Eten volgens de Schijf van Vijf of een supplement met extra voedingsstoffen?

spoon with dietary supplements on fruits background

Met de opkomst van het coronavirus is in het afgelopen jaar de aandacht voor een goede weerstand enorm toegenomen. In de discussie over wat je met je voeding al dan niet kunt doen om COVID-19 het hoofd te bieden, komen steevast voor- en tegenstanders van extra vitamines en mineralen naar boven. Het Voedingscentrum en orthomoleculair apotheker Gert Schuitemaker kruisen de degens.

Twee exponenten in de discussie zijn het Voedingscentrum (Daniëlle Wolvers), dat staat voor zoveel mogelijk eten volgens de Schijf van Vijf en orthomoleculair apotheker Gert Schuitemaker (niet praktiserend) van het Ortho Instituut, die voorstander is van de inname van extra vitamines en mineralen naast een gezonde voeding. Voeding Nu legde beide partijen in een online meeting een aantal stellingen en vragen voor.  

Door COVID-19 is het onderwerp ‘weerstand’ in de belangstelling komen staan. Wat merk je daarvan bij het Voedingscentrum? 

Daniëlle Wolvers: ‘Het is evident dat mensen nu meer willen weten over een onderwerp als  weerstand. Nu is het zo dat in de wintermaanden vragen over dit onderwerp altijd wel meer oppoppen, bijvoorbeeld over luchtweginfecties, maar het is overduidelijk dat de belangstelling enorm is gestegen. Veel vragen worden gedreven door wat er in de media verschijnt, in het begin ging het vooral over vitamine C, meer recent over vitamine D. Het is soms wat rustiger, maar er is continu meer aandacht voor.’  

Wie is Daniëlle Wolvers van het Voedingscentrum? 

Danielle-Wolvers-223x300 Zij werkt als kennisspecialist bij het Voedingscentrum, studeerde medische biologie, met als specialisatie microbiologie. Daarvoor werkte ze een tijd voor Unilever waar ze zich onder meer richtte op voeding en weerstand en zich bezighield met de claimwetgeving. ‘Bij het Voedingscentrum zorg ik er met veertien andere collega’s voor dat we onze voorlichting over voeding en gezondheid wetenschappelijk kunnen onderbouwen.’ 

Wat merkt Gert Schuitemaker ervan bij het Ortho Institute? 

Gert Schuitemaker: ‘Ja, ik bespeur een heel positieve ontwikkeling. Als bijwerking van COVID-19 zie ik dat het bewustzijn rond voeding is toegenomen. Dat is in lijn met een trend die zich een jaar of tien geleden heeft ingezet. Daarbij hebben ook artsen eindelijk de handschoen opgepakt om meer te doen met voeding en niet alleen maar met medicijnen. De belangstelling neemt toe. Ik heb op 27 januari vorig jaar al een eerste artikel geplaatst op www.ortho.nl over voedingssuplementen en COVID. Dit soort artikelen wordt heel veel bekeken.’   

Wie is Gert Schuitemaker? 

schuitemaker-portret-2-200x300

Hij studeerde farmacie in Leiden en Amsterdam, haalde het apothekersexamen, maar ging dat vak nooit praktiseren. Hij verdiepte zich in de orthomoleculaire geneeskunde zoals geponeerd in 1968 in Science door tweevoudig Nobelprijswinnaar Linus Pauling. ‘Ik zag er veel beloften in en ben erin doorgegaan vanuit het Ortho Institute.’ Sinds 1983 geeft hij het vaktijdschrift Orthomoleculair Magazine uit en sinds 1993 het publiekstijdschrift Fit met Voeding. In 2004 promoveerde hij in de geneeskunde op een bevolkingsonderzoek naar hart- en vaatziekten.

 

Stelling: Voor een goede weerstand is het voldoende te eten volgens de Schijf van Vijf en niet nodig extra voedingssupplementen in te nemen. 

