebben. In dit artikel wordt ingegaan op de diverse rollen van koolhydraten.

2. Wat zijn koolhydraten?

attachment-Glucose-6-Red-Balls-for-the-Carbon-Atoms-300x199 Chemische samenstelling van glucose, enkelvoudig suikermolecule, rood is koolstof, zwart water en wit zuurstof.

Koolhydraten bestaan uit koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O), vandaar dat je ze ook wel als als CHO’s kunt tegenkomen. Ze vormen een diverse groep suikers. Koolhydraten bestaan uit een aaneenschakeling van suikermoleculen. Op basis van de samenstelling en aaneenschakeling van deze moleculen worden ze ingedeeld. Er zijn enkelvoudige koolhydraten (monosachariden als glucose, fructose en galactose) en meervoudige koolhydraten (disachariden, oligosachariden en polysachariden). Het normale tafelsuiker is bijvoorbeeld sacharose (ook wel zoals in het Engels sucrose genoemd) en bestaat uit een glucose- en fructosemolecule. Voorbeelden van een lange koolhydraatketens zijn plantaardig zetmeel, voedingsvezels of dierlijk glycogeen.

 

Koolhydraten zitten bijna overal in

Met uitzondering van vetten (oliën), vlees, vis en eieren bevatten de meeste voedingsmiddelen in meer of mindere mate koolhydraten. In melk en melkproducten is het belangrijkste koolhydraat het melksuiker lactose. Ook veel samengestelde vleesproducten kunnen toegevoegde koolhydraten bevatten.

3. Richtlijnen voor koolhydraten wereldwijd

Vergelijking wereldwijde richtlijnen koolhydraten wat lastig

Voor een efficiënt voedings- en gezondheidsbeleid en een effectieve voedingsvoorlichting zijn voedingsaanbevelingen nodig die een wetenschappelijke basis hebben. Zo zijn er ook richtlijnen voor macrovoedingstoffen als koolhydraten. Echter, de wijze waarop de aanbevelingen voor koolhydraten en suikers in de verschillende landen worden uitgedrukt is niet uniform, ze zijn bijvoorbeeld numeriek of kwalitatief. Het maakt een directe vergelijking tussen landen wat lastig.

VN4-Richtlijnen-voor-koolhydraten-afbeelding-5-wereld-shutterstock_112244876-1024x560

De voedingsaanbevelingen zijn echter allemaal gericht op een adequate voorziening van alle essentiële voedingsstoffen en op de preventie van chronische aandoeningen zoals overgewicht, hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en bepaalde vormen van kanker. Het opstellen van de richtlijnen wordt, net als in Nederland, overal voorafgegaan door een grondige literatuurstudie van de meest recente onderzoeksresultaten. In het onderstaande artikel van emeritus professor Fred Brouns kun je lezen wat de wereldwijde richtlijnen rond koolhydraten zijn en welke voedingskundige betekenis eraan gegeven kan worden.

4. Meer of minder koolhydraten in de voeding?

Discussie over eiwit, vet en koolhydraten

Meer of minder koolhydraten in de voeding? En in samenhang daarmee, meer of minder vet? De discussie over deze vragen woedt al twintig jaar, zowel onder academici als in de lekenpers. Tijdens het 37e Internationale Symposium over Diabetes en Voeding was het onderwerp van debat. Het vond afgelopen jaar plaats in Kerkrade in de historische omgeving van abdij Rolduc. Er waren voor- en tegenstanders uit alle werelddelen.

Lees hier verder :

Het idee dat koolhydraten per se slecht zijn, klopt niet

Op een ander congres over koolhydraten gingen ging professor Gertjan Schaafsma in op  het aandeel koolhydraten in de voeding.

   

5. Van koolhydraten (suikers) word je dik en kun je afvallen wel vergeten?

De ene calorie is de andere niet, of wel

De ultieme “meter” voor wel of niet dik worden, is je energiebalans. Het maakt niet uit of je deze energie binnenkrijgt via koolhydraten (suikers), vetten of eiwitten. Als je te veel calorieën binnenkrijgt, dan moeten ze er ook weer uit om op gezond gewicht te blijven. Het zijn vooral de kilocalorieën die tellen. Er is geen reden waarom je niet zou kunnen afvallen, terwijl je toch suikers of koolhydraten inneemt.

attachment-Voedingsmiddelen-300x200

Er zijn tussen mensen wel kleine verschillen in de stofwisseling van koolhydraten (vetten en eiwitten) en de erop volgende hormoonrespons bij de inname ervan. Er kunnen verschillen zijn in de hoeveelheid en de snelheid van opslag van overgebleven energie. Een recente studie laat zien dat het vooral gaat om de kwaliteit van de inname van macrovoedingstoffen. Met andere woorden, waarin zitten ze verpakt?

 

Lees over de verpakking van calorieën:

Koolhydraat- of vetarm, het grote debat

 

In de video legt onderzoeker Jan Willem van Dijk van de Hogeschool Arnhem/Nijmegen uit welke invloed beweging heeft op de glucosehuishouding.

6. Suiker maakt het het imago van koolhydraten lastig, suiker ter discussie

Suiker als zondebok

Koolhydraten liggen regelmatig onder vuur omdat ze over een kam geschoren worden met suiker, kristalsuiker, tafelsuiker, geraffineerde suiker. Er is onder veel mensen weerstand en discussie over de hoeveelheid suiker in de voeding. Hoewel de suikerconsumptie in de afgelopen decennia gedaald is en de hoeveelheid mensen met overgewicht en obesitas wereldwijd is gestegen, staat het soms toch in een kwaad daglicht.

De roep tegen suiker is groot. Het lijkt erop dat dit gebruikt wordt als zondebok tegen het complexe probleem van overgewicht en obesitas. Zo voert het Diabetes Fonds ieder jaar actie tegen het gebruik van suiker en valt de Consumentenbond bedrijven aan die extra suiker in hun producten gebruiken.

Overgewicht of obesitas is een complex probleem. Deze grafiek, gebaseerd op Amerikaanse voedselconsumptiegegevens (NHANES) laat zien, dat algemene conclusies die over suiker en overgewicht worden getrokken niet per definitie kloppen.

suiker-versus-obesitas-1024x664  

Suiker vermijden

Sommige mensen mijden suiker als de pest en geven erop af, maar veel voedingsmiddelen hebben van nature al suikers in zich, zoals melk (lactose) of vruchten (fructose en glucose), aardappels (glucose) en honing (glucose en fructose). Zelfs groenten bevatten suikers. Ook mensen met het metabool syndroom of diabetes kunnen wel een beetje suiker hebben, ook al denken velen dat dat niet zou mogen. Ze hebben suiker nodig voor hun stofwisseling, met mate kunnen ze het zonder probleem consumeren. En sommigen trekken de lijn door naar koolhydraten. Wie echter koolhydraten laat staan uit vrees voor suikers, loopt daarbij tevens de gunstige en gezonde eigenschappen van koolhydraten mis, zoals de vezels.

De discussie over nadelige kant van suiker is niet nieuw in de tachtigjarige geschiedenis van Voeding Nu is suiker al als sinds het begin een discutabel onderwerp. Ook onderwerpen als suiker is verslavend en suikertaks kwamen daarin aan de orde.

Sentimenten rond suiker negatief?

Ja, de sentimenten rond suiker op internet lijken vaak negatief. In discussies op social media, ook op Voeding Nu, zijn mensen soms uitgescholden als ze een genuanceerd standpunt over het gebruik van suiker ventileerden. Het liep een enkele keer  zo hoog op dat sommige moddergooiers uit de discussiegroep van Linkedin zijn verwijderd. Is het allemaal zo negatief dan? Lang niet altijd als je naar de uitkomsten kijkt van de zogheten Tweet Sentiment Visualization rekenmodule. Als je daar het woordje suiker invoert, wordt het sentiment berekend aan de hand van wereldwijde tweets. Daarbij wordt gelet op alle prettige en onprettige gevoelens rond suiker en de opwinding die mensen erover laten blijken. Dat uitkomst blijkt overwegend positief. sentimenten-op-twitter-1024x543

7. Koolhydraten (suikers) en verslaving

 

Zoet is lekker, zoet verleidt, suiker verleidt, zoete lekkernijen worden gekocht en gegeten, verslonden. De vrees voor suiker wordt al sinds de jaren 70 via verschillende media aangewakkerd, toen de Britse wetenschapper John Yudkin zijn boek Pure, White and Deadly, over de gevaren van suiker voor de gezondheid, publiceerde. In 2013 verscheen in Nederland het boek ‘Zonder suiker, stop de verslaving, word gezonder’, waarin het ‘witte gif’ als extreem verslavend wordt voorgesteld. Daar kwam nog bij dat de directeur van de GGD van Amsterdam landelijk de media-aandacht trok door in een column suiker op één lijn te stellen met alcohol en tabak. Suiker is echter niet verslavend, er zijn geen wetenschappelijke bewijzen voor. Het houdt de gemoederen wel bezig.