Daniëlle Wolvers: ‘Er is van allerlei vitaminen en mineralen aangetoond dat ze een rol spelen voor de gezondheid. Deze voedingsstoffen krijg je voldoende binnen met een gezonde voeding. En hoewel het belangrijk is er voldoende van binnen te krijgen, is er onvoldoende bewijs dat éxtra inname van een  bepaalde voedingsstof of -middel bijdraagt aan het verhogen van de weerstand of extra beschermt tegen COVID-19. Zeker niet ten aanzien van COVID, maar ook niet ten aanzien van andere luchtweginfecties.  Probeer stappen te maken naar een gezonde voeding volgens de Schijf van Vijf, wat meer voordelen heeft dan alleen het binnenhalen van nutriënten, zoals het verlagen van het risico op chronische ziekten. Er zijn op dit moment geen redenen dat standpunt te veranderen.’  

Gert Schuitemaker: ‘Ik denk dat je op deze manier de Nederlander tekort doet. Er is onvoldoende bewijs, dus kunnen we niets anders zeggen, hoor ik. Als je het over clinical trials hebt, dan is dat logisch, maar er zijn  op dit moment zoveel aanwijzingen en onderzoeken, bijvoorbeeld over influenza en  vitamine D. Er is een “mer à boire” aan onderzoek. Als er gezegd wordt “eet maar volgens de Schijf van Vijf, meer kunnen we niet adviseren”, dan denk ik, wie eet er nu al decennia lang volgens de Schijf van Vijf? Dat zijn relatief heel weinig mensen.’ 

Daniëlle Wolvers:  ‘Er zijn inderdaad heel veel onderzoeken rond het onderwerp voeding en weerstand. Er wordt daarin gekeken naar allerlei parameters in het immuunsysteem in relatie tot voeding. Maar een verandering in een parameter na een voedingsinterventie wil niet zeggen dat de weerstand hoger is. Het immuunsysteem is een complex en nauw gereguleerd systeem, waar heel veel cellen en factoren een rol in spelen. Veel uitkomsten zijn dus hypothese-genererend, maar nog niet voorspellend voor relevante eindpunten, op de uiteindelijke infectiematen. In deze zin is er naar mijn idee geen “mer à boire” aan onderzoeken. Het andere punt is dat er veel organisaties zijn, zoals het Scientific Advisory Committee on Nutrition (SACN) in Engeland, die alle data over voeding en weerstand nog eens bij elkaar hebben geveegd. SACN komt toch echt tot de  conclusie dat er op dit moment onvoldoende bewijs is om in relatie tot COVID allerlei extra voedingsstoffen te gaan innemen.   

Ook voor ons is de kwantiteit van het bewijs, door samenvoeging en weging van studies van belang om tot adviezen te komen. Wij geven geen adviezen op basis van hypothesen. Het is mooi wat er nu gebeurt: onderzoek naar voeding en weerstand krijgt een extra impuls. Ik ben het met Gert eens dat de aandacht voor goede voeding toeneemt, het is zeker een momentum. Maar je moet het gebruiken om mensen een stap te laten zetten in de richting van een gezonde voeding. Het is namelijk wel onderbouwd dat je met de voedingsmiddelen in de hoeveelheid die wij adviseren het risico op toekomstige, ernstige ziektes kunt verlagen.’ 

vitamines-en-mineralen-en-Schijf-van-Vijf-300x200

Gert, hoe kijk jij aan tegen het advies om een gezonde voeding te promoten, zoals volgens de Schijf van Vijf, en kun je specifiek aangeven waar je vindt dat er extra voedingsstoffen nodig zijn? 

Gert Schuitemaker: ‘Ik vind uiteraard, en dat benadruk ik ook in al mijn boeken, dat het in de eerste plaats gaat om een gezonde voeding, stap 1. Daar kun je ook over redetwisten, maar dat wil ik niet. Eet gevarieerd, daar sta ik helemaal achter. Desondanks haal je met wat het Voedingscentrum de afgelopen decennia (met enige aanpassingen) heeft gezegd, niet de tekorten weg die er in de samenleving zijn. Deze kun je ook nalezen in de voedselconsumptiepeilingen. De inname van voedingsstoffen is marginaal. Daar wordt continu aan voorbijgegaan.  

Tegelijkertijd zijn er maatschappelijke bewegingen die hier wel de aandacht voor vragen. Ik begrijp dat de adviezen van het Voedingscentrum via de Gezondheidsraad worden samengesteld, maar waarom wordt er nu niet gezegd: er zijn ook nog wat andere visies, maar daar staan we niet achter, omdat ze nog niet volledig bewezen zijn? Nee, de Schijf van Vijf is een panklaar recept. Maar wat schieten we daar mee op, zeker in deze tijd van COVID? Het is zo paternalistisch.’  