Suiker een verslavende stof?

Op twee bijeenkomsten van voedingsdeskundigen in 2013 was suikerverslaving onderdeel van een debat, ook hierin kwam naar voren dat de meesten niet vinden dat suiker verslavend is. Het punt is dat suiker niet te vergelijken is met verslavende stoffen zoals nicotine, cocaïne en alcohol. Bij verslaafden die afkicken, treden onthoudings- en ontwenningsverschijnselen op. Ooit iemand in een restaurant naar de suikerpot zien duiken om zijn shotje te halen?

attachment-suikervraagteken-277x300

Diagnosecriteria verslaving

De diagnosecriteria voor verslaving aan bijvoorbeeld alcohol of nicotine duiden onder meer op het optreden van tolerantie; ontwenningsverschijnselen die specifiek zijn voor het middel; inname van steeds grotere hoeveelheden; drang om te stoppen, maar pogingen om te stoppen of minderen mislukken; het besteden van veel tijd aan de verkrijging of het gebruik van het middel; vermindering van sociale activiteiten door het middelengebruik; en aanhoudend gebruik, ondanks kennis over negatieve effecten. Drie symptomen tegelijkertijd binnen een jaar en er is sprake van verslaving. Voor suiker gaat dat niet op.

Vanwaar dan die commotie? Wat je wel kunt zeggen is dat veel mensen zoete levensmiddelen plezierig vinden. Bij een keuze uit meerdere varianten zullen ze veelal iets zoets kiezen, omdat ze het gewoonweg lekker vinden. Het fijne gevoel willen ze bekrachtigen. En dat zou kunnen leiden tot gewoontegedrag. Ze zijn eraan gewend.

Plezierig gevoel

En dan is er nog een lichamelijke kant die mensen aan verslaving doet denken. Door suikers gaat de insulinespiegel van het bloed omhoog. Als gevolg daarvan kunnen grote, neutrale aminozuren (zoals valine, leucine en isoleucine) en glucose door de spieren worden opgenomen. Een ander groot aminozuur tryptofaan wordt echter niet door de spieren opgenomen zou hierdoor verhoudingsgewijs meer in het bloed achterblijven. Er zijn aanwijzingen dat tryptofaan op zijn beurt de bloed-hersenbarrière kan passeren. Hierdoor zou in de hersenen de aanmaak van serotine kunnen worden verhoogd. Dit stofje kan voor een plezierig gevoel zorgen, een antistress gevoel. Alleen, deze effecten zijn niet specifiek voor suiker.

8.  Koolhydraatbeperkende diëten werken het beste tegen gewichtsverlies

 

Het koolhydraatarme dieet is in. Diëtisten rapporteren dat ze er goede ervaringen mee opdoen met patiënten met overgewicht of obesitas. Prima natuurlijk, als deze voedingsaanpak onder begeleiding op individueel niveau werkt. Sommigen voelen zich daarbij gesterkt door de aanbevelingen van de ‘Zweedse Gezondheidsraad’  (Swedish Council on Health Technology Assessment) die  het koolhydraatarme dieet bij obesitas aanbeval.

Voor snel succes heeft een (zeer) gematigde inname van koolhydraten het meeste effect op gewichtsverlies. Koren op de molen van degenen die voor een dieet met meer eiwitten of vetten pleiten, zoals de aanhangers van het Atkins-dieet. De Zweden zeggen er ook bij dat na een half jaar het verschil in effect tussen de verschillende diëten is verdwenen. En dat vergeten de aanhangers van het koolhydraatarme dieet in hun enthousiasme nog wel eens te melden.

Hoe denkt diëtist Mariëlle van Veen over de inzet van diëten?

Koolhydraatarm

Omdat het lichaam glucose vrij kan maken uit eiwitten is een tijdelijke koolhydraatarm dieet om af te vallen geen gevaar. Wie langer gaat experimenteren met een koolhydraatarme voeding loopt het risico dat zijn voeding onevenwichtig wordt, met name omdat er te weinig vezel worden ingenomen. Deze worden in verband gebracht met een lager risico op hart en vaatziekten. Ook kan het lichaam bij een langdurig koolhydraatarm dieet in een staat van ketose komen. Hierdoor komt er een bovenmatige hoeveelheid ketonen in het lichaam. Dat gebeurt doordat er meer vet wordt verbrand. In combinatie met een tekort aan glucose kan dat leiden tot symptomen als moeheid en misselijkheid. Ook zijn er aanwijzingen dat het ten koste gaan van spiermassa.