Daniëlle Wolvers: ‘Er wordt natuurlijk vanuit het RIVM regelmatig een voedselconsumptiepeiling gedaan. Ook de Gezondheidsraad maakt daar gebruik van. Daarbij wordt ook bepaald van welke voedingsstoffen de inname aan de lage kant is en wat mogelijk een gezondheidsrisico voor de bevolking vormt. Als dat zo is, dan zal de Gezondheidsraad daar verder aandacht aan besteden en indien nodig, met suppletieadviezen komen. En deze zijn er natuurlijk al. De vraag is, denk ik, hoe ga je om met een lage inname van sommige nutriënten? Een lage inname betekent niet per se een tekort voor een individu. Mensen volgen de adviezen inderdaad niet altijd op, maar wij zetten daar wel op in. 

De andere benadering is te zeggen: dat doen we allemaal niet en we gaan mensen supplementen geven. Maar ook als je daar naar kijkt, dan zie je dat de opvolging van suppletieadviezen nog vrij gering is. Bij vitamine D bijvoorbeeld volgt slechts zo’n twintig tot veertig procent van de volwassenen het advies erover op. Bij suppletieadviezen voor vrouwen met een kinderwens, foliumzuur, is er slechts een derde die de adviezen opvolgt. Dus ook daar is nog een hele wereld te winnen. Wij zetten niet in op het adviseren van supplementen voor wie geen suppletieadvies geldt. Verder communiceren we de geldende suppletieadviezen aan huisartsen, diëtisten en verloskundigen die de mensen zien waarvoor deze adviezen gelden.’  

Gert Schuitemaker: ‘Het Voedingscentrum houdt zijn mond niet over supplementen, maar is er absoluut negatief over. Voor een positief effect van meer vitamine D is voldoende epidemiologisch bewijs. Zeker aan het einde van de winter als er een tekort aan is. Dat geldt voor iedereen. De D-voorziening en de D-spiegel in het lichaam worden heel moeilijk gehaald.   

Het is natuurlijk al een reuzenstap dat het Voedingscentrum sommige groepen aanraadt vitamine D te nemen, maar het gaat bij deze vitamine ook om de dosis. Er zijn tal van onderzoekers die een inname van dagelijks 2000 IE (50 mcg) aanraden. Desondanks wordt het gebasht, niet pro-actief gestimuleerd. Het is usance bij het Voedingscentrum: als je nu maar goed genoeg eet, dan heb je geen extra vitamines en mineralen nodig. Voor D is het overduidelijk dat er absoluut onvoldoende van wordt ingenomen. Ook wordt te weinig benadrukt dat er in de winter onvoldoende zon is om het aan te maken. Hoeveel krijg je nog binnen als je bijvoorbeeld geen vis eet? Je krijgt dan zeker geen waarde die met de ADH overeen komt.’  voeding-nu-nr-1-2021-cover-212x300

Daniëlle Wolvers: ‘Dat zijn natuurlijk ook overwegingen die de Gezondheidsraad heeft gemaakt en op basis daarvan is tot een bepaald suppletieadvies voor vitamine D gekomen. Daar is een heel helder rapport over geschreven, waarin ook staat dat voor bepaalde mensen suppletie niet nodig is. Als ik deze discussie dan terugvoer op het onderwerp weerstand, dan zie ik dat er (met bijvoorbeeld vitamine D of C, red.) allerlei observatiestudies zijn gedaan in relatie tot corona. Maar nog geen grote interventiestudies ter preventie van COVID-19.   

Voor de volledigheid moet je ook kijken naar de studies die al wel gedaan zijn met betrekking tot voedingsinname en bijvoorbeeld luchtweginfecties. Er zijn tal van meta-analyses. Uit een studie komt onder andere naar voren dat mensen met een lage vitamine D-status baat hebben bij suppletie. Maar de mensen waar het om gaat, krijgen nu ook al een suppletieadvies. Aan de andere kant is er ook een meta-analyse naar luchtweginfecties en D gedaan die helemaal geen effecten laat zien. De uitkomsten zijn dus nog wat tegenstrijdig. Dat is voor ons niet meteen een reden om aan de vitamine D-suppletie te gaan.’  