Alle diëten werken. Noem ze maar op: Atkins, Montignac, South Beach, Bloedgroependieet, Sherrydieet, dr. Frank, Sonja Bakker, etc., etc. Op korte termijn. Slechts een klein percentage dieetgangers slaagt erin een dieet lang vol te houden. Mensen houden het gewoon niet vol omdat de voeding te veel afwijkt van wat iemand gewend was. Daarbij komt nog dat als een dieet wel werkt en tot afvallen leidt, de effecten na verloop van tijd afvlakken. Wie afvalt, gaat minder energie voor zijn basale metabolisme gebruiken.

De meeste diëten leiden helaas niet tot het duurzaam veranderen van de leefstijl, met veel beweging en een keuze voor een matige energie-inname en een hogere inname van gezonde producten zoals groente en fruit. Het beste dieet is geen dieet, maar een gezonde leefstijl, die niet per se samenhangt met koolhydraatarm eten. Via een diëtist kan maatwerk worden geleverd.

9. Koolhydraten in relatie tot  een te hoge bloedsuikerspiegel en diabetes

Per voedingsmiddel maakt het uit hoe snel de koolhydraten die erin zitten, als glucose in het bloed beschikbaar komt. Glucose in de bloedbaan kan door het lichaam meteen worden ingezet, bijvoorbeeld voor de basisstofwisseling en als belangrijke brandstof voor de hersenen. Als glucose niet direct via koolhydraten beschikbaar is, kan het lichaam het zelf aanmaken uit eiwitten (aminozuren) of vetten (glycerol, vetzuren in de voeding of in de vetcellen).

Glykemische index

Een maat voor de aanwezigheid van glucose in het bloed na het eten van koolhydraten is de zogeheten glykemische index. De opnamesnelheid van glucose hangt van meerdere factoren af, zoals de hoeveelheid vezel in de voeding of de opname van voedsel met koolhydraten in vaste of vloeibare vorm. Daarnaast hangt de glykemische respons ook af van het type koolhydraat. Tafelsuiker dat glucose en fructose bevat heeft bijvoorbeeld een lagere glykemische index dan wit brood, witte rijst of aardappelen die vrijwel uitsluitend glucose bevatten. Suiker bestaat uit een glucose- en fructosemolecule. Het duurt even voor de fructose in de lever is omgezet in glucose. Volgens de Gezondheidsraad is er onvoldoende bewijs dat een voeding met een lage glykemische index het risico op (chronische) ziekten vermindert. Zo heeft een vetrijke maaltijd een lage glykemische index. Als de glykemische index een primair criterium ter beoordeling van de gezondheid zou zijn, zou een vetrijke voeding als positief moeten worden beoordeeld.

attachment-rijst-300x200

Glycogeen

Overtollige glucose in de voeding wordt voor een klein deel tijdelijk opgeslagen als glycogeen (circa 500 gram). Het kan worden gebruikt als er extra glucose nodig is, bijvoorbeeld als extra energie bij inspanningen. Als de glycogeenvoorraad vol is, wordt glucose omgezet in vet. Als er voldoende activiteit is, wordt glucose vrijwel niet omgezet in vet. Dat is bijvoorbeeld te zien bij intensieve sporters.

Ze gebruiken doorgaans veel koolhydraten, maar hebben relatief weinig lichaamsvet. Overtollige energie van glucose kan dus worden omgezet in vet, dat als reserve wordt opgeslagen in de vetcellen. Ook vet in de voeding kan makkelijk worden opgeslagen in het lichaam. Eiwit daarentegen wordt nooit als reserve opgeslagen. De aminozuren uit eiwitten in de voeding, die niet gebruikt worden voor de eiwitsynthese, worden als energiebron verbruikt of ondergaan een omzetting in glucose, gluconeogenese genoemd. Als er te weinig aminozuren voor de eiwitsynthese voorhanden zijn, kan het lichaam de eiwitten die al aanwezig zijn in bijvoorbeeld de spieren of de darm aanspreken, dan wordt eiwit uit het lichaam afgebroken. Dat gebeurt bij tekorten of in het geval van ziekten. Gluc attachment-1626-206x300 ose komt dus niet alleen beschikbaar via koolhydraten in de voeding, maar ook via vetten of eiwitten.