Gert Schuitemaker: ‘Tot 2008 was de ADH van vitamine D vastgesteld op 0-100 IE, dat gold vooral voor ouderen en kinderen. Vrij snel daarna, in 2012, zijn de waarden weer bijgesteld. Nu zitten we in 2020 met een epidemie. Er wordt niets gezegd in relatie tot COVID, dat begrijp ik niet en vind ik onwetenschappelijk. Men had al meteen een advies kunnen geven op basis van de bekende meta- analyse uit de BMJ van vitamine D-suppletie en acute luchtweginfecties.’  

Daniëlle Wolvers: ‘Dat vinden wij niet. Het is onwetenschappelijk om advies te baseren op dingen waarvan niet is aangetoond dat het zin heeft. We waaien niet met allerlei winden mee. De toename van het bewijs kan leiden tot een sterkere onderbouwing. Het is een continu proces. Ook in het buitenland komen soortgelijke organisaties tot dezelfde conclusies. Niet alleen voor vitamine D, maar ook voor andere nutriënten in relatie tot COVID.’  

Gert Schuitemaker: ‘In Zwitserland heeft een Expert Panel, in opdracht van het Zwitsers voedingscentrum, afgelopen najaar een ‘White paper’ geschreven met gerichte suppletie- adviezen rond COVID. Hun aanbeveling voor de gehele bevolking, en vooral voor 65-plussers, luidde om een uitgebalanceerd dieet dagelijks aan te vullen met onder meer 2000 IE vitamine D.’  

Hoe komt het nu dat veel mensen zich noch aan advies voor gezonde voeding, noch aan suppletieadvies houden? 

Gert Schuitemaker: ‘Dat is niet per se mijn expertise, meer die van het Voedingscentrum. Wat je zou kunnen doen, is zeggen wat het officiële standpunt is, maar ook wijzen op andere visies. Ik geef als voorbeeld de kennis rond foliumzuursuppletie voor zwangere vrouwen en de kans op een open ruggetje. Het eerste vermoeden dateert uit 1965, toen artsen hun klinische bevindingen kenbaar maakten in The Lancet. In 1980 werd dit ondersteund door een klinische studie, waarna in 1983 een grote Europese multicenterstudie werd gestart, die in 1991 in The Lancet werd gepubliceerd. Het duurde echter maar liefst tot 1993 voor er een advies kwam van de Gezondheidsraad en in 1995 startte het Voedingscentrum een publiekscampagne. Er zit dan gewoon dertig jaar tussen. En zo’n zelfde patroon zie ik nu ook bij vitamine D, maar je kunt het ook voor andere voedingsstoffen nagaan. Het gaat toch ook om aantoonbare bewijzen. We lopen dus almaar achter. Intussen zijn onnodig honderden kinderen met open ruggetjes geboren. Hoe zit het met vitamine D? De keerzijde zou de toxiciteit zijn. Ook dat is gehypt. Er is nauwelijks risico van een teveel aan vitamine D. Waarom kan er ook niet een minderheidsstandpunt naar voren worden gebracht? Ik begrijp dat niet.’  

Daniëlle Wolvers:  ‘Het lijkt me duidelijk dat we ons alleen baseren op de totaliteit van de wetenschappelijke bewijsvoering. Ik kan me niet voorstellen dat u wilt dat we na enkele rattenstudies meteen adviezen gaan geven, ondenkbaar. Je voorkomt dat er adviezen in de wereld worden geslingerd die je wellicht later weer moet gaan terugtrekken, terwijl je niet weet of ze werkelijk zin hebben. We baseren geen adviezen op dingen die “nog niet, nooit, of nu niet”,  zijn bewezen. Dat is eerlijk tegenover de bevolking. We informeren wél, maar onze adviezen zijn niet gebaseerd op hypotheses of verwachtingen.’  

Welk advies zou je diëtisten mee willen geven ten aanzien van het behoud van een goede weerstand? 

Gert Schuitemaker: ‘Weerstandsverhoging? Of je daarmee infecties meteen de wereld uit helpt of voorkomt, dat is nog maar afwachten. Maar zorg dat je je goed voedt, weinig stress hebt, goed slaapt en voldoende beweegt. Ik hoor echter niets vanuit het Voedingscentrum of het RIVM over wat je kunt doen om je weerstand te verhogen. Dat is de Schijf van Vijf en marginaal een supplement, dan heb je het gehad. Als je echter naar de adviezen van de EFSA kijkt, dan zie je dat er tien voedingsstoffen zijn waaraan je een gezondheidsclaim mag binden die zegt dat het de weerstand ondersteunt. Dat zou je ook nog uit kunnen dragen, bijvoorbeeld ook als Voedingscentrum naar diëtisten.   