In een gezond lichaam wordt de hoeveelheid glucose in het bloed door een samenspel van lever en alvleesklier binnen een optimale bandbreedte gehouden. Is er te veel bloedsuiker dan zorgt de alvleesklier voor de afgifte van het hormoon insuline waardoor de glucose via de lever wordt opgeslagen als glycogeen of wordt opgenomen in spieren en vetweefsel. Is er te weinig glucose in het bloed dan zorgt de alvleesklier voor de afgifte van het hormoon glucagon waardoor via de lever glucose wordt vrijgemaakt uit de suikerreserves, zoals glycogeen. Mensen die continu te veel suiker in hun bloed hebben, kunnen suikerziekte ontwikkelen, een chronische ziekte die de kans op hart- en vaatziekten aanzienlijk vergroot. In dat geval is het lichaam niet meer zelf in staat om de suikerspiegel omlaag te brengen.

De alvleesklier kan de verwerking van de hoeveelheid glucose met de productie van insuline niet bijbenen of het lichaam is ongevoelig geworden voor insuline waardoor de glucose niet meer wordt verwerkt.

In Nederland lijden naar schatting een miljoen mensen aan diabetes en circa 750.000 aan prediabetes of het metabool syndroom (met kenmerken die tot het voorstadium van diabetes behoren). In deze laatste categorie vallen veel mensen met overgewicht of obesitas bij wie de druk op de optimale bandbreedte van de suikerhuishouding is opgevoerd.Door niet in te grijpen in de leefstijl kan de balans naar suikerziekte doorslaan.

 

10 Is het verstanding om brood, dat veel koolhydraten bevat, te schrappen?

In 2013 kwam de Nederlandse vertaling van het boek de Broodbuik van de Amerikaanse cardioloog William Davis uit. ‘Tarwe maakt ongezond’, is de kern van zijn boodschap. In Amerika verkocht hij zo’n miljoen exemplaren, waarvan 200.000 in Canada. Ook in Nederland trok het boek veel aandacht omdat het raakt aan het voedingspatroon van heel veel mensen. Het 300 pagina’s tellende werk lijkt een manifest tegen het eten van tarwe en andere granen die koolhydraten of gluten bevatten.

Stoppen met tarwe

Davis verwijst naar studies waarin negatieve verbanden zijn gevonden tussen het eten van tarwe en onder andere reumatoïde artritis, autisme bij kinderen, schizofrenie en overgewicht. Ook verwijst hij naar zijn (hart)patiënten die positieve ervaringen kregen toen ze tarwe uit hun dieet haalden. Volgens Davis gingen ze van diabetes naar niet-diabetes gingen, ze hadden minder last hadden van astma, geen darmproblemen en depressies meer. En gaat Davis verder, wie met tarwe stopt zou kunnen rekenen op bijvoorbeeld de afname van maagzuur en een onrustige darm; het verdwijnen van seborrhea dermatititis en gezwollenheid; het afnemen van vinger- en polspijn en gezwollen vingers. Al deze kwalen of symptomen verdwijnen na drie tot vijf dagen. Effecten op langere termijn ziet Davis bij pijn aan de grote gewrichten (na weken tot maanden) en complexe auto-immuuncondities zoals reumatoïde artritis of Lupus erythematodes (enkele jaren). attachment-Advertorial-NBC-afbeelding-5-speltbrood-300x200

Geen voedingswetenschapper

Davis is geen voedingswetenschapper. De voornaamste kritiek van voedingsexperts op het werk van Davis is het selectief gebruik, de onjuiste interpretatie en de onvolledigheid van zijn bronnen. Fijn er als iemand baat heeft bij minder tarwe, maar voor de algemene bevolking is er geen reden om tarwe of andere granen uit het voedingspatroon te bannen. Een werkelijke reden om tarwe in de voeding te mijden is de aandoening coeliakie. Naar schatting heeft ongeveer een procent van de Nederlandse bevolking een darm die schade kan ondervinden van gluten in tarwe. Gluten is een verzamelnaam voor lijmachtige eiwitten die in granen (tarwe, rogge, gerst en spelt) voorkomen. Nog eens vijf tot zeven procent van de bevolking zou, naar schatting, gevoelig kunnen zijn voor gluten of andere componenten die in graan aanwezig zijn. Deze mensen krijgen geen darmschade. Ze kunnen overgevoeligheidsklachten krijgen, waaronder een prikkelbare darm en melden bijvoorbeeld vermoeidheid. Voor hen is het wel zinvol glutenhoudende granen te vermijden.