Voor veganisten en vegetariërs zou ik duidelijk willen maken dat ze niet alleen goed moeten letten op voldoende inname van vitamine B12, maar ook van ijzer, zink en andere voedingsstoffen die je juist in dierlijke producten vindt. Het gaat hier om een maatschappelijk fenomeen waarop ingespeeld moet worden. Zorg ook voor voldoende inname van vitamine D.’  

Daniëlle Wolvers:  ‘De EFSA heeft inderdaad de goedgekeurde claims, maar ze zeggen niet dat extra inname leidt tot een betere weerstand. Het is gekoppeld aan normale inname via de voeding in relatie tot de normale werking van het immuunsysteem. Een voedingsmiddel is meer dan een zakje nutriënten.  Ons advies is om de stappen naar een gezonde voeding makkelijker te maken. Diëtisten kunnen mensen daarbij goed helpen.’  

Referenties:

Wu D, Lewis ED, Pae M, Meydani SN: NutritionalModulation of Immune FunctionAnalysis of Evidence, Mechanisms, and ClinicalRelevance. Front Immunol. 2018,9:3160. 

ScientificAdvisoryCommitteeon Nutrition (SACN):Nutrition and immune function in relation to COVID-19 – a rapid scoping exercise. 2020. 

Diverse EFSA opinies, o.a:  

EFSA: Scientific Opinion on the substantiation of health claims related to vitamin C. EFSA Journal. 2009;9. 

EFSA: ScientificOpinion on the substantiation of health claims related to zinc. EFSA Journal. 2009;7:1229.

EFSA: ScientificOpinion on the substantiation of health claims related to vitamin D. EFSA Journal 2010;8. 

Martineau AR, Jolliffe DA, Hooper RL, et al. Vitamin D supplementation to prevent acute respiratory tract infections: systematic review and meta-analysis of individual participant data. BMJ. 2017;356:i6583. 

VuichardGysin D, Dao DGysin CMLytvynL &  Loeb M. Effect of  Vitamin D3 Supplementation on Respiratory Tract Infections in Healthy Individuals: A Systematic Review and Meta-Analysis of RandomizedControlled Trials. PLoSOne. 2016;11(9): e0162996.

Gezondheidsraad: Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. pp. 1-150. Den Haag: Gezondheidsraad. 2012;1-150. 

Entrenas Castillo M, Entrenas Costa LM, Vaquero Barrios JM, et al. Effect of calcifedioltreatment and best availabletherapy versus best availabletherapyon intensive care unit admission and mortality among patients hospitalized for COVID-19: A pilotrandomizedclinicalstudy. J SteroidBiochem Mol Biol. 2020;203:105751. doi:10.1016/j.jsbmb.2020.105751  

 
Lees ook
Nederlander wil wel minderen, maar eet nog steeds te veel vlees

Nederlander wil wel minderen, maar eet nog steeds te veel vlees

Het Voedingscentrum heeft de vleesconsumptie in Nederland in kaart gebracht. Uit het onderzoek blijkt dat Nederlanders wekelijks meer vlees eten dan de 500 gram die het Voedingscentrum adviseert.

Standpunt: De eetomgeving moet gezonder

Standpunt: De eetomgeving moet gezonder

Begin 2021 verscheen een beoordeling van het rijksoverheidsbeleid voor de voedselomgeving in Nederland, de zogeheten Healthy Food Environment Policy Index Nederland. Een belangrijke conclusie is dat er nog veel mogelijkheden zijn voor de Nederlandse overheid om haar beleid op de voedselomgeving te verbeteren [1].

VoedingNL21: laatste inzichten over vet en metabole gezondheid

VoedingNL21: laatste inzichten over vet en metabole gezondheid

Op 10 juni vindt zowel online als in Utrecht het congres VoedingNL21 plaats. Dit congres, bestemd voor iedereen die beroepsmatig met voedingswetenschappen bezig is, biedt de laatste inzichten op het gebied van vetten en vetweefsel en de rol die ze in de processen in het lichaam spelen.