Lees hier een interview met William Davis:

 Het kaartenhuis van de officiele voedingsvoorlichters wankelt 

11. Tarwe en andere volkorenproducten en verslaving

Ook de discussie over het verslavende effect van tarwe komt door het boek Broodbuik van William Davis. Hierin besteedt hij veel aandacht aan de bredere verspreiding van tarwe als voedingsgewas en het toenemen van overgewicht. Davis suggereert dat er een causaal verband is tussen de toename van tarweconsumptie en de epidemie van overgewicht. De toegenomen consumptie van tarwe en de toename van overgewicht lopen parallel, maar dat betekent nog geen oorzaak-gevolg-verband. Volgens hem is er dat wel en heeft het kunnen ontstaan sinds tarwe in de tweede helft van de vorige eeuw met chemische technieken is veranderd.

Davis denkt dat hierdoor in tarwe een exorfine (gliadorfine) is ontstaan dat eetlust en verslaving opwekt. De splitsing van gluten tijdens de vertering in de maag zorgt voor polypeptiden (eiwitketens), waaronder gliadine, waaruit het zogeheten gliadorfine kan vrijkomen.

Deze stof zou door de bloed-hersenbarrière kunnen dringen waarna deze kan aangrijpen op opiaatreceptoren, wat voor beloning zorgt, een prettig gevoel. Davis verdenkt de voedselindustrie ervan tarwe-eiwitten aan voedingsmiddelen toe te voegen vanwege dit verslavende aspect, maar komt in zijn boek niet met bewijzen hiervoor.

Hij verwijst alleen naar een onderzoek bij ratten in een laboratoriumsituatie waarbij het gliadine in de bloedbaan van de dieren werd gespoten. Er is echter geen enkel bewijs bij mensen dat dergelijke grote eiwitfragmenten (peptiden) door de darm kunnen worden opgenomen. Er is dan ook geen reden om brood te laten staan, tenzij je een glutenintolerantie of –allergie hebt.

Van het regelmatig eten van volkoren brood, waarin de hele tarwekorrel is verwerkt, zijn veel gezondheidsvoordelen beschreven. In de Richtlijnen voor de vezelconsumptie wijst de Gezondheidsraad op de verlaging van het LDL-cholesterolgehalte, een risicofactor voor hart- en vaatziekten, door de inname van vezels. Een hogere inname van volkorenproducten (40 gram per dag) is al geassocieerd met een substantieel lager risico van diabetes type 2, hart- en vaatlijden en een hoge bloeddruk. Via volkoren producten krijg je mineralen, eiwitten, stoffen met antioxidantcapaciteit en vezels binnen. Ook zijn er studies die juist wijzen op een gunstig effect voor het lichaamsgewicht door een regelmatige inname van volkorenproducten.

 

Hoe mag brood heten volgens de wet, per 1 juli 2020:

 Warenwetbesluit: naam van het brood moet de inhoud dekken

 
Lees ook
Standpunt: Verzadigde vetzuren en het risico op hart- en vaatziekten

Standpunt: Verzadigde vetzuren en het risico op hart- en vaatziekten

Verzadigde vetzuren verhogen het LDL-cholesterolgehalte (LDL-c) in het bloed, een causale risicofactor voor het ontstaan van coronaire hartziekten. Regelmatig verschijnen er onderzoeken die dit causale verband in twijfel trekken. Dit kan tot verwarring leiden bij consumenten en professionals. In een nieuwe factsheet legt het Voedingscentrum de adviezen...

Bisschopsmolen start campagne voor slow food

Bisschopsmolen start campagne voor slow food

Kies voor slow food. Dat is de oproep van Frank van Eerd van de Bisschopsmolen in Maastricht. Mensen moeten kiezen voor voeding die is geteeld en bereid volgens de wetten én het tempo van de natuur. Daarom loopt de komende weken een campagne over de meerwaarde van Slow Food.

Helpt Vitamine D mogelijk toch tegen COVID-19?

Helpt Vitamine D mogelijk toch tegen COVID-19?

Beeld: HalGatewood.com via Unsplash Een Amerikaanse studie heeft gevonden dat hogere vitamine D-levels in het bloed mogelijk het risico op COVID-19 verlagen, met name bij Zwarte mensen. Onderzoekers van het Medisch Centrum van de Universiteit van Chicago bestudeerden de relatie tussen vitamine D-waarden en de kans om positief te testen op COVID-19....